Soms zit het mee….en soms ook niet!

Laten we bij het begin beginnen. Dinsdagochtend in alle vroegte kuieren we nogmaals door Sedan en blijkt het mogelijk een behoorlijk eind in wat het grootste fort van Europa genoemd mag worden door te dringen. We zijn oprecht onder de indruk van de afmetingen van dit versterkte kasteel. Door de jaren werd er steeds een stukje aangebouwd en van een versterkt kasteel transformeerde het gaandeweg in een waar fort.

Tegenwoordig vind je binnen de muren een hotel, een galerie en diverse horecagelegenheden. Voor de rest van Sedan blijven we bij onze mening van een wat vervallen, vergane-gloriestadje. Dit geldt overigens niet alleen voor Sedan, heel veel steden en dorpen vertonen leegstand en achterstallig onderhoud. Kwam je voor een aantal jaren terug in Frankrijk een dorpje binnenrijden, kon je gegarandeerd bij de plaatselijke bakker en slager een lunch bij elkaar kopen om die ergens op een kleedje op een mooi plekje te verorberen. Dat is dus niet meer: lang niet alle dorpjes hebben een bakker en een slager moet je helemaal met een kaarsje zoeken….We spraken een fietser die al een paar dagen geen broodje had kunnen kopen in de dorpjes die hij passeerde.

P1240131

Van Sedan varen we naar een mooi plekje bij Lumes. Een steigertje net buiten het dorp met een bord waarop diverse wandelroutes aangegeven staan. Nou is zo’n bord best lastig meenemen voor onderweg, dus we maakten er een foto van en printten die uit, zodat we toch wat houvast hadden. Natuurlijk willen we ook hier graag wandelen. Een tochtje van een kleine 10 kilometer op de vroege ochtend is nooit weg en een aangenaam begin van de dag tenslotte.

P1240154

De route blijkt de moeite waard maar slecht bewegwijzerd, gelukkig hebben we ons kopietje. Eenmaal terug bij de Knipmes hebben we nog een groot gedeelte van de dag voor ons en in een of ander boekje vinden we een gezinsfietsroute van 45 kilometer. Dat lijkt ons wel wat en omdat het om een gezinsroute gaat die, ook weer volgens het boekje, in 3 uur te doen moet zijn, gaan we op pad. Laten we het zo stellen: voelden de wandelkilometers als een kleine 10, de fietskilometers voelden als een heel grote 45! Wat hebben we geklommen, er kwam geen eind aan. Ik had het gevoel dat mijn hoofd ieder moment uit elkaar kon klappen, en dan moesten we weer nog een stuk omhoog…

P1240158

Natuurlijk gingen we ook omlaag en natuurlijk minstens zoveel als we omhoog gingen, maar het gevoel hè?! Nou ja, het werd dus een aardig actief dagje al met al en dat nog wel op de 45e verjaardag van ons Digna! Natuurlijk vierden we dat, tussen de actie door, met iets heel lekkers bij de koffie en een gezellig belletje naar Zeeland. De volgende dag varen we van Lumes naar Chateau Régnault en al onderweg komt Fred tot de conclusie dat er iets niet goed is in de motorkamer: de accu’s worden niet bijgeladen door de dynamo! Da’s niet zo mooi maar wel eens vaker gebeurd, meestal een kwestie van een losgetrild draadje. Nu kwam er alleen ook nog een vreemd geluidje bij kijken en dat verontrustte ons eigenlijk nogal. Het losse draadje was vrij snel gevonden, het rare geluidje bleef en daar moest toch wel overleg over gepleegd. De dealer in Nederland gaf ons het telefoonnummer van hun Franse vestiging om te kijken of zij iemand in de buurt van Chateau Régnault hadden. Nou zal de desbetreffende Franse meneer ongetwijfeld heel veel kennis van dynamo’s enzo hebben, zijn topografische kennis liet nogal te wensen over. Op mijn uitleg dat wij in het noorden van Frankrijk tussen Charleville-Mézières en Revin ronddobberden, kwam hij met iemand uit de buurt van Dijon aan! Heel vriendelijk hoor, maar toen waren we, bij gebrek aan alternatieven, wel uitgepraat. Voor de verbale communicatie zijn we maar weer overgeschakeld naar de Nederlandstalige tak én naar Jeroen natuurlijk! Eind van het liedje was, dat het toch het allerverstandigst leek om de hele dynamo er voor alle zekerheid maar af te halen.

