Onderweg naar het land der Belgen

Onze dagen op Brou waren lang niet wat wij ervan verwachtten. Stond er veel gezelligheid met familie en vrienden op het program, er kwam helemaal niks van in door die akelige griep. Naderhand bleek er van mijn, toch al niet florissante, conditie heel weinig over. De wandelingen beperken zich – nu nog – tot hooguit rondjes van een kilometer of 5. Met een beetje geduld moet dat weer goed komen maar laat geduld nou precies niet mijn sterkste karaktereigenschap zijn.

Na toch nog wat gezellige bezoekjes en een feestelijke overnachting bij Jeroen en Anja, gooien we vrijdag los en wenden de steven weer richting Grevelingen.

Na de sluis van Bruinisse draaien we het Zijpe op om vervolgens via Mastgat en Keeten bij het Brabants Vaarwater te geraken. Er staat een straf windje van opzij en we krijgen golven water over. In het Brabants Vaarwater ontdekken we een plaat met daarop een groep van wel 30 zeehonden.

Er zitten veel jonkies tussen. We passeren de groep op gepaste afstand en genieten van dit prachtige uitzicht.

Daarna is het nog een wippie naar de Goese Sassluis en al snel varen we over het kanaal richting Goes.

We vinden een mooi plekje in het überschattige jachthaventje Het Werfje en gaan gelijk op pad voor een wandeling door de stad. We komen, toch weer, op verrassende plekjes en prijzen ons gelukkig.

Zaterdag wordt een dag met een gouden randje. Geheel onverwacht komen Joost, Marjon en de mannetjes langs op hun thuisreis van een weekje Ardennen. Het wordt een gezellig weerzien vol spannende vakantieverhalen.

Als zij weer op weg naar huis zijn, staat de volgende verrassing alweer op de planning. Samen met Fred’s broer eten we bij nichtje Esther en haar gezin. Het wordt een gedenkwaardige en gezellige avond.

Zondagochtend wandelen we via park Valckeslot naar het recreatiegebied De Hollandse Hoeve. De voorjaarsboden zijn duidelijk – en vrolijk – aanwezig op deze zonnige ochtend in dit mooie gebied.

Maandagochtend is het weer tijd om verder te trekken. Om 9 uur draait de brug voor ons en maken we ons op voor het tochtje richting Hansweert. Het is de bedoeling om aan het steiger na de sluis de vloedstroom van morgenochtend af te wachten. Die moet ons dan de Schelde op en België in voeren.

Voor die tijd verwachten we zusje Lydia en haar man Jan nog voor een voorlopig laatste ‘Hollands’ hapje/drankje/spelletje.

Oud land, nieuw land….

In Mildam moeten we nog bijna onze – overigens zeer geringe – reddingszwemvaardigheden in de praktijk gaan brengen als een ballonvaarder maar nipt over twee watertjes geraakt. Inzittenden èn de kudde schapen, die plotsklaps een wel heel vreemd voorwerp in hun weitje zien neerdalen, komen gelukkig met de schrik vrij…

p1060430

We maken een prachtige fietstocht naar en langs het riviertje de Linde

de Linde

en dan, de volgende dag gooien we los en zetten koers naar de Weerribben. Hier vinden we een mooi plekje in de schaduw om de hitte van de komende dagen rustig over ons heen te laten komen.

Kalenbergergracht

De Wieden en Weerrribben zijn prachtig, als vanouds. Wat schitterende, woeste natuur lijkt is in feite niet anders dan mensenwerk. Voor de inwoners van dit gebied leek aan een schamel bestaan een einde te komen toen het veen als brandstof opgang deed. Er werd laagveen gewonnen. Het was keihard en zwaar werk, waarbij de hele familie ingezet werd en dan nog betekenden de inkomsten bepaald geen vetpot. De blokken veen werden op de ribben (legakkers) te drogen gelegd. Als het veen gewonnen was, bleven de ribben en trekgaten achter. Op de ribben werd vee geweid en die trekgaten, tja daar kon je verder niet veel mee. Door opeenvolgende stormen verdwenen veel ribben in de trekgaten en ontstonden grote plassen, de Wijden of Wieden. Doordat andere trekgaten weer dichtgroeiden, in een laatste stadium met riet en moerasbos, ontstond de rietcultuur. Als neveninkomsten een welkome aanvulling voor de niet erg welvarende turfstekers/veehouders.

p1060498

Tegenwoordig geldt het riet dat hier vandaan komt als het beste van Nederland, misschien zelfs van Europa. Als de ergste hitte voorbij lijkt fietsen we voor een boodschapje naar Oldemarkt en gaan op zoek naar Hennie en Willem, die ons jaren geleden aan water hielpen toen we, door een wel heel erg grieperige Fred, vastlagen bij hen voor de deur. Het wordt een allerhartelijkst weerzien en we nemen de tijd om even bij te praten. De volgende dag verlaten we de Kalenbergergracht en varen we via Kalenberg,

