Overzicht, inzicht en doorzicht…

Overzicht: in vroeger jaren een van de belangrijkste wapens in de strijd tegen de alomtegenwoordige vijand. Kon je als machthebber in een bepaald gebied een berg- of heuveltop veroveren en daarop vervolgens een burcht of kasteel bouwen, nou dan was je spekkoper! Je zag de vijand daarna immers van verre aankomen en je dwong de lagere standen om tegen je op te kijken, in ieder geval alvast letterlijk. Effe heel kort door de bocht dit maar in principe niet onwaar…

De Moezel bij Pont-a-Mousson

Pont-a-Mousson, onze eerstvolgende halte na Millery. De naam stelt ons in eerste instantie voor een raadsel: is de Mousson een riviertje of wat? Dan komen we er achter dat op de heuveltop, die over het stadje uitkijkt, een dorpje Mousson ligt en laat daar nou zo’n kasteel gestaan hebben! Pont-a-Mousson stelde in vroeger dagen dus nog helemaal niks voor, alleen de brug over de Moezel om bij Mousson te komen was het vermelden waard! Grappig hoe zaken dan dus door de eeuwen heen veranderen. Tegenwoordig is Pont-a-Mousson een belangrijke stad voor het hele gebied en Mousson een dorpje van niks op een heuveltop met de resten van een roemrijk verleden.

Pont-a-Mousson, met zicht op Mousson en Eglise Saint-Martin

Als we Pont-a-Mousson bekeken hebben, willen we Mousson en die resten natuurlijk met eigen ogen aanschouwen. Dat dat ons wat zweetdruppeltjes gaat kosten nemen we op de koop toe en het eerste stuk van de klim tot aan de ‘rode bron’ blijft het daar dan ook bij.

Pont-a-Mousson, Fontaine Rouge

Daarna raken we het spoor bijster en verzeilen diep in het bos, waar van een pad geen sprake meer is. Via prikkeldraad en een tweetal weilandjes komen we uiteindelijk gepokt en gemazeld toch weer op een weggetje uit. Als we dit omhoog volgen bereiken we uiteindelijk Mousson. Een slaperig, schilderachtig dorpje in de schaduw van de restanten van het Chateau de Mousson. Met een loslopend schaap én met prachtige vergezichten over Pont-a-Mousson en omgeving! We kuieren wat rond en fantaseren wat ik net vertelde zodoende even bij elkaar.

Tijdens de afdaling komen we een groep schoolkinderen tegen en weer verbaast het ons hoe dat hier in Frankrijk aan toe gaat. Om 11 uur, bijna op het heetst van de dag, deze kilometerslange klim met een groep kinderen van zo rond de 7, 8 jaar ondernemen; wij zien dat in Nederland nog niet gebeuren en mocht iemand de euvele moed hebben om zoiets wel te proberen, dan staat binnen de kortste keren waarschijnlijk de halve oudercommissie te blèren dat hun schaapjes de volgende keer toch echt met de auto gebracht moeten worden! Hier lijkt dat toch ietsje anders te liggen.

P1230318

Inzicht: krijgen wij dus (eindelijk en, wees gerust maar héél gedeeltelijk!) in Pont-a-Mousson. Ons Moezelplan wordt eens kritisch onder de loep genomen en we raken overtuigd van het niet-slakkengangerige dat dit plan zal gaan inhouden. Als we de Moezel tot aan Koblenz willen afvaren, dan omkeren om de Saar op te varen en dan misschien nog naar Straatsburg én als we dat op onze geliefde slakkengang-manier willen doen, dan wordt het ver in het najaar voordat we eindelijk weer eens in Nederland belanden. Daardoor komt ons volgend plan, namelijk om de Knipmes in het najaar uit het water te halen en zijn onderwatergebeuren eens lekker te verwennen, dusdanig in het gedrang dat we twee dingen kunnen doen: nu omdraaien en nog heerlijk van het onbekende stukje Moezel tussen Pompey en Toul genieten en aansluitend van net zo’n onbekend stukje Maas om ons vervolgens heel relax af te laten zakken naar ‘les Pays Bas’, of doorgaan en dan dus hoogstwaarschijnlijk uiteindelijk in gejak eindigen (iets wat indruist tegen alles wat ons lief is) en pas volgend jaar aan het verwennen van de onderkant van ons Knipmessie toekomen. De keus is snel gemaakt en uiteindelijk voelt het voor ons allebei beter.