P1240259

Dan kan er verder niks kapot gaan en de accu’s kunnen we ook met walstroom en het aggregaat opladen tenslotte. Alleen….om de dynamo te verwijderen hebben we een bepaalde sleutel, eigenlijk meer gewoon een bitje nodig en díe hebben we niet. Een specialistische maat, hoe kom je daaraan in een gehuchtje als Chateau Régnault en nog wel op inmiddels zaterdag? Goede raad is duur of in dit geval een aardig eindje fietsen. De dichtstbijzijnde grote stad is Charleville-Mézières, gelukkig loopt er een fietspad langs het water, want van klimmen met de fiets hebben we wel even onze buik vol. Via internet vinden we een Brico (een soort Gamma) én ook nog een Volvo-garage, die ons misschien ook zou kunnen helpen. De Brico blijkt (Murphey!) helemaal aan de andere kant van de stad en niet in het bezit van het door ons gewenste Torcks-sleuteltje. Op weg naar de Volvo-garage komen we langs een motor/fietsenwinkel en we wagen het er maar op. Noppes maar wel nog een adresje waar we het eventueel ook zouden kunnen proberen. De Volvo-garage blijkt voorgoed gesloten. Er is wel een vriendelijke man die ons probleem begrijpt maar ons ook niet verder kan helpen dan door te zeggen dat elke zichzelf respecterende garage zo’n sleuteltje heeft maar, helaas helaas, elke zichzelf respecterende garage is ook gesloten op zaterdag! Het adresje van de vriendelijke motor/fietsmonteur idem dito. Het gevolg is dat we zaterdagavond na ruim 50 fietskilometers nog geen steek opgeschoten zijn en onze hoop dus op de maandag moeten vestigen. Of we moeten nog een creatieve ingeving krijgen om het probleem op een andere manier op te lossen. Creatieve ingevingen genoeg, helaas er werkt er niet één…! Zondag verwandelen we ons verdriet: bergje op naar het ene uitzichtpunt,

bergje af, bergje op naar het volgende mooie uitzicht om uiteindelijk bergaf bij de Maas in Monthermé uit te komen waarna we de Maas oversteken en vrijwel onmiddellijk bergje op, bergje op, bergje op naar de rotsen van de Fils d’Aymon, een soort Vier Heemskinderen klimmen.

Geheel achter adem met geen enkele ruimte meer voor pechgedachten dalen we uiteindelijk weer af naar de Knipmes. Waar we nog maar één gedachte hebben: gelukkig dat we zo’n heerlijk bootje hebben dat zo trouw op ons ligt te wachten! Maandag dringt de noodzaak zich natuurlijk toch weer op om in ‘sleutel’actie te komen. Klaar om per fiets naar de garages van Monthermé te vertrekken, komen we eerst langs de gemeentewerkplaats en ach, wie niet waagt, die niet wint, we vragen het gewoon. Supervriendelijke mannen en ‘ah, une torque, grande comme ça, pas de problème, entrez!’ Er wordt een laatje opengetrokken en voíla, daar ligt de door ons felbegeerde torque te glimlachen! Een goed uurtje verder is de dynamo verwijderd, de torque, inclusief fooi, terugbezorgd en kunnen wij verder op weg naar Revin.

P1240269

Revin met een prachtig jachthaventje, waar we oude kennissen ontmoeten en bijkletsen met Corrie en Harry van de Popeye en genieten van een wijntje en een hapje samen met Tilly en Arthur van de Tilly One, heel leuk en heel onverwacht. We wandelen door Revin, bezoeken het Spaans Huis,

P1240277

nu een streekmuseum en na 2 nachtjes is het mooi geweest en gaan we op weg voor de laatste spurt richting België en uiteindelijk Nederland. Vandaag varen we van Revin naar Fumay en het plan is om morgen naar Givet te varen. Als alles dan verloopt zoals gepland, varen we overmorgen Frankrijk uit en België in.