Kalenbergergracht

Muggenbeet en Giethoornse Meer naar de Beulaker Wijde. De Beulaker Wijde zo genoemd naar het plaatsje Beulake, dat verdween in een stormnacht in 1776. Door het brugje van Ronduite bereiken we de Arembergergracht en maken vast op een plekje met veel mooie herinneringen. We fietsen door Belt-Schutsloot en tussen Beulaker en Belter Wiede door naar Giethoorn, waar het (toeristen)leven net op gang komt. Het beste moment dus om door Giethoorn te fietsen. Vandaar gaat het naar Jonen, waar de veerman ons al opwacht en de theetuin verdwenen blijkt. In Blokzijl is de zomerdrukte al voorbij en we fietsen verder langs de oude zeedijk met links oud en rechts nieuw land. Als we linksaf slaan fietsen we over de zandrug die de westelijke grens van het Wieden- en Weerribbengebied vormt. De oostelijke grens ligt zo’n beetje bij Steenwijk, waar zich ook een zandrug bevindt. In Sint Jansklooster eten we ons boterhammetje bij het Bezoekerscentrum, een klein openluchtmuseumpje van waaruit veel (vaar)excursies georganiseerd worden.

 

Belt-Schutsloot

Al snel daarna zijn we terug bij de Knipmes en de volgende dag verlaten we door het ieniemienie Arembergerschutsluisje dit fantastische gebied. Heel ander weer vandaag: somber en koud vergeleken met de afgelopen dagen. Via het Scheepvaartgat,

Scheepvvaartgat

de Goot en het Ganzendiep komen we tegenover Kampen uit in de IJssel. Op weg naar de Randmeren worden we nog even verrast door een imbeciel in een boot die vele malen sneller is dan zijn verstand kan denken. Wij zijn niet de enigen die last van dit heerschap hebben en niet veel later zien we twee (nog snellere) bootjes van Rijkswaterstaat de achtervolging inzetten. Op het Drontermeer hebben de zwanen het van de vakantiegangers overgenomen

Drontermeer

en eenmaal door het sluisje met de mooiste naam van Nederland – de Blauwe Dromer – varen we nieuw land in. De Flevopolder brengt een voorzichtig zonnetje, badende Hooglanders

p1060516

en, na het behoorlijke aantal vaarkilometers van vandaag, een heerlijk rustig plekje voor de nacht. De volgende ochtend zetten we koers naar Lelystad.

Lelystad

Daar blijkt ook nog niks veranderd: om de supermarkt te vinden hebben we onze fiets-TomTom nodig en als we een dag later een schitterende wandeling maken, blijkt men er zelfs in deze nieuwe wildernis vanuit te gaan dat mensen hier net zo verloren lopen als in deze …..doolhofstad!

Terug op Hollands vaarwater

Vrijdagochtend om 9 uur draait de Harense brug en is de sluiswachter klaar om ons en nog een ander scheepje te begeleiden op onze vaart richting Nederland. De reis verloopt voorspoedig,

Haren-Rütenbrockkanal

sluisjes en bruggen worden bediend, geopend en weer gesloten. Al snel varen we de grens over en Nederland binnen. Heerlijk, na precies 4 maanden en 4 dagen weer terug op Hollands vaarwater, het voelt ècht als thuiskomen. Het eerste Nederlandse sluisje blijven we nog even in internationale stijl: die wordt genomen met een Duits en een Frans schip, om rustigjes aan over te wennen waarschijnlijk.

P1060065

In Ter Apel meren we af aan het steiger van de jachthaven. Het is nog steeds behoorlijk warm en hier hebben we heerlijke schaduw, een mooi plekje om de komst van Digna, Richard en Milan aanstaande zondag af te wachten.

Ter Apel

In de avonduren wandelen we door de prachtige omgeving van Ter Apel, het is hier echt heel mooi. Zaterdag worden inkopen gedaan en wat rondgelummeld. Dan passeert ons een Beurtvaerder en blijken het de mensen waar we jaren geleden bij hun Beurtvaerder in aanbouw gingen kijken. We liepen toen met plannen voor ons bootjesavontuur en hoorden dat zij al een casco aan het aftimmeren waren! Grappig dat we elkaar, na minstens 10 jaar, weer treffen. Ieder met zijn eigen Beurtvaerder nu, gespreksstof te over natuurlijk, het wordt supergezellig en gegevens worden uitgewisseld.

Beurtvaerder

’s Avonds krijgen we bezoek van andere buurtjes. De tijd gaat snel (en gezellig) voorbij op die manier. Zondag verwelkomen we de familie en is er voldoende bij te praten. We hebben elkaar tenslotte een hele tijd niet ‘live’ gezien en gesproken! Maandag gaan we met elkaar naar Boertange.

