Champagne!!

Gedurende de tweede helft van de 17e eeuw was een zekere Dom Perignon wijnmeester in het Benedictijner klooster te Hautvillers. Het viel hem op dat de wijnen uit deze streek een neiging hadden te gaan mousseren. Hij combineerde verschillende druivensoorten en bleef heel zijn leven geobsedeerd door het idee van die bubbels. Onbewust legde hij hiermee de grondslag voor wat later champagne zou worden. Hijzelf heeft echter nooit champagne gemaakt, het procédé nooit doorgrond. Bovendien, door de kwaliteit van het toenmalige glas bleek het bottelen van mousserende wijnen vooralsnog een bijna levensgevaarlijke bezigheid. Gelukkig voor de mensheid is dat later allemaal goed gekomen. Heden ten dage eert een van de oudste champagnehuizen, Moët & Chandon, overigens ook bezitters van het klooster en het merendeel van de wijnvelden rondom Hautvillers, de oude cellerier Dom Perignon met een standbeeld voor hun ‘huis’ en zijn naam op de allerbeste champagnes in hun kelders….

Dom Perignon, Moët & Chandon, Epernay

Moët & Chandon kan door ingrijpende verbouwingen niet bezocht worden. We opteren, samen met onze logé’s Paul en Wilma, unaniem voor een bezoek aan Castellane met zijn indrukwekkende toren. Na een supergezellige vrijdagmiddag en -avond, trekken we zaterdag naar Epernay. Een niet erg indrukwekkende stadswandeling wordt gevolgd door de Avenue de Champagne. Hier is eigenlijk álles indrukwekkend, op een paar afgrijselijke appartementencomplexen na dan. Eén lange rij pracht en praal, door grote namen bijeen gesprokkeld dankzij de produktie van de wereldberoemde bubbels, die in kilometerslange grotten onder Epernay’s bodem opgeslagen liggen.

Avenue de Champagne, Epernay

Het ene ‘huis’ is nog mooier dan het andere en dat is natuurlijk logisch, want voor elkaar onderdoen, dat is er uiteraard niet bij! Castellane ligt wat achteraf en misschien handiger, want naast het spoorwegemplacement van Epernay.

Champagnehuis Castellane, Epernay

We krijgen een rondleiding van een afgrijselijk engels sprekende, alleraardigste franse dame, die we hoogstwaarschijnlijk in haar moedertaal beter hadden kunnen volgen, maar soit… De champagne na afloop kan ons niet helemaal bekoren, de rosé-champagne die we meenemen voor later op de Knipmes daarentegen absoluut wel. Bij de rondleiding is een bezoek aan het Castellane-museum en de toren inbegrepen en dat is erg leuk en leerzaam.

Zicht vanaf de toren van Champagnehuis Castellane, Epernay

We ontdekken aan het eind van de enorme gebouwen zelfs het vroegere archief van Castellane, waarin alle champagne-partijnummers geregistreerd waren, genummerd van 1 tot bijna 7.000! Elke partij zijn eigen kastje met – waarschijnlijk – samenstelling, druivensoorten, oorsprong van de druiven, wijnmeester, jaartallen, opslagtijd, enzovoort….

Oude archief van Champagnehuis Castellane, Epernay

 

We wandelen naar de auto door het fraaie park achter het stadhuis en eenmaal terug op de Knipmes wordt de aankoop van Paul en Wilma vakkundig ontkurkt en met algemene stemmen prima bevonden. We eten aansluitend in Le Caveau, het beste plaatselijke restaurant en de volgende dag gooien we los voor een vaartochtje stroomafwaarts. Bij het eerste het beste sluisje worden we voorzien van een bovenmaatse afstandbediening, compleet met opladers en toebehoren in een enorme koffer, een contrast met de afstandbedieningen die we tot nu toe hanteerden. Wel heel compleet en in verschillende talen instelbaar, echt luxe dus… In Reuil meren we af op een leuk plekje, compleet met een soort parkje, bankjes en barbecue’s. Reuil zelf, daar moeten we maar geen woorden aan vuil maken, een niet echt mooi, gigantisch stil en uitgestorven nederzetting…