Schaamtelijk

Soms schaam je je werkelijk voor je landgenoten. Gelukkig niet vaak maar hier in Dun-sur-Meuse dus echt wel. Een keurig steigertje voor bootjes en een mooie plek voor campers, compleet met douche- en toiletgelegenheid. Een plek waar je voor een grijpstuiver je lijntjes vast kan maken of je camper parkeren. Presteren landgenoten het toch om zo’n 50 meter van die camperplekken af langs de waterkant te parkeren. Moet iedereen in principe ook nog zelf weten, maar als je dan wel twee keer per dag met je toiletspulletjes in de doucheruimte verdwijnt, nou dan ben je in onze ogen toch wel heel erg zielig en hebben wij heel erg last van plaatsvervangende schaamte.

Dun-sur-Meuse

De kasteelruïne en het kerkje van Dun-sur-Meuse hebben we bekeken en één en ander is zelfs op een heuse beklimming uitgedraaid. Door mijn schuld kwamen we, na een smal trappetje en iets wat steeds minder op een pad ging lijken, op een punt dat omkeren door de steilte van het terrein geen optie meer was en we ons op handen en knieën een weg omhoog ploegden door braambosjes en brandnetels. Fred boos en ik met bibberknieën, allebei met bloedige schrappen op armen en benen, zo kwamen we boven. Gelukkig was daar een bankje en een schitterend uitzicht.

Daarna een wandeling in de schaduw van wat ooit de versterkte muur om de vesting was en alles was weer goed én we waren ook alweer vriendjes. Van het kasteel bleek bitter weinig over, maar een bijzondere (woon)plek, dat is het zeker. En hoe klein en afgelegen dit heuveltopje ook is, jawel….een auto met een Nederlands nummerbord! Mensen met een vakantiehuis op een plekje van een miljoen met een schitterend uitzicht op de koop toe. We maken een praatje met de heer des huizes voordat we aan de afdaling beginnen. Bij het Bureau de Tourisme hebben we een wandeling gekregen naar Mont-devant-Sassey en Sassey-sur-Meuse. Vijftien kilometer omhoog en omlaag en weer omhoog en omlaag maar genieten in hoofdletters!

Langs fraaie velden klimmen we naar een hoogvlakte om daar ons ontbijtje te nuttigen. Vroeg op pad, want de temperaturen liegen er nog steeds niet om. In Mont-devant-Sassey prijkt het 11e-eeuwse kerkje boven alles uit en eenmaal omlaag en weer omhoog kunnen we tientallen kilometers ver kijken, plus over het lieflijke dorpje zelf natuurlijk. Een uitgelezen plek om koffiepauze te houden.

Dan omlaag en weer omhoog om over de volgende heuvelrug Sassey-sur-Meuse te bereiken. Als er een nadeel aan deze wandeling is, is het de staat van sommige paden: er wordt hier rücksichtlos gekapt en de sporen die hierdoor ontstaan, laten we het zo stellen: die vergroten je wandelplezier bepaald niet! Gelukkig is dit het enige smetje op een verder vlekkeloze dag.

We steken de Maas over en kuieren terug naar Dun-sur-Meuse via het jaagpad, waar we dankzij het heldere water kunnen genieten van vissen in alle soorten en maten. De volgende dag vertrekken we en varen door een zonovergoten, strak landschap naar Stenay, waar we vroeg in de middag aankomen en daar direct en zonder twijfel blijven omdat we een heerlijk schaduwplekje kunnen bemachtigen.

De Knipmes in Stenay

Het is weer een onmogelijk warme dag en pas in de avond hebben we fut om het stadje te gaan bekijken. Zelfs het hier aanwezige Europees Biermuseum kan ons niet uit de schaduw lokken, we laten deze bierbeker aan ons voorbij gaan: een volgende keer wellicht.

De volgende ochtend in alle vroegte doen we inkopen en gooien dan los, geen zin in weer een dag pas op de plaats vanwege de warmte. We zien wel wat we onderweg tegenkomen en net als we mopperen dat er in dit stukje Maas weinig ‘zo-maar’-steigertjes te vinden zijn, vinden we op de scheiding van Maas en kanaal een prachtig plekje! Ver van de bewoonde wereld met kristalhelder water en schaduw, heel veel schaduw! Er wordt naar hartelust gezwommen en geluierd, we prijzen ons gelukkig met dit heerlijke plekje.

