Dan ben je wel effe stil…

Commercy bekijken we vroeg in de ochtend. Het stadje wordt gedomineerd door het kasteel van Commercy, ooit de favoriete woonplek van Stanislas, jawel dezelfde die Nancy zijn grandeur bezorgde. Ook hier in Commercy is hij aardig bezig geweest, de stijl is ontegenzeggelijk dezelfde als in Nancy met voor het kasteel een prachtig plein en, in het geval van Commercy, een kaarsrechte laan vanuit het kasteel met een zichtlijn helemaal tot in het Foret de Commercy. Een mooie en indrukwekkende erfenis, behalve voor dit schepsel, die vindt het niks mooi en indrukwekkend, het is gewoon zijn laan en iedereen heeft daar maar rekening mee te houden…

Commercy

Later op de dag wordt het heter en heter en omdat het niks doen ons de neus uitkomt, verzinnen we dat het misschien lekker is om te fietsen. Er staat immers een windje, dus wie weet…. We pedaleren langs het kanaal en de originele Maas naar het nabij gelegen dorp Euville, bekijken de fraaie kerk en het stadhuis en komen al snel tot de conclusie dat dit echt helemaal geen succes is! De zon brandt overal doorheen lijkt het wel, dus we draaien om en racen in één streep terug naar de betrekkelijke ‘koelte’ van de Vader Knipmes. Helaas geen zwemwater in dit stukje kanaal… ’s Avonds worden we getrakteerd op regen en onweer, zo ontzettend welkom! De volgende dag is het aanzienlijk koeler en we gaan op weg naar Saint Mihiel. Net voor het stadje vinden we een steiger voor één bootje, we maken vast en kuieren naar het centrum. Saint Mihiel maakt zich op voor een grootse kermis, da’s duidelijk.

Wij bewonderen het ‘Sépulcrum’ van Ligier Richier, een majestueuze beeldengroep, die de graflegging van Jezus weergeeft. Richier werd in 1500 in St.Mihiel geboren, we bewonderden ook al een werk van hem in de kerk van Bar-le-Duc, ‘het skelet’. Bij gebrek aan marmer werkte hij met hout of, in deze twee gevallen, met het fijnkorrelige kalksteen dat hier voorkomt. Op wat aardige plekjes na, hebben we het in St.Mihiel toch al snel gezien. De volgende dag varen we langs de Saint Mihielse Dames de Meuse, 7 rotspartijen die zo’n 20 meter boven het landschap uitsteken (en daarmee toch een stuk minder indrukwekkend zijn dan hun noordelijker gelegen naamgenoten) richting Verdun. De sluisjes hier zijn handbediend, dus er is in de meeste gevallen werk aan de winkel. Het wordt zeer gewaardeerd als je af en toe helpt een deurtje open te draaien. Nodig is het lang niet altijd, in sommige gevallen staat ons een waar ontvangstcomité op te wachten!

In Verdun is het druk, de bootjes liggen veelal dubbel en soms zelfs driedik. Fred ziet al direct mogelijkheden bij het eerste het beste schip: een platbodem met een man alleen aan boord. Het blijkt een Canadees en hij vindt het geen probleem als we tegen hem aan komen liggen. Met de kuip van de drukte af, liggen we zo vrij als God in …jawel!

Port de plaisance, Verdun

Dat had mijn Fred effies snel in de smiezen! Verdun blijkt een mooie en gezellige stad met een heel wat minder mooie en gezellige erfenis: hier is tijdens de Eerste Wereldoorlog de Slag om Verdun uitgevochten. Werd Verdun zelf min of meer gespaard, de slagvelden ten noorden van de stad liegen er niet om.

Tijdens een wandeling door Verdun komen we bij de ondergrondse citadel. We kopen kaartjes en stappen in een treintje voor een soort theatervoorstelling over het leven en de verschrikkingen tijdens de ‘Vuile Oorlog’. Heel indrukwekkend en we besluiten de volgende dag de slagvelden te gaan bezoeken. Je kan er met een bus naartoe en eenmaal daar rijdt er elk uur een bus van het ene horrorverhaal naar het andere. Om bezienswaardigheden te zeggen klinkt toch echt te banaal in dit geval. Natuurlijk zijn forten en loopgraven overal zo’n beetje hetzelfde maar om een zó geteisterd landschap te zien met daarin nog de littekens van honderden, duizenden inslagen, onvoorstelbaar. Bomen, die stuk voor stuk echt niet ouder zijn dan 100 jaar, na de slag stond er in het hele gebied geen boom meer overeind, dat is allemaal behoorlijk indrukwekkend hoor. Negen dorpen die compleet weggevaagd zijn, met een hobbel-knobbel-landschap van de inslagen, waar voor die tijd gewoon boerderijen, woonhuizen en ambachtswerkplaatsen waren, het is echt niet te geloven en wat weten wij toch bedroevend weinig van die oorlog. Het Ossuarium van Douaumont, dat de ongeïdentificeerde resten herbergt van meer dan 130.000 Franse én Duitse soldaten. Resten die na de Slag om Verdun op het slagveld achterbleven en die hier op een wel zeer eerbiedwaardige manier geëerd worden…

Wij zijn diep onder de indruk en nemen ons voor om, eenmaal terug in Nederland, toch eens wat meer te lezen over deze oorlog in het algemeen en over de Slag bij Verdun in het bijzonder. Gelukkig is er ook op deze plek nog ruimte voor hoop: mijn held redt een vogeltje dat stom, stom, stom in een put terecht gekomen is!

P1230808

We laten hem (het vogeltje!) even op adem komen, proberen hem wat te laten drinken en zetten hem uiteindelijk op een takje in de schaduw in de hoop dat’ie het verder wel weer zal redden. Wij zitten aan ons plafond voor vandaag en nemen de bus terug naar Verdun en de Knipmes.

Maandag is, om één en ander te laten bezinken, tot schoon-schipdag gebombardeerd. En eigenlijk was het plan om ook dinsdag (14 juli!) in Verdun te blijven, teneinde van het vuurwerk op de kade te kunnen genieten. Maar ineens zijn we de drukte zat en als we er achter komen, dat de sluizen gewoon draaien ondanks deze nationale feestdag, is de beslissing snel genomen: we gaan weer een stukje verder! Door prachtig landschap dobberen we van handbediend sluisje naar handbediend sluisje,

P1230848

we passeren de wel allermooiste stuw die we tot nu toe gezien hebben en komen uiteindelijk in Dun-sur-Meuse aan, waar we een gastvrij onthaal vinden aan een steiger met nog plek genoeg voor ons drijvend huisje. Dun-sur-Meuse, dat gedomineerd wordt door het hooggelegen kerkje, waar zich ook de resten van een versterkt kasteel, ja zelfs van een gallo-romeinse vestiging bevinden. We gaan het zien maar dat is voor een volgende keer….