IJdele hoop en grote(re) rivieren

Het was in de 9e eeuw dat de bestuurders van 14 Franse, Lotharinger en Duitse provincies zich hier verzamelden. Drie franse koningen en zevenenvijftig bisschoppen zouden hier met elkaar de heersende politieke en religieuze geschillen voor eens en voor altijd de wereld uit helpen. Het monument om dit nobele streven te gedenken staat er nog, de rest is geschiedenis…

Foug, Savonnières

Donderdagochtend vroeg (‘the early bird catches the wurm’, merkt onze Engelse buurman jolig op) nemen we afscheid van Chris en Petra, waarmee we een wel zeer genoeglijke middag en avond op ons plekkie in de schaduw doorbrachten. Zij gaan linksaf, wij rechts en we hebben plannen om in een streep door naar Toul te varen, teneinde morgenochtend vroeg de broodnodige inkopen te doen. Zoals wel vaker wordt ook dit plannetje al snel om zeep geholpen en wel doordat we een steigertje voor één scheepje in een baaitje ontdekken. Een steigertje van waar af we bovendien heerlijk in de Moezel kunnen zwemmen.

P1230476

We blijven daar een nachtje en genieten met volle teugen, samen met een deel van de plaatselijke jeugd. De volgende ochtend maken we een wandelingetje langs het oude kanaal – dat in Liverdun dus door de tunnel voerde – om brood te halen in het 2,5 kilometer verderop gelegen dorpje Villey-Saint-Etienne. Over de heuvelrug wandelen we terug en dan is het toch echt tijd om los te gooien en op Toul aan te gaan. Het ge-echo in de koelkast is met geen mogelijkheid nog langer te negeren!

Sluisje bij Toul

In Toul vinden we ons plekkie van de vorige keer nog vrij en de havenmeester vindt het een uitstekend idee als we daar weer domicilie kiezen. De middag en avond brengen we in gepaste rust door om de volgende ochtend een wandeling langs de vestingen te maken.

Toul

We zijn precies op tijd terug als de winkels openen en slaan grof in om voorlopig zonder winkels te kunnen. Als alles weggeruimd is, gooien we los en laten de drukke en warme stad snel achter ons. We vinden een ‘onbewoond’ eilandje voor de tunnelingang van Foug en nestelen ons zonder dralen in de schaduw van de anderhalve boom die het eiland rijk is. Dorus verwennen we door het opblaasbadje neer te zetten en hondenijsjes te maken, onszelf door regelmatig in het glasheldere water te plonzen. Zo komen we de rest van de dag wel door en de daaropvolgende dag ook.

’s Avonds verleggen we de Knipmes naar de vaste wal, zodat we Dorus kunnen uitlaten en vroeg in de ochtend een stevige wandeling kunnen maken. Een wandeling waarbij we dus langs bovengenoemd monument komen en een broodje kopen in Foug. ’s Avonds krijgen we gezelschap van een Belgische binnenvaartschipper, die zijn bezorgdheid uitspreekt over de staat van onderhoud van de Franse kanalen en hoe lang dit nog zo door kan gaan. Hij is minder beladen dan hij zou moeten zijn en nog kan hij eigenlijk alleen in het midden van het kanaal varen. Een gezellige man, die dit tripje naar Nancy en Koblenz voor de afwisseling heeft aangenomen. Normaal gesproken vaart hij tussen Gent en Parijs over het Canal du Nord – een echte, maar ook saaie binnenvaartverbinding. Hier op het Canal de la Marne au Rhin, was hij voor het laatst een jaar of acht geleden en hij is echt onder de indruk van de veranderingen qua onderhoud en scheepvaartgebruik. Zelfs plezierbootjes zijn zoveel minder geworden, volgens hem. Daar kunnen wij niet veel van zeggen, want vergelijk hebben wij niet maar dat het heel rustig is met plezierbootjes, dat verbaast ons ook wel. De volgende ochtend vertrekt hij als wij erop uit trekken. We gaan een wandeling maken door het Val de l’Ane en dachten we eerst dat dit iets met ezels te maken had (ane is ezel in het frans) niets is minder waar. Het woord Lan was het Keltische woord voor vlakte, de wandeling voert ons dus niet langs ezels maar door het grote, vlakke dal. Met dit grote, hoefijzervormige, vlakke dal is trouwens nog iets bijzonders aan de hand: duizenden en duizenden jaren geleden stroomde de Moezel hier tussen Foug en Pagny-sur-Meuse in de Maas! De Moezel was toen dus qua lengte een riviertje van niks en is pas later veel groter gegroeid doordat het – om wat voor reden dan ook – zijn loop verlegde en zich uiteindelijk pas honderden kilometers verder verloor in de Rijn. Door dat grote, vlakke dal waar ooit de Moezel stroomde, raast nu verkeer over de immer drukke N4…