Boertange

Het vestingdorp maakt indruk, net zoals het dat op ons enkele jaren geleden deed. In de 16e eeuw was het gebied hier eigenlijk één groot, moerassig onland. Eén zandrug (tange) liep door dit woeste land en daarop had men een weg gecreëerd. Op de plaats waar later Boertange zou ontstaan was de zandrug ietsje breder en daardoor werd deze plek zo rond de 17e eeuw uitgekozen om hier een vesting te bouwen. In de 18e eeuw bereikte de vesting Boertange zijn grootste omtrek én militaire belang om daarna, zo rond de 19e eeuw aan belang in te boeten. Met het zand van de wallen werden de grachten gedempt en Boertange werd van een militaire nederzetting een agrarisch dorp. Zo rond 1950 begon de grote leegloop, de bevolking verouderde en er heerste uitzichtloze armoede. De gemeente Vlagtwedde besloot tot reconstructie van de vroegere vestingwerken.

Boertange

Deze reconstructie heeft ruim 20 jaar geduurd en is nog steeds niet helemaal voltooid volgens de bewoners. Wij vinden het er al behoorlijk gelikt en helemaal af uitzien trouwens, maar wie zijn wij? Het allerbijzonderst is en blijft in onze ogen het enorme doorzettingsvermogen van de bewoners van Boertange om tijdens al die jaren in een enorme bouwput te leven.

Boertange

Tijdens ons vorig bezoek was er een tentoonstelling met foto’s van het hele reconstructie-proces en dat heeft ons toen met diep respect vervuld. Het zal je maar gebeuren dat het dorp waar je al heel je leven woont zomaar ‘even’ totaal op z’n kop wordt gezet….

Boertange

Toch zijn de bewoners stuk voor stuk nog steeds enorm blij met deze omwenteling, een enorme verbetering van hun woon- en leefomstandigheden, wordt ons van verschillende kanten duidelijk gemaakt. De vesting heeft heel veel welvaart gebracht. We dwalen door wat nu een prachtig vestingdorp is, maken een praatje met de schaapsherder die hier toevallig met zijn bijzondere schapen aan het werk is

Boertange

en onze Milan wil op slag later ook schaapsherder worden. We drinken nog iets op een terrasje en dan is het tijd om weer richting Vader Knipmes te vertrekken.

P1060131

De volgende dag varen we met twee van de drie familieleden naar het Veenmuseum. Een leuk tochtje met begeleidde vaart en diverse sluisjes. De auto moet ook verplaatst, dus Digna rijdt daar naartoe en zwaait af en toe bij brugjes en sluisjes.

image2

Natuurlijk wordt ook het Veenmuseum uitgebreid bekeken en verbazen we ons weer over de schamele huisvesting van de veenarbeiders in de beginperiode van de veenwinning.

Met een treintje rijden we door de veenvelden en Milan mag zelfs een plak veen steken, of eigenlijk opscheppen, zoals dat heet. Aan het eind van de dag is het moment van afscheid nemen weer gekomen. Jammer, maar we kunnen terugkijken op een paar gezellige dagen met elkaar en dáár gaat het tenslotte om!

De volgende ochtend varen we, na een sprookjesachtig begin van de dag,

Veenmuseum

het Veenmuseum weer uit en samen met een ander bootje dobberen we, onder de immer goed geregelde begeleiding van brug- en sluiswachters, terug naar Ter Apel. Je vaart hier door echte veendorpen met voornamelijk lintbebouwing waardoor je bijna ongemerkt van het ene in het andere dorp verzeild raakt.

Veenvaart

Donderdag draaien de bruggen en sluizen voor ons tussen Ter Apel en Stadskanaal. Eén van de brug/sluiswachters heeft nog wel het één en ander te vertellen over een Beurtvaerder en omdat het behoorlijk druk is met bootjes op dit moment,

Veenvaart

belooft hij nog wel even langs te komen als we toch voor het weekend in Stadskanaal blijven. Diezelfde avond staat hij met zijn vrouw voor de deur en het wordt een genoeglijke avond vol bootjesverhalen. Hij wilde een paar jaar geleden een Beurtvaerder-casco kopen maar alleen als dat met een open kuip kon. Volgens de ontwerper kon dat absoluut niet en daardoor is de koop toen niet door gegaan….

P1060194

Vrijdagochtend nemen we de bus naar Veendam voor een stevige wandeling. Eenmaal Veendam uit wandelen we bijna 4 kilometer over een lange landweg door de velden.

P1060205

Dat klinkt saai maar zo ervaren wij dat absoluut niet. Daarna komen we bij het veendorp Tripscompagnie.

Tripscompagnie

Langs een aardgaslocatie van de NAM trekken we weer de velden in en lopen tussen de hennepplantages

P1060211

naar het Natuurpark Tussen de Venen. Een complete verrassing met heuveltjes, vennen en bloeiende heidevelden.

Wie verwacht zoiets nou als hij gaat wandelen in de buurt van Veendam?! De bus brengt ons weer terug in Stadskanaal, we hebben er dan ruim 20 wandelkilometers opzitten. Voor Dorus is het nog geen tijd om uit te blazen: voor hem staat nog een dierenartsbezoek op de agenda. Gelukkig gaat het snel, heeft hij geen grasaar in zijn oor maar een ordinaire oorontsteking, die met behulp van een zalfje binnen een week tot het verleden moet horen. Daarna mag’ie rusten en snurkt’ie vijf kwartier in een uur….!

Tussen de Venen