Zaterdag gooien we dan toch maar los en pruttelen naar Mouzon. Mouzon maakt zich op voor een internationaal motortreffen, een jaarlijkse happening georganiseerd door de Mouzon Motorclub. Het schijnt koeler te worden, het schijnt zelfs gepaard te gaan met regen en onweer (heerlijk, heerlijk, heerlijk) dus we besluiten het weekend lekker over te blijven om van al deze feestelijkheden te gaan genieten. Mouzon blijkt ook nog eens een superleuk stadje met resten van middeleeuwse poorten en bebouwing en een prachtige kerk.

Kluizenaarscel in de kerk van Mouzon

Die deur was dus dichtgemetseld en een schakelaar en licht was er natuurlijk ook niet….

In deze kerk bevindt zich zelfs een kluizenaarscel, een in de middeleeuwen naar het schijnt veel voorkomend fenomeen. Een kluizenaar(es) liet zich vrijwillig opsluiten in een dichtgemetselde cel met maar één klein raampje waardoorheen de allernoodzakelijkste levensbehoeften konden worden aangegeven en aan de kerkzijde een opening (meer een gleuf) waardoorheen de mis gevolgd kon worden en burgers verzoeken om een gebed deponeerden, een soort brievenbus via kluizenaar naar God, dus… Hoe het met de verdere menselijke behoeften zoals plas en poep ging, dat vertelt het verhaal niet…

De motordag begint geheel in stijl met heel veel motoren en een opgedragen mis op het feestterrein. Eenmaal de mis gedaan, worden op dezelfde plaats de barbecue’s opgestookt en kan het feest beginnen. Voor ons nog iets te vroeg, wij kopen zelfgebakken groseilles-taart bij twee dames. De motorrijders doen ondertussen een toertochtje en wij dwalen wat door de middeleeuwse straatjes en over het supergezellige feestterrein.

In de loop van de middag, als de motoren weer terug zijn, is er een demonstratie motorbeheersing: ‘een stoere meid, weet hoe je je motorfiets berijdt’, zoiets. In één woord geweldig, wat een beheersing, alle stoere bikers worden volkomen van de sokken geblazen door deze onverschrokken lady….

Internationaal Motortreffen Mouzon

Een feestelijke dag, die eindigt met regen en onweer, ook niet verkeerd. Vanochtend na de koffie met een heerlijk temperatuurtje en wat miezerregen vertrokken uit Mouzon om na een prachtig tochtje in Sedan te eindigen. Even naar het Bureau de Tourisme gekuierd en de eerste indruk is een wat smoezelig stadje maar wel met een groot versterkt kasteel, dus morgen toch maar eens wat beter gaan kijken…

Dan ben je wel effe stil…

Commercy bekijken we vroeg in de ochtend. Het stadje wordt gedomineerd door het kasteel van Commercy, ooit de favoriete woonplek van Stanislas, jawel dezelfde die Nancy zijn grandeur bezorgde. Ook hier in Commercy is hij aardig bezig geweest, de stijl is ontegenzeggelijk dezelfde als in Nancy met voor het kasteel een prachtig plein en, in het geval van Commercy, een kaarsrechte laan vanuit het kasteel met een zichtlijn helemaal tot in het Foret de Commercy. Een mooie en indrukwekkende erfenis, behalve voor dit schepsel, die vindt het niks mooi en indrukwekkend, het is gewoon zijn laan en iedereen heeft daar maar rekening mee te houden…

Commercy

Later op de dag wordt het heter en heter en omdat het niks doen ons de neus uitkomt, verzinnen we dat het misschien lekker is om te fietsen. Er staat immers een windje, dus wie weet…. We pedaleren langs het kanaal en de originele Maas naar het nabij gelegen dorp Euville, bekijken de fraaie kerk en het stadhuis en komen al snel tot de conclusie dat dit echt helemaal geen succes is! De zon brandt overal doorheen lijkt het wel, dus we draaien om en racen in één streep terug naar de betrekkelijke ‘koelte’ van de Vader Knipmes. Helaas geen zwemwater in dit stukje kanaal… ’s Avonds worden we getrakteerd op regen en onweer, zo ontzettend welkom! De volgende dag is het aanzienlijk koeler en we gaan op weg naar Saint Mihiel. Net voor het stadje vinden we een steiger voor één bootje, we maken vast en kuieren naar het centrum. Saint Mihiel maakt zich op voor een grootse kermis, da’s duidelijk.