Val de l'âne

Wij hebben er uiteindelijk niet veel last van en genieten van zonnebloem- en klaproosvelden. Van koffie op een boomstammetje en twee oude mannetjes met een nog veel ouder trekkertje, die hun wintervoorraad hout veilig gaan stellen. Dorus geniet van een beekje dat uitstroomt in een meertje op de plek waar in de tijd van de gallo-romeinen al bewoning was en geef ze eens ongelijk. Toen was van die hele N4 nog geen sprake natuurlijk!

Eenmaal terug bij de Knipmes gooien we los en roepen de sluis op om ons groen licht voor de tunnel te geven. Wat we ook roepen, er komt geen enkele reactie. Dan de telefoon maar. Ook daar wordt zelfs na herhaaldelijke pogingen niet op gereageerd. Vanuit het sluiswachtershok heeft men vrij zicht op de ingang van de tunnel maar van enig teken van leven is geen sprake. We keren om, varen naar de sluis en ik ga maar eens poolshoogte nemen. Er zit een studente in een knus en gezellig hoekje weet ik het wat te doen maar niet op te letten en als ik van onze verwoede contactpogingen verhaal, zegt zij doodleuk dat zij wel een telefoon heeft maar dat die het misschien niet doet en de marifoon, dáárvan heeft zij geen kaas gegeten. Ik suggereer maar niet meer dat zij misschien af en toe eens naar buiten zou kunnen kijken en ben al blij dat zij de tunnellichten voor ons op groen zet. Dat ze daarbij vergeet de tunnelverlichting ook aan te zetten, merken we pas als we weer voor de tunnel dobberen en om dan heel die martelgang opnieuw door te maken; we doen het wel zonder verlichting! Het lukt en zonder kleerscheuren komen we aan de andere kant en wat later bij de ingang van het Canal de l’Est oftewel het kanaal van de Maas. De eerste kennismaking is niet hoopgevend, want het sluisje zit pal naast een – in mijn ogen – witwasinstallatie: alles maar dan ook alles is wit!

P1230601

Gelukkig is dit niet tekenend voor de rest van het kanaal, want al snel genieten we weer van natuur en zelfs van af en toe een ijsvogeltje. Na vier ‘normale’ sluisjes komen we in Commercy aan,

Canal de l'Est

waar we het laatste plaatsje aan de steiger bezetten. En wonder boven wonder ook nog het plaatsje met de meeste schaduw en dat kunnen we nog steeds heel goed gebruiken. Was het vandaag een aangename 28 graden, voor morgen wordt weer 36 verwacht en dan ben je maar wát blij met zo’n plekje!

Van een vrouwengek en soppende kraaien

Kijk ik net naar buiten, zie ik een kraai een oud stukkie stokbrood in het water gooien om het eerst eens te laten weken, alvorens hij (of zij) het bij zijn (of haar) jonkies op gaat hoesten. Geweldig dit, wist niet dat kraaien een hekel aan oud brood hebben en al helemaal niet dat zij daar ook nog iets op gevonden hebben! Geen foto, want was bang om het tafereeltje te verstoren, dus jullie moeten me maar op mijn woord geloven dit keer…

Nancy bereiken we waarschijnlijk niet van de beste kant, hoewel het laatste sluisje van het Verbindingskanaal anders doet geloven.

