Van de winter naar de lente….

Viert de winter in Maassluis hoogtij met vrieskou en sneeuw, zo gauw we Maassluis verlaten lijkt het de beurt aan de lente…

Niet gehinderd door de vrieskou maken we vanuit Maassluis een stevige wandeling door Midden-Delfland.

Een prachtig gebied waar het helaas bijna niet rustig wordt door de drukke snelweg van en naar Rotterdam. Desondanks toch een gebied dat zeer de moeite waard is om te voet te verkennen.

Als vrijdag en zaterdag de sneeuwdagen over Maassluis komen, verwelkomen we Digna en Milan met warmte, gezelligheid en erwtensoep. Zaterdagochtend heel vroeg vertrekken zij weer richting Schiphol om vandaar naar de jarige Richard in Warschau te vliegen. Zondag vieren we de 41e verjaardag van Joost, maandag komen schoonzusje en zwager nog even gezellig eten en dinsdag om 08.30 uur draaien de bruggen ons uitgeleide richting Nieuwe Waterweg.

Daar is het een drukte van belang met zee- en binnenvaartschepen in alle soorten en maten. Dankzij de onvolprezen verkeersbegeleiding sector Botlek (volgens ons op dit moment bevrouwd door Miranda, de dochter van Peter en Anita Bol),

bereiken we veilig en wel de Oude Maas waar het al wat rustiger wordt en daarna het Spui, dat we voor ons alleen hebben. Hoewel we steeds stroom tegen moeten trotseren, snort ons motortje rustig en kalm door. Langs Oud- en Nieuw Beijerland bereiken we het Haringvliet, nu nog slechts begeleidt door een stralende voorjaarszon.

Tiengemeten wordt gepasseerd – weer met dat dubbele gevoel dat ons hier altijd bekruipt. De boeren die het eiland in cultuur brachten en jaren- en jarenlang bewerkten moesten verdwijnen. Alles moest anders, Tiengemeten teruggegeven aan de natuur. In de achtergebleven boerderijen slapen nu natuurrecreanten of rusten vleermuizen.

Als we vastgemaakt zijn aan de binnenkant van de jachtensteiger bij de Volkeraksluizen, wandelen we langs de parallelweg (héél niet leuk) naar de overkant. De bedoeling om hier nog een wandeling te maken zetten we snel overboord. In het donker terug langs die weg lokt voor geen meter. We houden het bij een poosje het drukke sluizenbedrijf van dit enorme complex aanschouwen.

De nacht is helder en de te koop liggende schepen van de jachtmakelaar lichten fraai op in de lampen van de steiger.

De volgende dag wordt nog zonniger en we genieten – ondanks mijn opkomende griepje – van het tochtje naar onze geliefde Grevelingen. Ook Brouwershaven voelt weer als thuiskomen, zeker als blijkt dat zusje Lydia de koffie (mèt Zeeuwse bolussen) klaar heeft!!

We vinden een gastvrij plekje bij Ad en de gebroeders Van Ast, waarna we nog één keer moeten gaan verkassen. Er wordt gewerkt aan de kade in de oude haven van Brou en de kapitein van het werkschip, dat steeds heen en weer moet varen, vindt dat wij maar lastig liggen.

Eenmaal verhaalt, is ook hij tevreden en duik ik mijn bed in om die akelige griep eruit te zweten….

Duinen, stad en Haagsche Hopjes

In 1792 was aan de Haagse Laan van Meerdervoort de confiserie van Van Haaren & Nieuwerkerk gevestigd. In dat jaar kwam baron Hendrik Hop boven dit confiseurhuis wonen. Deze baron liet op een ‘kwade’ avond zijn koffie met suiker en room op de kachel staan. De volgende ochtend was zijn koffie gecarameliseerd. Toen zijn dokter de baron verbood nog langer koffie te drinken, herinnerde hij zich deze ‘kwade’ nacht en de gevolgen daarvan en vroeg zijn benedenbuurman voor hem deze ‘brokkenkoffie’ te maken. Zo ontstonden de befaamde Haagsche Hopjes, die in 1880 als zodanig geregistreerd werden. Haagse verhalen, Haagse geschiedenis, tijdens de wandelingen uit ons Haagse boekje komen we er zoveel tegen….

We wandelen in Moerwijk door woonwijken, parken en plantsoenen, langs een prachtige Hindoetempel

naar de kerk van Rijswijk, waar mijn persoonlijke geschiedenis de wandeling raakt. In deze kerk trouwde mijn opa op 65-jarige leeftijd na jaren weduwnaarschap met een Haagse dame. Hij verhuisde voor haar van het toen nog ultra-landelijke Leidschendam naar het Den Haag van de kopjes koffie en thee gebruiken in de stad.