Wij bewonderen het ‘Sépulcrum’ van Ligier Richier, een majestueuze beeldengroep, die de graflegging van Jezus weergeeft. Richier werd in 1500 in St.Mihiel geboren, we bewonderden ook al een werk van hem in de kerk van Bar-le-Duc, ‘het skelet’. Bij gebrek aan marmer werkte hij met hout of, in deze twee gevallen, met het fijnkorrelige kalksteen dat hier voorkomt. Op wat aardige plekjes na, hebben we het in St.Mihiel toch al snel gezien. De volgende dag varen we langs de Saint Mihielse Dames de Meuse, 7 rotspartijen die zo’n 20 meter boven het landschap uitsteken (en daarmee toch een stuk minder indrukwekkend zijn dan hun noordelijker gelegen naamgenoten) richting Verdun. De sluisjes hier zijn handbediend, dus er is in de meeste gevallen werk aan de winkel. Het wordt zeer gewaardeerd als je af en toe helpt een deurtje open te draaien. Nodig is het lang niet altijd, in sommige gevallen staat ons een waar ontvangstcomité op te wachten!

In Verdun is het druk, de bootjes liggen veelal dubbel en soms zelfs driedik. Fred ziet al direct mogelijkheden bij het eerste het beste schip: een platbodem met een man alleen aan boord. Het blijkt een Canadees en hij vindt het geen probleem als we tegen hem aan komen liggen. Met de kuip van de drukte af, liggen we zo vrij als God in …jawel!

Port de plaisance, Verdun

Dat had mijn Fred effies snel in de smiezen! Verdun blijkt een mooie en gezellige stad met een heel wat minder mooie en gezellige erfenis: hier is tijdens de Eerste Wereldoorlog de Slag om Verdun uitgevochten. Werd Verdun zelf min of meer gespaard, de slagvelden ten noorden van de stad liegen er niet om.

Tijdens een wandeling door Verdun komen we bij de ondergrondse citadel. We kopen kaartjes en stappen in een treintje voor een soort theatervoorstelling over het leven en de verschrikkingen tijdens de ‘Vuile Oorlog’. Heel indrukwekkend en we besluiten de volgende dag de slagvelden te gaan bezoeken. Je kan er met een bus naartoe en eenmaal daar rijdt er elk uur een bus van het ene horrorverhaal naar het andere. Om bezienswaardigheden te zeggen klinkt toch echt te banaal in dit geval. Natuurlijk zijn forten en loopgraven overal zo’n beetje hetzelfde maar om een zó geteisterd landschap te zien met daarin nog de littekens van honderden, duizenden inslagen, onvoorstelbaar. Bomen, die stuk voor stuk echt niet ouder zijn dan 100 jaar, na de slag stond er in het hele gebied geen boom meer overeind, dat is allemaal behoorlijk indrukwekkend hoor. Negen dorpen die compleet weggevaagd zijn, met een hobbel-knobbel-landschap van de inslagen, waar voor die tijd gewoon boerderijen, woonhuizen en ambachtswerkplaatsen waren, het is echt niet te geloven en wat weten wij toch bedroevend weinig van die oorlog. Het Ossuarium van Douaumont, dat de ongeïdentificeerde resten herbergt van meer dan 130.000 Franse én Duitse soldaten. Resten die na de Slag om Verdun op het slagveld achterbleven en die hier op een wel zeer eerbiedwaardige manier geëerd worden…

Wij zijn diep onder de indruk en nemen ons voor om, eenmaal terug in Nederland, toch eens wat meer te lezen over deze oorlog in het algemeen en over de Slag bij Verdun in het bijzonder. Gelukkig is er ook op deze plek nog ruimte voor hoop: mijn held redt een vogeltje dat stom, stom, stom in een put terecht gekomen is!

P1230808

We laten hem (het vogeltje!) even op adem komen, proberen hem wat te laten drinken en zetten hem uiteindelijk op een takje in de schaduw in de hoop dat’ie het verder wel weer zal redden. Wij zitten aan ons plafond voor vandaag en nemen de bus terug naar Verdun en de Knipmes.

