Van oude kerken en jonge mensen

Samen met Milan bekijken we op een vrijdag Soissons. De dagen ervoor zijn gevuld met vissen, spelletjes en gezelligheid samen met Richard en Jasper.

Vissen in de Aisne

Midden in de stad Soissons bovenop een heuvel prijkte in vroeger dagen de Abdij van St.Jean des Vignes, nu nog slechts een ruïne maar desondanks prominent aanwezig in de hele stad en zichtbaar van ver in de omtrek.

St. Jean des Vignes, Soissons

Samen met Milan bekijken we het uitgestrekte terrein van de ruïneuze abdij, vinden een open deur en ontdekken onder de abdij nog twee prachtige zalen met door het vocht wel heel bijzonder gekleurde vloeren. Een spannend gebeuren compleet met onderaardse gangen en trapjes.

Abdij St.Jean des Vignes, Soissons

We eten een stokbroodje op een bankje langs de Aisne en besluiten ook de kathedraal nog met een bezoek te vereren. Daarna is het genoeg geweest en eenmaal terug bij de Knipmes moet er gevaren worden en dat doen we dan ook. Met de lastige sluisjes is het heerlijk om er een hulp als Milan bij te hebben. Hij springt voor de sluis van de boot, loopt naar de hoge kademuur, pakt onze lijntjes aan, legt ze om de bolders en geeft de stang een ruk omhoog zodat het sluizen kan beginnen. Eenmaal boven stapt onze opstapper dan dus doodgemoedereerd weer aan boord…

P1220132

We varen op de splitsing van Aisne en Canal Lateral, de Aisne een stukje op omdat daar een afmeermogelijkheid beloofd wordt. Het is een mooi stukje varen, helaas op het allerlaatst wordt het te ondiep en moeten we de Knipmes draaien om op onze schreden terug te keren. MAAR…we worden beloond: eindelijk blijft een ijsvogeltje bij onze nadering doodstil zitten (misschien een doof ijsvogeltje, lachen wij later tegen elkaar) en wij kunnen hem wat beter bekijken en zelfs een fotootje schieten!

IJsvogeltje

We vinden een leuk plekje in een kommetje aan een wallekantje. Een kommetje met geschiedenis, voerend van scheepswerfje voor péniches, naar zwembad, naar ligplaats voor wasboten, waar huisvrouwen hun was konden doen. Nu is dat alles verleden tijd en kunnen wij met een gerust hart op dit plekje onze pinnen in de grond slaan, kan Milan naar hartelust vissen en kunnen we morgenochtend even met elkaar naar het dorpje kuieren voor een stokbroodje en een kropje sla. Na het ontbijt gooien we los en met behulp van onze onverschrokken matroos nemen we de resterende sluisjes tot aan Bourg-et-Comin, waar nog net een plekje voor onze Knipmes is. We koken een lekker potje, Milan en opa fietsen nog even het dorpje in voor weer een stokbroodje, er wordt gevist,

P1220139

gevoetbald en gedobbeld en voor we het weten zijn Richard en Jasper er weer. Het wordt een genoeglijk weerzien, vol verhalen over de race-avonturen van de heren en de volgende ochtend is het alweer tijd om afscheid te nemen. De bus wordt volgestouwd, nog een laatste bakkie en daar gaan ze weer, richting Zonnemaire! Het wordt stil op de Knipmes en we besluiten de volgende ochtend maar gelijk te vertrekken. De sluisjes bij Berry-au-Bac zullen het inmiddels vast wel weer doen en we rekenen op een rustig tochtje richting Reims. De eerste sluisjes gaan perfect, we kopen sla bij de sluiswachter van het enige bemande sluisje en hij vertelt dat sluis nummer 3 met de hand bediend moet worden. Wij begrijpen het niet zo goed maar het zal wel, we gaan het zien… Nou, dat zien we zeker: er wordt nog met man en macht gewerkt aan het sluisje en niet wij, maar de heren moeten het sluisje bedienen.