De Moezel bij Pont-a-Mousson

De Moezel loopt niet weg tenslotte en het moet allemaal wel een aardigheidje blijven! Gevolg is dat we besluiten om de volgende dag Pont-a-Mousson op dezelfde manier te verlaten als we gekomen zijn. Dat is dan maar voor een stukje, daarna wachten ons toch weer gedeeltelijk nieuwe waterwegen. Op de valreep vaart een Fransman, die in de box naast ons wil gaan liggen maar door de akelige zijwind de controle kwijtraakt, een echt lelijke kras in onze geliefde schuit. Tot op het kale staal, da’s niet leuk en ook nog lelijk in het zicht. Vervelend gedoe volgt maar daar gaan we jullie niet mee lastig vallen.

P1230343

Van Pont-a-Mousson varen we naar Pompey, een langgerekt stadje op een heuvelrug dat ooit ook werd bekroond door een versterkt kasteel. De volgende ochtend wandelen we vroeg de heuvel op om de restanten van deze, ook weer vergane, glorie te zoeken. We vinden het wel maar van enige glorie, al was het maar in de vorm van glorieuze uitzichten, is in dit geval geen sprake meer: de natuur heeft al bijna gewonnen!

Ruïnes Chateau de Pompey

Terug bij de Knipmes gooien we los om in een prachtig baaitje bij Liverdun weer vast te maken. Liverdun, een schilderachtig gelegen stadje, gedrapeerd op en rond de uitloper van een heuvelrug. Liverdun, waar we deze eerste hittegolf-dagen dus door gaan brengen. We staan om 6 uur ’s ochtends op om toch nog wat in de omgeving te wandelen, waarna we Dorus nog even laten zwemmen om dan de rest van de dag heerlijk in de schaduw, ‘dolce far niente’ door te brengen.

Liverdun

Totdat het in de avond weer voldoende afgekoeld is voor nog een wandelingetje en een zwempartij voor Dorus. Tijdens een wandelingetje ontdekken we de overgroeide ingang van wat vroeger een tunnel geweest moet zijn en als we bij het Office de Tourisme navraag doen, blijkt dat er een tunnel voor de scheepvaart onder Liverdun door loopt! De Moezel was woest, er was een kanaaltje en de tunnel diende om de enorme bocht die de Moezel hier maakt af te snijden. Een tunnel die nu niet meer gebruikt wordt omdat heden ten dage de Moezel door grote sluizen getemd is en de scheepvaart niet meer door dit kanaaltje en tunneltje zou passen. We krijgen een wandeling die ons de sporen van dit verleden zal laten zien en dat klopt helemaal. Bovendien laat de supervriendelijke dame ons een foto zien van het aquaduct dat de scheepvaart toentertijd over de Moezel naar het vervolg van het kanaal leidde. Een aquaduct dat nu dus verdwenen is. Tijdens de wandeling in de vroege ochtenduren komen we bij de brug die over het kanaal lag. Nu overbrugd hij slechts een braakliggend stuk grond én de toegang voor ons om eens bij de ingang van de tunnel te gaan kijken. Bijzonder om hier te lopen waar vroeger scheepjes naar de tunnel voeren.

