Een pareltje…

Soms, heel soms kom je terecht op een plekje, zó onverwacht, zó mooi en zó rustgevend dat je het best een pareltje mag noemen. Dat pareltje is het Arboretum van Wespelaar.

Veuls te weinig open, want maar twee keer in de week, op zondag en woensdag. In het verleden echter alleen op afspraak, dus dit is al een verbetering.

Als je op een van die dagen toevallig in de buurt bent, echt gaan, het is zó de moeite waard! Wij komen er na een snikhete dag, gevolgd door een regen- en onweersnacht. Het belooft een paar uur droog te worden vanaf 10 uur, dus we wagen het erop.

We hebben geluk, het blijft uren aan een stuk droog, dus tijd genoeg om op gemak te genieten. Er zijn door het hele Arboretum geen verharde paden, je mag gewoon over het gras lopen om alle prachtige bomen, struiken en bloemen te bewonderen.

Nou is door nat gras banjeren met mijn zomerse schoentjes niet echt aangenaam. Wat wèl heel aangenaam is, is met blote kakkies over gras en mos struinen en dat doe ik dus het hele park door!

Alleen op stukken waar eiken en sparren ruimhartig met hun oogst gestrooid hebben is het ietsje minder, een beetje pijnlijk zelfs, maar voor het overige….heerlijk! Op wat onderhoudsmensen na zijn wij de enigen in het hele park en we zien bomen en struiken die we nog nooit eerder zagen met bijzondere bloeiwijzen.

Hortensia’s zijn er ook ruimschoots in vele variëteiten, prachtig. Vooral de pluimhortensia Brussel’s Lace en eentje met iets van sterretjes in de naam vonden wij bijzonder.

Eenmaal terug bij het terras, besluiten we tot nog even een kopje koffie

maar niet nadat ik mijn hoefjes schoongespoeld heb in de fontein.

Er werd nog heel wat afgewandeld en zagen we op een vorige wandeling niet veel van de hier ooit florerende witlofteelt, een andere keer troffen we èn de witlofveiling,

het witlofmuseum

èn een restaurant waar men ooit alle denkbare variaties van witlof (witloof zegt men hier) serveerde. Zelfs tot witlofijs aan toe, horen we van welingelichte kringen.

Zo te zien zijn veiling, museum en restaurant helaas relicten van een bloeiend verleden. Tijdens onze wandelingen lijkt het erop dat het makkelijke geld van het verbouwen van mais het gewonnen heeft van het telen van de witloof, waar dit gebied ooit beroemd door was…

Op een mooie zondag fietsen we naar Melsbroek en komen langs een wei waar prachtige ezels staan. We raken aan de praat met de vrouw die de ezels verzorgt en zij vertelt dat deze ezels is geleerd met mensen om te gaan; mensen met een beperking kunnen hier met de ezels komen knuffelen en tuttelen. Het zijn prachtige dieren en vooral een groot, harig exemplaar trekt onze aandacht. Het blijkt een Âne de Poitou, een echte lieverd, volgens de verzorgster.

De dieren zijn wat van slag omdat er gisteren een feest is geweest en zij toen, geheel tegen de gewoonte in, op een andere wei hebben gestaan. Het voederritueel is daardoor vandaag ook wat anders dan anders en dat laat zich (heel grappig) aanzien.

Veel van de wandelingen die we de afgelopen tijd deden, bevinden zich min of meer in de nabijheid van Brussel’s Airport en dat laat zich, dan wel niet aanzien, maar des te beter aanhoren! Melsbroek blijkt bovendien ook nog bekend van haar militaire luchthaven.

Desondanks is het heerlijk wandelen hier overal. Heerlijk èn soms best humoristisch, echt Belgisch zou je kunnen zeggen!

Op een mooie avond ontsteken we een van de wegwerpbarbeque’s, die we meestal wel ergens weggestouwd hebben, en bakken zo het één en ander.

Een dikke, platte bolder dient, naar volle tevredenheid, als stabiele tafel en Fred bakt en braadt naar hartelust! Een mooie zonsondergang volgt en we genieten met volle teugen.

Waar we ook zo enorm van genieten is van het feit dat we hier in het Kanaal overal kunnen doen en laten wat we willen, ondanks dat we alleen met een paar lijntjes aan de kant vastzitten! We kunnen douchen en de wasmachine en de oven gebruiken zo vaak we willen en ondanks het feit dat we al zo’n 10 jaar op onze Knipmes wonen, blijven we dat toch zo heerlijk en bijzonder vinden! Daar hebben we hem tenslotte ooit voor gebouwd: om zoveel mogelijk onafhankelijk te kunnen zijn en overal de luxe te hebben van alle spullen te kunnen gebruiken, echt geweldig, nog steeds!

Op de warmste dag van deze periode, het is dan 31 graden, komt Agda met Spaans Waterhondje Leo ons opzoeken in Wijgmaal. Natuurlijk moeten de hondjes zwemmen. Geen moeite is Fred teveel en hij fabriceert met de loopplank een mooie zwemgelegenheid, want de kant is hier behoorlijk steil, zelfs voor twee enthousiaste hondjes! Het wordt een hilarisch gebeuren: hondje Leo vertrouwen we niet helemaal, die blijft achter iets aanzwemmen, ook als het hem niet lukt om dat te pakken te krijgen en we hebben geen zin en behoefte om hem ergens in de Schelde op te gaan halen, dus hij blijft aan een lange lijn, zodat we hem altijd weer kunnen binnenhalen. Door de steile kant staat Fred daar in zijn eentje te glibberen op gladde stenen met één hondje aan een lange lijn, één hondje, dat zo gemakkelijk de kant niet opkomt en twee balletjes die steeds buiten het bereik van Leo’s lijn drijven.

Agda en ik zitten bovenop de kant en geven volop adviezen, waar Fred dan weer enigszins kriegelig (kniftig, zou Anja zeggen) van wordt. Als ik ’s nachts op bed lig, zie ik het hele tafereel steeds weer voor me en lig te schuddebuiken van de lach, waar Fred dan ook weer enigszins kniftig van wordt!!

Inmiddels hebben we de rust van het kanaal geruild voor het levendige en rumoerige Leuven en zijn we helemaal klaar om nog een paar Hagelandse wandelingen aan ons lijstje toe te voegen! Bovendien, de trouwe lezer herinnert het zich misschien nog, dreigen we één dezer dagen de 1.000 wandelkilometers van 2017 aan te tikken!! Wat natuurlijk niet wil zeggen dat we dan stoppen met stappen…