Canal de l'Aisne à la Marne

Dat heeft nogal wat voeten in de aarde en gaat ‘des éclusiers pet’ kennelijk zwaar te boven. We worden verzocht vast te maken en te wachten op de dingen die komen gaan. Een mooie gelegenheid om maar eens te lunchen vinden wij en van de nood een deugd te maken. De dingen die komen gaan, blijken te bestaan uit een ‘geleerde’ eclusier die wat later komt aanscheuren in zijn VNF-autootje. Gewapend met een laptop glimlacht hij geruststellend naar ons. Niet ten onrechte, zal al snel blijken, want in no time heeft hij het voor elkaar en kunnen we onder het oplettend oog van het complete werkvolk naar een volgend niveau getild worden. De nacht brengen we door aan een wallekantje om de volgende dag door stedelijk gebied Reims te bereiken.

De haven van Reims

Reims, waar we nog graag de kathedraal eens willen bekijken. Reims met zijn afschuwelijke jachthaven, ingeklemd tussen snelwegen waar je dus echt niet langer dan een paar uurtjes gebruik van wilt maken, wat wij dan dus ook doen. De kathedraal is schitterend, de engel glimlacht nog steeds onverschrokken ondanks het bijna geheel ontbreken van haar handen en het naast de kathedraal gelegen Palais du Tau indrukwekkend. We bezoeken nog even de bibliotheek Carnegie, een prachtig art-nouveau gebouw, waarin naast bibliotheek, een tentoonstellingsruimte is, nu gewijd aan een ons onbekende Franse schrijver, afkomstig uit Reims. Hier zien we ook een schilderij van de grote brand, die tijdens de Eerste Wereldoorlog de kathedraal van Reims bijna vernietigde en we zijn onder de indruk van het enorme werk dat het geweest moet zijn om dit bouwwerk na de oorlog weer in ere te herstellen.

Eenmaal terug aan boord gooien we snel los en dobberen de laatste kilometers naar Sillery, waar ook een jachthaventje is maar dan vele malen rustiger dan zijn Reimse tegenpool….

De avond valt in Sillery

De volgende ochtend gooien we los voor het laatste stukje Canal de l’Aisne à la Marne met 8 sluisjes en een tunnel van 2,3 kilometer. Voor we het eerste sluisje invaren zien we een bootje naderen en we wenken hen om gelijk met ons omhoog te sluizen. Daartoe moeten wij helemaal voorin het sluisje liggen maar gelukkig komt het water vrij rustig de sluis in, dus da’s geen probleem. We varen met hen samen de champagnevelden tegemoet en de tunnel door.

Tunnel Mont Billy in het Canal de l'Aisne à la Marne

De wat vreemde naam van het bootje (Tsunami) komt ons vagelijk bekend voor maar we weten met zekerheid dat we ooit in Duitsland een binnenvaartschip met dezelfde naam gezien hebben, dus dat zal het zijn. Als een sluisje lijkt te weigeren, loop ik even naar hen toe en zie dat hun bootje uit St.Valéry-sur-Somme komt en dan – eenmaal terug aan boord en het sluisje aan de praat – gaat me een licht op: dit zijn dezelfde mensen die ons 5 jaar geleden het eerste stukje van de Somme voorgevaren hebben!! Ik kijk het voor de zekerheid nog eens na in de boeken en jawel hoor, het klopt. We hebben zelfs nog fotootjes waar zij met hun bootje opstaan. Ik leg het fotoboek klaar om het hen in de eerstvolgende sluis te laten zien maar als we langs een aardig kade’tje varen, houden zij het voor gezien voor vandaag. Helaas pindakaas….zij zullen het waarschijnlijk nooit weten…

Canal Lateral de la Marne, ter hoogte van Epernay

Ter hoogte van Epernay komen we op de Marne terecht en is Fred helemaal gelukkig. Hij vindt de champagnestreek zo ontzettend mooi en heeft aan de Marne een liefde voor het leven overgehouden. We meren af in Cumières, waar we ooit al met Lydia en Jan waren. Een lieflijk champagnedorpje met tientallen champagnehuizen. Dit vinden we nu weer een mooi plekje om het verwachte bezoek voor de Pinksterdagen af te wachten, wat inkopen te doen en een beetje schoon schip te maken want zoals het er nu uitziet, zo kunnen we geen bezoek ontvangen, hihi..!