Hij ging met haar – een lief mensje overigens – wonen op een bovenwoning, waar we ook langs wandelen en was daar, zoals ik me mijn opa herinner, niet echt gelukkig. Uiteindelijk vonden ze een benedenwoning met een tuintje voor en achter en dat kwam voor hem dichter in de buurt van hoe hij wilde leven. Ook langs dat huisje voert onze route, bijzonder om hier zoveel jaar na dato weer te wandelen. Opa overleed en omaatje Bresterstraat, zoals wij haar noemden, kwam jammerlijk om het leven toen ze ’s avonds laat terugkeerde van een bezoek aan vrienden. Voorbijgangers vonden haar, liggend in een groenstrook. Gelukkig was er geen misdaad in het spel, zij overleed aan een hartaanval…

We wandelen regelmatig langs het watertje de Laak, waaraan het Laakkwartier zijn naam dankt. Een nietig stroompje in al dit grootsteeds geweld. Via Haagse Hogeschoolgebied

komen we uiteindelijk bij het terrein van het vroegere slachthuis. In de jaren dat dat in bedrijf was, tussen 1911 en 1985, besloeg dit terrein al het enorme oppervlak van meer dan zeven hectare grond.

Er werd niet alleen geslacht maar ook vlees verwerkt. Bovendien verzorgde men de koeling van naast vlees, ook groente, fruit, zuivel en bloemen en werd ijs geleverd aan slagers in Den Haag en omgeving. Zelfs controlecentra voor slagerijen en supermarkten waren hier gevestigd en vielen onder de verantwoordelijkheid van het slachthuis.

Tegenwoordig is hier het stadsdeelkantoor gevestigd en een grootschalige woonwijk gecreëerd. Als we nog een stukje langs de Laak wandelen, komen we bijna vanzelf weer bij het futuristische station Moerwijk uit, waar we het trammetje terug naar Scheveningen nemen.

Op een druilerige zondag wandelen we door het Westduinpark naar De Vulkaan, vanwaar we een mooi uitzicht hebben op stad en omgeving.

Gedeeltelijk door de duinen en over het strand terug maken we er een mooi rondje van.

Een onverwachte maar gelukkig korte ziekenhuisopname gooit nog even roet in het eten. Van verdere Haagse wandelingen zal het niet meer komen, dat is jammer maar Den Haag loopt niet weg en wij hopen hier in het najaar weer terug te zijn, dus wat in het vat zit….

Op een druilerige en koude dinsdag gooien we los, zwaaien Scheveningen vaarwel en zetten koers naar Maassluis. Daar willen we nog een weekje domicilie kiezen in verband met feestelijke en minder feestelijke verplichtingen in de buurt. De tocht is saai en koud, het water van de Noordzee heeft een bijzondere kleur op deze dag.

Als we de Nieuwe Waterweg opdraaien, passeren we al snel de afmeerplaats van de Stena Line en aansluitend de Maeslantkering. Hier worden we ook even nieuwsgierig bekeken door een zeehondje, dat het al snel gezien heeft en weer onderduikt, weg van deze druilerige wereld.

Begeleid door de Verkeerscentrale is het een snelle en veilige tocht geworden en draaien we zonder problemen het havenkanaal van Maassluis in. Twee mannen die op de zeesleper Elbe aan het werk zijn, bekijken ons notedopje bewonderend en merken op dat het wel een fluisterboot lijkt, zo mooi rustig loopt ons motortje! Tsja, daar kunnen we dus alleen onze Jeroen van Jachtservice Scheveningen de credits voor geven en dat doen we natuurlijk van ganser harte! We zwaaien naar Peter Winnen, die bezig is op zijn schip en maken en passant een koffie-afspraak.

Dan moet de mast gestreken en aansluitend moeten een paar bruggen gepasseerd voordat we de binnen- en daarna de jachthaven bereiken waar we gastvrij worden ontvangen door de havenmeester en een best aardig plekje vinden om nog een weekje te bivakkeren. We verheugen ons op een paar wandelingetjes door en in de omgeving van het aardige stadje dat Maassluis is.

’s Avonds komen Jeroen en Anja nog even gezellig eten om te kijken of we wel een mooi plekje hebben èn om een beetje af te kicken. We zullen Jeroen’s bijna dagelijkse bezoekjes en de reuring aan de Scheveningse haven zeker missen om nog maar te zwijgen van de vlakbije aanwezigheid van Joost, Marjon, de mannetjes, zusjes, zwagers, neven, nichten, vrienden en bekenden…. Fijn om nog even in Maassluis – en dus toch min of meer in de buurt – te zijn!