Van Antwerpen naar Brussel met een verwend hondje…

Maandag lijkt zo’n dag te worden, zo’n dag die je beter overslaat. Om te beginnen hebben we even de vuilwatertank niet in het snotje gehouden met als gevolg dat, als ik maandagochtend vroeg nog snel een wasje draai, er binnen de kortste keren een paar centimeter vuilwatertankwater op de toiletvloer staat…. De Kattendijksluis kunnen we – weer – niet gebruiken of we moeten er aardigheid in hebben om daar drie uur te wachten alvorens de sluisdeuren open kunnen ivm de waterstand van de Schelde. Nou nee, dan maar de Royersluis. Om half twaalf heeft de havenmeester een afspraak met de brugwachter gemaakt om de eerste van de twee bruggen naar voornoemde sluis te draaien. Als we opschieten kunnen we nog mee met een schutting maar de brugwachter laat lekker op zich wachten en moet dan vervolgens ook nog naar de volgende brug rijden. Wij liggen op hete kolen te dobberen voor de laatste brug: zullen we de sluis nog kunnen halen?? Als de brug draait en we er onderdoor passen, piepen we er snel doorheen met als gevolg een (bijna) bekeuring van de langzame maar snel geïrriteerde brugwachter…. In de Royersluis is het superlastig vastmaken. Ik klim op het kajuitdak om erbij te kunnen en als het lijntje – eindelijk – om de bolder zit, vindt de sluiswachter het een beter idee als we vastmaken aan het vrachtschip dat naast ons ligt. Het vrachtschip, waarvan de schipper buiten op gemak mijn getob heeft staan volgen, gggrrrr…. Als we de Royersluis uitvaren, begrijp ik de opmerking van de havenmeester over geen geld voor onderhoud maar wel voor prestigieuze (haven)projecten. Gelukkig blijkt het een wat ongelukkig begin van een verder heerlijke dag en weer helemaal tevreden nemen we afscheid van Antwerpen; we worden zelfs uitgezwaaid!

Bij Rupelmonde draaien we de Rupel op. De Rupel, met haar twaalf kilometer lengte de kortste rivier van België. Een mooie getijdenrivier vinden wij en we zoeken een plekje aan de veersteiger bij Boom.

Het getijdeverschil is hier bijna zes meter en het water stroomt hoorbaar langs de romp van de Vader Knipmes. Grappig: we zien tijdens opkomend water een bal langsgaan, die we uren later met afgaand water ook weer terug zien komen! Bij Rumst, waar Zenne, Dijle en Nete samenkomen begint de Rupel om dus twaalf kilometer later haar einde in de Schelde te vinden.

Pontje over de Rupel

Dinsdag, op Jeroen’s verjaardag. nemen we het pontje naar Klein-Willebroek aan de overkant. Dorus wordt met twee koekjes op de heen- en twee koekjes op de terugweg schandalig verwend door de aardige veervrouw. En omdat het zulk prachtig weer wordt en we door zeer waterrijk gebied wandelen,

mag’ie ter verhoging van de feestvreugde ook nog eens heerlijk zwemmen in het water van de watersportbaan Hazewinkel. Klein-Willebroek is een aardig dorpje met alleen een café en een paar restaurantjes.

Klein Willebroek

Morgen willen we door de sluis van Klein-Willebroek om richting Zeekanaal Brussel-Schelde te varen. De volgende dag begint mistig

De Rupel

en we lopen met Dorus langs een mystieke Rupel alvorens contact te zoeken met de sluiswachter. De doorvaart door de sluis levert geen problemen op,

Sluis Klein-Willebroek

wél weer twee koekjes voor ons inmiddels behoorlijk verwende, harige monstertje. Al snel varen we op een superrustig Zeekanaal naar de mooie hefbrug van Willebroek, die voor ons geheven moet worden.

Hefbrug Willebroek

Heel rustig en relax dobberen we op die manier richting Brussel, waar we om ongeveer één uur vastmaken in de Bruxelles Royal Yacht Club.

Bruxelles Royal Yacht Club

Een royal yacht zal je hier vergeefs zoeken, die is hier zelfs nog nooit geweest, maar toch…! We betalen voor een week en kijken nu al uit naar een hernieuwde kennismaking met de hoofdstad van België!!