Doorzicht: krijgen we bij de ingang van de tunnel, die helaas door een hek afgesloten is. Doorzicht onder Liverdun dus, als het ware. De tunnel is niet lang, want gegraven onder het smalste gedeelte van Liverdun. We zien licht aan het eind van de tunnel en da’s altijd mooi natuurlijk! We mijmeren wat en lopen terug naar de brug om, op de plaats waar vroeger de schepen moesten wachten op hun doorgang, een behoorlijk aantal teken te verwijderen die we in dat kleine stukje ‘kanaal’ opliepen. Hoogste tijd voor koffie langs de Moezel en een wel zeer minutieuze inspectie van Dorus en van ons, want teken: die motten we niet!!

Liverdun, Chateau de la Flie

Plannen aan de wandel

Dat onze Knipmes in Toul veilig tegen een grote jongen aan geparkeerd ligt, is helemaal goed. Het plan is namelijk om hier een autootje te huren, teneinde ‘alle’ kinderen en kleinkinderen in een dag of vier met een bezoek te vereren. Dinsdag en woensdag gebruiken we om Toul te bekijken en een en ander te regelen. Toul blijkt van oudsher een versterkte garnizoensstad en nog steeds is er een garnizoen gelegerd en wordt er druk geoefend en opgeleid. De versterkingen zijn ooit door (hoe kan het anders en wat heeft die man gigantisch veel gedaan in zijn leven!) Vauban gemoderniseerd. Het interieur van de kerk is bijzonder, de binnentuin te bezoeken. De parochiekerk is nog niet te bezoeken, alleen in de zomermaanden. Die binnentuin schijnt mooier te zijn en in de zomermaanden is er ’s avonds een klank- en lichtspel. Gelukkig komen we nog terug in Toul, we vinden het een gezellige stad, die zeker nog een nadere kennismaking verdient.

Donderdagochtend halen we de huurauto op, oliën de vloer en gaan vervolgens op weg naar Nederland. Eerst naar Zonnemaire, daar blijven we een nachtje en genieten van de verhalen van Digna en Milan en de volgende ochtend ook nog even van een bakkie gezelligheid bij oma’tje Stoel. Vervolgens naar Scheveningen, Delft en ’s-Gravenzande om bij te kletsen en onze kleine mannetjes uitgebreid te knuffelen. Zaterdag blijkt Vlaggetjesdag in Scheveningen, we gaan er met elkaar naartoe en genieten, dan wel niet van nieuwe maar toch, van een harinkje of wat. De beste proeven we van de op één na beste haringschoonmaker van Scheveningen – onbetwist de beste is ons aller Jeroen tenslotte!

Zondag passen we op de mannetjes en trekken naar de Waterspeeltuin in de Delftse Hout. Helemaal heerlijk en we komen moe maar voldaan terug, waarna de mannetjes een poosje gaan slapen, wij een bakkie drinken met Jeroen en Anja en het daarna alweer tijd is om te vertrekken… Het was een hele reis maar voor driehonderd procent de moeite waard, we zijn weer helemaal opgeladen van alle hartelijkheid en kunnen er weer een poosje tegen…

P1220894

Maandag doen we nog snel even inkopen met de tuut voordat we hem weer inleveren. Als alle wasjes zijn gedraaid en de watertank weer is gevuld, gooien we los om Toul te verlaten. Ondertussen heeft zich een dilemma voorgedaan: de weg naar Straatsburg blijkt tot half juli geblokkeerd, dus wat gaan we doen. Gaan we liggen steigeren voor de blokkade of gaan we, geheel nieuw plan maar ook niet onaardig, de Moezel op om via de Saar terug te keren op het Marne-Rijnkanaal en dan nog eens te bekijken hoe het met de stremming zit en of we nog tijd, zin en gelegenheid hebben voor Straatsburg? Strak plan lijkt ons maar omdat er voor die route ook nog wat stremmingen zijn, gaan we eerst een stukje de Moezel stroomopwaarts volgen om daarna via het omleidingskanaal richting Nancy te varen. Al doende komen we dan weer op het Marne-Rijnkanaal dat ons rechtsaf richting Straatsburg zou voeren maar dat we nu dan dus linksaf op zouden moeten varen richting de Moezel. Oké, hier ligt een plan, dat gaan we doen.