Maandag is, om één en ander te laten bezinken, tot schoon-schipdag gebombardeerd. En eigenlijk was het plan om ook dinsdag (14 juli!) in Verdun te blijven, teneinde van het vuurwerk op de kade te kunnen genieten. Maar ineens zijn we de drukte zat en als we er achter komen, dat de sluizen gewoon draaien ondanks deze nationale feestdag, is de beslissing snel genomen: we gaan weer een stukje verder! Door prachtig landschap dobberen we van handbediend sluisje naar handbediend sluisje,

P1230848

we passeren de wel allermooiste stuw die we tot nu toe gezien hebben en komen uiteindelijk in Dun-sur-Meuse aan, waar we een gastvrij onthaal vinden aan een steiger met nog plek genoeg voor ons drijvend huisje. Dun-sur-Meuse, dat gedomineerd wordt door het hooggelegen kerkje, waar zich ook de resten van een versterkt kasteel, ja zelfs van een gallo-romeinse vestiging bevinden. We gaan het zien maar dat is voor een volgende keer….

IJdele hoop en grote(re) rivieren

Het was in de 9e eeuw dat de bestuurders van 14 Franse, Lotharinger en Duitse provincies zich hier verzamelden. Drie franse koningen en zevenenvijftig bisschoppen zouden hier met elkaar de heersende politieke en religieuze geschillen voor eens en voor altijd de wereld uit helpen. Het monument om dit nobele streven te gedenken staat er nog, de rest is geschiedenis…

Foug, Savonnières

Donderdagochtend vroeg (‘the early bird catches the wurm’, merkt onze Engelse buurman jolig op) nemen we afscheid van Chris en Petra, waarmee we een wel zeer genoeglijke middag en avond op ons plekkie in de schaduw doorbrachten. Zij gaan linksaf, wij rechts en we hebben plannen om in een streep door naar Toul te varen, teneinde morgenochtend vroeg de broodnodige inkopen te doen. Zoals wel vaker wordt ook dit plannetje al snel om zeep geholpen en wel doordat we een steigertje voor één scheepje in een baaitje ontdekken. Een steigertje van waar af we bovendien heerlijk in de Moezel kunnen zwemmen.

P1230476

We blijven daar een nachtje en genieten met volle teugen, samen met een deel van de plaatselijke jeugd. De volgende ochtend maken we een wandelingetje langs het oude kanaal – dat in Liverdun dus door de tunnel voerde – om brood te halen in het 2,5 kilometer verderop gelegen dorpje Villey-Saint-Etienne. Over de heuvelrug wandelen we terug en dan is het toch echt tijd om los te gooien en op Toul aan te gaan. Het ge-echo in de koelkast is met geen mogelijkheid nog langer te negeren!

Sluisje bij Toul

In Toul vinden we ons plekkie van de vorige keer nog vrij en de havenmeester vindt het een uitstekend idee als we daar weer domicilie kiezen. De middag en avond brengen we in gepaste rust door om de volgende ochtend een wandeling langs de vestingen te maken.

Toul

We zijn precies op tijd terug als de winkels openen en slaan grof in om voorlopig zonder winkels te kunnen. Als alles weggeruimd is, gooien we los en laten de drukke en warme stad snel achter ons. We vinden een ‘onbewoond’ eilandje voor de tunnelingang van Foug en nestelen ons zonder dralen in de schaduw van de anderhalve boom die het eiland rijk is. Dorus verwennen we door het opblaasbadje neer te zetten en hondenijsjes te maken, onszelf door regelmatig in het glasheldere water te plonzen. Zo komen we de rest van de dag wel door en de daaropvolgende dag ook.