Op en rond de Aisne

Langs de Aisne bij Berry-au-Bac

‘Tis weer lente, ik voel het aan m’n instrumenten!’ De Kromme Jongens zongen het al en het is nu voor iedereen wel duidelijk: het is weer zover! Je kan het zien, proeven en ruiken en we zijn allemaal vrij om ervan te genieten zoveel we kunnen. Hier langs de Aisne is dat overigens helemaal niet moeilijk, geen ontkomen aan zelfs!

Van ons lieflijke plekje in Variscourt dobberen we donderdag op gemak naar Berry-au-Bac. Variscourt, waar we na heerlijke dagen en een laatste, prachtige zonsondergang,

Zonsondergang, Canal Lateral de l'Aisne

’s ochtends verrast werden met een stokbroodje van de baggerbootschipper voor ons. Eenmaal in Berry-au-Bac is het een drukte van belang. Er liggen veel schepen en scheepjes te wachten op de opening van de sluizen richting Reims, die langer dan verwacht afgesloten zijn geweest. Maandag gaan ze weer open en omdat donderdag het begin is van een lang weekend in Frankrijk (in verband met de Franse Bevrijdingsdag. morgen 8 mei) is het verzamelen geblazen. Voor de paar plezierbootjes die hiertussen verzeild raken niet echt een genoegen. De lange kade die voor hen gereserveerd is, is voor bijna iedereen onbereikbaar, want veel te ondiep. Wij vinden een precies-pas-plekje tussen twee schepen, waarvan onze péniche-achterbuurman gebouwd is in Thuin aan de Sambre.

Péniche, gebouwd in Thuin

Dat kunnen we zien aan de Franse lelies op de voorsteven. hebben we vorig jaar daar in Thuin geleerd. De sluiswachter van de VNF komt langs om te vertellen dat het maandag allemaal echt gaat gebeuren en dat de binnenscheepjes eerst aan de beurt zijn. Da’s duidelijk en logisch maar al heel snel groeit bij ons het plan om die sluisjes naar Reims nog maar even te laten voor wat ze zijn. Een paar blikken op de waterkaart hebben ons geleerd dat er nog een stukje onontdekte Aisne voor ons ligt met daaraan de stad Soissons. Het lijkt een goed plan om daar eens te gaan kijken, de drukte achter ons te laten en dan volgende week op gemak de sluisjes richting Reims te nemen.

De Aisne bij Berry-au-Bac

In Berry-au-Bac wandelen we wat langs de Aisne en door kniehoog, zeiknat gras – heel vroeg in de ochtend van Moederdag – langs het kanaal naar de kapel en fontein van Saint Rigobert. Eenmaal terug op de Knipmes en ontdaan van soppende schoenen en sokken, gooien we los en dobberen rustigjes aan richting Bourg-et-Comin, waar we een heerlijk plekje vinden aan een steigertje op de kruising van het Canal Lateral de l’Aisne en het Canal de l’Oise à l’Aisne. Dat laatste is overigens ook gestremd dus last van scheepvaart zullen we hier nauwelijks hebben. Voor zover we ooit last van scheepvaart hebben dan, want buiten Berry-au-Bac is het hier tot nu toe zo ontstellend rustig.