Toul

We varen onder de verdedigingswerken van Toul door richting de Moezel en komen dan bij de kleine sluis die ons werkelijk de Moezel op zal helpen. Kleine sluis geldt dan voor lengte en breedte, niet voor hoogte want met zijn zes á zeven meter een aanzienlijk stijgingsniveau. We moeten het met een lijntje doen, de bolders liggen te ver uit elkaar om de strijd met de gebruikelijke twee lijnen aan te gaan. Echter, is het in kleine sluisjes vaak superhard werken, hier lukt het omhoog gaan met twee vingers in onze neusjes, zo rustig en relax. Daarna ligt een stuk Moezel voor ons open en het is gelijk al heel mooi.

De Moezel bij Toul

Bij de sluis van Villey-le-Sec vinden we een prima afmeerplek om nog eens even in rust en stilte na te genieten van het heerlijke weekend. De volgende dag staat een wandeling langs een oud spoorlijntje op het program. Een oud spoorlijntje dat we toch maar beter niet volgen, want dat helemaal overwoekerd blijkt. Gelukkig loopt er tussen spoorlijn en Moezel nog een beter begaanbaar pad dat we dus maar kiezen.

Pierre la Treiche

Bij Pierre-la-Treiche vinden we niet alleen het spoorlijntje (inclusief vroeger stationnetje) terug maar ook de grotten van Pierre-la-Treiche, waar het hele gewandel dus eigenlijk om begonnen was. We waren al bang dat we die grotten nooit zouden ontdekken omdat we niet langs het spoortje wandelden maar gelukkig blijkt niks minder waar! We dwalen wat rond en wandelen daarna door het Bois Gaillard terug in de richting van Villey-le-Sec. Onderweg vinden we de restanten van een oude kruitfabriek inclusief ondergrondse opslagplaatsen. Bij Villey-le-Sec bevinden zich diverse forten, wat dus de aanwezigheid van de kruitfabriek direct verklaart. Na Villey-le-Sec dalen we weer af naar het niveau van de Moezel, waar onze Knipmes nog vredig ligt te dobberen.

De volgende dag varen we verder maar maken voor brood een tussenstop in Maron. Daar ontdekken we en passant een schitterend mooi lavoir, waar in vroeger dagen door alle dorpsgenoten de was werd gedaan.

Lavoir Maron

Via een prachtige route, met ter hoogte van Neuves-Maisons toch wat industrie, komen we uiteindelijk in Richardménil aan. Richardménil dat hooggelegen over alles uitkijkt en ons uitzicht vanaf de Knipmes bepaalt. Enig nadeel is dat we voor brood en overige boodschapjes steeds een enorm steile klim voor onze kiezen krijgen maar ja, goed voor de conditie, zullen we maar denken!

Richardmenil

Vrijdag wandelen we langs de Moezel, haar meren, het kanaal en de Madon. Een heerlijke wandeling over vlakke paden, die ons weer terug in Neuves-Maisons brengt. Hier steken we de Moezel over naar Pont-St-Vincent en krijgen een mooie zicht op de Moezel en het kanaal daarnaast.

Een stukje na Maron eindigde het bevaarbare gedeelte van de Moezel en zijn we op het kanaal terecht gekomen. Het kanaal dat nu Canal des Vosges blijkt te heten… Door bos en over slingerende landweggetjes komen we in Méréville, waar we de Moezel weer oversteken om langs het kanaal weer in Richardménil te verzeilen. Zaterdag gooien we los en gaan via het verbindingskanaal inclusief sluizentrap op weg naar Nancy en de Moezel. Plannen zijn er om veranderd te worden, tenslotte…

Sluizentrap Verbindingskanaal Nancy