’s Avonds verleggen we de Knipmes naar de vaste wal, zodat we Dorus kunnen uitlaten en vroeg in de ochtend een stevige wandeling kunnen maken. Een wandeling waarbij we dus langs bovengenoemd monument komen en een broodje kopen in Foug. ’s Avonds krijgen we gezelschap van een Belgische binnenvaartschipper, die zijn bezorgdheid uitspreekt over de staat van onderhoud van de Franse kanalen en hoe lang dit nog zo door kan gaan. Hij is minder beladen dan hij zou moeten zijn en nog kan hij eigenlijk alleen in het midden van het kanaal varen. Een gezellige man, die dit tripje naar Nancy en Koblenz voor de afwisseling heeft aangenomen. Normaal gesproken vaart hij tussen Gent en Parijs over het Canal du Nord – een echte, maar ook saaie binnenvaartverbinding. Hier op het Canal de la Marne au Rhin, was hij voor het laatst een jaar of acht geleden en hij is echt onder de indruk van de veranderingen qua onderhoud en scheepvaartgebruik. Zelfs plezierbootjes zijn zoveel minder geworden, volgens hem. Daar kunnen wij niet veel van zeggen, want vergelijk hebben wij niet maar dat het heel rustig is met plezierbootjes, dat verbaast ons ook wel. De volgende ochtend vertrekt hij als wij erop uit trekken. We gaan een wandeling maken door het Val de l’Ane en dachten we eerst dat dit iets met ezels te maken had (ane is ezel in het frans) niets is minder waar. Het woord Lan was het Keltische woord voor vlakte, de wandeling voert ons dus niet langs ezels maar door het grote, vlakke dal. Met dit grote, hoefijzervormige, vlakke dal is trouwens nog iets bijzonders aan de hand: duizenden en duizenden jaren geleden stroomde de Moezel hier tussen Foug en Pagny-sur-Meuse in de Maas! De Moezel was toen dus qua lengte een riviertje van niks en is pas later veel groter gegroeid doordat het – om wat voor reden dan ook – zijn loop verlegde en zich uiteindelijk pas honderden kilometers verder verloor in de Rijn. Door dat grote, vlakke dal waar ooit de Moezel stroomde, raast nu verkeer over de immer drukke N4…

Val de l'âne

Wij hebben er uiteindelijk niet veel last van en genieten van zonnebloem- en klaproosvelden. Van koffie op een boomstammetje en twee oude mannetjes met een nog veel ouder trekkertje, die hun wintervoorraad hout veilig gaan stellen. Dorus geniet van een beekje dat uitstroomt in een meertje op de plek waar in de tijd van de gallo-romeinen al bewoning was en geef ze eens ongelijk. Toen was van die hele N4 nog geen sprake natuurlijk!

Eenmaal terug bij de Knipmes gooien we los en roepen de sluis op om ons groen licht voor de tunnel te geven. Wat we ook roepen, er komt geen enkele reactie. Dan de telefoon maar. Ook daar wordt zelfs na herhaaldelijke pogingen niet op gereageerd. Vanuit het sluiswachtershok heeft men vrij zicht op de ingang van de tunnel maar van enig teken van leven is geen sprake. We keren om, varen naar de sluis en ik ga maar eens poolshoogte nemen. Er zit een studente in een knus en gezellig hoekje weet ik het wat te doen maar niet op te letten en als ik van onze verwoede contactpogingen verhaal, zegt zij doodleuk dat zij wel een telefoon heeft maar dat die het misschien niet doet en de marifoon, dáárvan heeft zij geen kaas gegeten. Ik suggereer maar niet meer dat zij misschien af en toe eens naar buiten zou kunnen kijken en ben al blij dat zij de tunnellichten voor ons op groen zet. Dat ze daarbij vergeet de tunnelverlichting ook aan te zetten, merken we pas als we weer voor de tunnel dobberen en om dan heel die martelgang opnieuw door te maken; we doen het wel zonder verlichting! Het lukt en zonder kleerscheuren komen we aan de andere kant en wat later bij de ingang van het Canal de l’Est oftewel het kanaal van de Maas. De eerste kennismaking is niet hoopgevend, want het sluisje zit pal naast een – in mijn ogen – witwasinstallatie: alles maar dan ook alles is wit!

P1230601

Gelukkig is dit niet tekenend voor de rest van het kanaal, want al snel genieten we weer van natuur en zelfs van af en toe een ijsvogeltje. Na vier ‘normale’ sluisjes komen we in Commercy aan,

Canal de l'Est

waar we het laatste plaatsje aan de steiger bezetten. En wonder boven wonder ook nog het plaatsje met de meeste schaduw en dat kunnen we nog steeds heel goed gebruiken. Was het vandaag een aangename 28 graden, voor morgen wordt weer 36 verwacht en dan ben je maar wát blij met zo’n plekje!