Militair kerkhof Oeuilly

Tussen Laon en Soissons ligt een smalle heuvelrug die door de eeuwen heen zijn strategisch nut heeft bewezen, tegenwoordig de Chemin des Dames genoemd. Ceasar behaalde hier in zijn tijd al een klinkende overwinning en Napoleon deed het eeuwen later nog eens dunnetjes over, net voor hij in 1814 naar Elba verbannen werd. In de 18e eeuw reisden de twee dochters van Lodewijk XV, Adélaïde en Victoria, vaak over deze heuvelrug om hun vroegere en zeer geliefde gouvernante te bezoeken. Om hen te behagen werd het pad over de heuvelrug geëffend en van steenslag voorzien en heette sindsdien de Chemin des Dames de France. Tot zover het min of meer romantische gedeelte, later tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de Chemin des Dames het toneel van dood en verderf. Er zijn hier enorme verliezen geleden in een oorlog waarin ‘de westerse wereld voorgoed zijn onschuld verloor’. Vanaf toen konden mensen aan de lopende band vernietigd worden, mede door de komst van het machinegeweer.

Militair kerkhof bij Oeilly

Als we van Bourg-et-Comin naar de dorpjes met grotwoningen in de omgeving wandelen, hebben we geregeld zicht op deze heuvelrug van de Chemin des Dames, een heuvelrug die zich op sommige plaatsen wel 200 meter als een rechte lijn boven het landschap verheft.

Chemin des Dames vanuit de verte met zicht op grottenwoningdorp Paissy

We wandelen door Pargnan, een langgerekt dorp op een richel tegen een heuvelrug. In die heuvelrug bevinden zich tientallen grotten, vroeger woningen, nu veelal schuurtjes, garages of prieeltjes. Vanaf hun richel hebben de bewoners een fabuleus uitzicht over de vallei van de Aisne en daar op een bankje vinden we er weer een: een koffieplekje van een miljoen voor de prijs van niks!

Pargnan, de vallei van de Aisne

Vonden we Pargnan al schitterend, na luttele kilometers wordt dit bijna nog overtroffen door Paissy. Hier vindt je aan weerszijden van een smal dal zoveel vroegere grotwoningen dat de vergelijking met een gatenkaas zich opdringt. Een magische plek en die indruk wordt nog eens versterkt door de aanwezigheid van een mythische bron waarvan het (geneeskrachtige) water via een onderaards aquaduct vanuit een grot tevoorschijn komt. Dorus lebbert wat van het water en vleit er zijn bezwete buikje even in. Misschien niet zo poëtisch maar wel noodzakelijk op een snikwarme dag als vandaag.

De wandeling is fantastisch maar door de plotselinge warmte best zwaar zodat we toch enigszins opgelucht na 18 kilometer en 6 uur stappen bij de Knipmes aantikken. Omdat we woensdagavond Richard, Milan en Jasper verwachten lijkt het ons leuk en handig om dan in de buurt van Soissons domicilie te kiezen. Kunnen we nog wat inkopen doen en een en ander van Soissons zien, voordat we samen met Milan weer een eindje terug richting Berry-au-Bac dobberen. Richard en Jasper blijven één nachtje, waarna zij een paar dagen hun ding gaan doen. Milan blijft dan gezellig bij ons en zaterdag treffen we elkaar weer, zodat het hele krootje zondag de terugweg richting Zonnemaire kan aanvaarden. Dinsdag verlaten we Bourg-et-Comin en vinden na een mooie route en diverse sluisjes, waaronder zelfs een dubbelsluis,

Dubbelsluis Canal Lateral de l'Aisne

weer een aardig plekje bij Villeneuve, een voorstadje van Soissons. Ondertussen zijn we bijna ongemerkt van het Canal Lateral de l’Aisne op de Aisne zelf geraakt. Het verschil zit hem in de kronkels, de stroming en de vele takken (zelfs hele bomen) die hier drijven. Eenmaal vast in Villeneuve halen we onze stalen rossen tevoorschijn om onverschrokken de Soissonse verkeersdrukte in te duiken teneinde de Knipmesvoorraden aan te vullen met kidsvriendelijke etenswaren. Vandaag rest ons dus niets dan wachten op de kinderen die komen gaan. Een mooie gelegenheid om alvast maar eens Soissons verkennen. Te oordelen naar wat we er al slalommend tussen het verkeer door van zagen, beloofde het wel wat. We gaan het zien en beleven….

De Knipmes op de Aisne bij Villeneuve