Sluisje Verbindingskanaal van Nancy

Dat is dan ook wel gelijk het laatste fraaie plaatje, daarna is het weinig hoopgevend en soms zelfs behoorlijk troosteloos. Zelfs de haven doet mee in dit geheel want gestoffeerd met veel drijvende overblijfselen van wat ooit mooie dromen waren. De havenmeester laat iedereen maar aanrommelen en als we eenmaal een plekkie bemachtigd hebben is het daarna voor ons puur (leed)vermaak.

Nancy is ontstaan in de 11e eeuw maar is, volgens mensen die het weten kunnen, uitgestegen boven een gewone doorsnee-stad vanaf 1738. Toen was er wat geschuif met sleutelposities tussen Lodewijk XV en Frans I. Frans I kreeg Toscane en Lodewijk XV krijgt Nancy, tot dan een onafhankelijke staat onder gezag van Oostenrijk maar dus geheel omringd door Frans grondgebied. Lodewijk XV geeft Nancy aan zijn schoonvader, koning Stanislas van Polen, waardoor Nancy weer min of meer in Franse handen komt. Stanislas was, geheel tegen de tijdgeest in, niet van het oorlogvoeren enzo maar meer van de mooie dingen: fraaie gebouwen, kunstig smeedwerk, elegante ontwerpen én mooie vrouwen konden op zijn waardering rekenen. Hij was goed bevriend met de kunstenaar/ontwerper Jean Lamour en de architect Emmanuel Héré. Dit drieschaar tekende voor het ontwerp van het Place Stanislas, de wijk daaromheen en het schitterende stadspark La Pépinière.

Wij kijken er onze ogen uit en genieten met volle teugen. Niet alleen van al het fraais dat aan Stanislas te danken is maar ook van de oude stad, de Veille Ville, een doolhof van straatjes en steegjes. Gelukkig is er teveel te zien voor twee dagen, dus we houden nog het een en ander tegoed voor als we hier op de terugweg weer langs komen. Er zijn ook veel art nouveau-gebouwen in Nancy en er is zelfs een museum aan deze stroming, de School van Nancy, gewijd. Dat bewaren we dus voor een volgende keer.

Maandag gooien we los en varen door aangenamer stedelijk gebied de stad uit. Twee sluizen scheiden ons van de Moezel en dan draaien we uiteindelijk toch rechtsaf ons Moezelavontuur tegemoet! Bij Millery vinden we in een Moezelarm een mooi steigertje. Het weer is niet om over naar huis te schrijven, hoewel we dat nu dus toch doen, en voor dinsdag wordt het helemaal uien volgens de berichten.

Passantensteiger bij Millery

Komt mooi uit, kunnen we die dag besteden aan wat achterstallig onderhoud en administratie (ook achterstallig!). Woensdag brengt gelukkig prachtig stralend weertje, dus tijd om de wandeling vanuit Millery, die we via internet gevonden hebben, eindelijk te gaan doen. We wandelen naar het hoogst gelegen dorp op wandelafstand van Millery, Landremont.

P1230202

Een mooie wandeling met een nijdige klim om Landremont te bereiken. Voorzienende geesten hebben aan het eind van de klim en het begin van het dorp een bankje geplaatst, waar we hijgend genieten van uitzicht én koffie. Via Bezaumont dalen we dan weer af naar het niveau van de Moezel, waar we op de valreep nog even gestraft worden met 5 kilometer langs een provinciale weg, parallel aan de snelweg. Da’s dan weer een heel stuk minder, ware het niet dat tegen het eind van deze bezoeking een aardbeienkweker zijn waren te koop aanbiedt en we gewapend met een bakje heerlijk geurende zomerkoninkjes bij ons Knipmessie aantikken! Tien kilometer genieten met een grote G, vijf kilometer een stuk minder maar al met al een heerlijke wandeldag, die we voor Dorussie afsluiten met een zwemsessie in de Moezel en voor ons met aardbeitjes, heel veel aardbeitjes!

P1230222