Cumiere  Epernay 2015 132

De volgende ochtend na een uitgebreid ontbijt, zetten we weer koers terug naar Cumières om de bovenmaatse afstandbediening weer in te leveren en onze geliefde opstappers bij hun auto af te zetten. De tijd van gaan is dan alweer gekomen maar we kunnen terugkijken op niet één, geen twee, geen drie, maar vier mooie Pinksterdagen vol gezelligheid en dáár gaat het uiteindelijk toch allemaal om…

Cumiere  Epernay 2015 126

 

Wij varen na vaarwel-en-tot-snel-knuffels, door de al snel optredende regenbuien, een stukje verder

Champganevelden Montagne de Reims

en meren uiteindelijk af in Tours-sur-Marne. De volgende ochtend varen we door over een niet echt aantrekkelijk stuk kanaal tot in Chalons-en-Champagne. Daar liggen we nu en zo op het eerste gezicht lijkt het een leuke en mooie stad. We gaan het zien en beleven, natuurlijk houden we jullie op de hoogte!

Cumiere  Epernay 2015 095

Van oude kerken en jonge mensen

Samen met Milan bekijken we op een vrijdag Soissons. De dagen ervoor zijn gevuld met vissen, spelletjes en gezelligheid samen met Richard en Jasper.

Vissen in de Aisne

Midden in de stad Soissons bovenop een heuvel prijkte in vroeger dagen de Abdij van St.Jean des Vignes, nu nog slechts een ruïne maar desondanks prominent aanwezig in de hele stad en zichtbaar van ver in de omtrek.

St. Jean des Vignes, Soissons

Samen met Milan bekijken we het uitgestrekte terrein van de ruïneuze abdij, vinden een open deur en ontdekken onder de abdij nog twee prachtige zalen met door het vocht wel heel bijzonder gekleurde vloeren. Een spannend gebeuren compleet met onderaardse gangen en trapjes.

Abdij St.Jean des Vignes, Soissons

We eten een stokbroodje op een bankje langs de Aisne en besluiten ook de kathedraal nog met een bezoek te vereren. Daarna is het genoeg geweest en eenmaal terug bij de Knipmes moet er gevaren worden en dat doen we dan ook. Met de lastige sluisjes is het heerlijk om er een hulp als Milan bij te hebben. Hij springt voor de sluis van de boot, loopt naar de hoge kademuur, pakt onze lijntjes aan, legt ze om de bolders en geeft de stang een ruk omhoog zodat het sluizen kan beginnen. Eenmaal boven stapt onze opstapper dan dus doodgemoedereerd weer aan boord…

P1220132

We varen op de splitsing van Aisne en Canal Lateral, de Aisne een stukje op omdat daar een afmeermogelijkheid beloofd wordt. Het is een mooi stukje varen, helaas op het allerlaatst wordt het te ondiep en moeten we de Knipmes draaien om op onze schreden terug te keren. MAAR…we worden beloond: eindelijk blijft een ijsvogeltje bij onze nadering doodstil zitten (misschien een doof ijsvogeltje, lachen wij later tegen elkaar) en wij kunnen hem wat beter bekijken en zelfs een fotootje schieten!

IJsvogeltje

We vinden een leuk plekje in een kommetje aan een wallekantje. Een kommetje met geschiedenis, voerend van scheepswerfje voor péniches, naar zwembad, naar ligplaats voor wasboten, waar huisvrouwen hun was konden doen. Nu is dat alles verleden tijd en kunnen wij met een gerust hart op dit plekje onze pinnen in de grond slaan, kan Milan naar hartelust vissen en kunnen we morgenochtend even met elkaar naar het dorpje kuieren voor een stokbroodje en een kropje sla. Na het ontbijt gooien we los en met behulp van onze onverschrokken matroos nemen we de resterende sluisjes tot aan Bourg-et-Comin, waar nog net een plekje voor onze Knipmes is. We koken een lekker potje, Milan en opa fietsen nog even het dorpje in voor weer een stokbroodje, er wordt gevist,

P1220139

gevoetbald en gedobbeld en voor we het weten zijn Richard en Jasper er weer. Het wordt een genoeglijk weerzien, vol verhalen over de race-avonturen van de heren en de volgende ochtend is het alweer tijd om afscheid te nemen. De bus wordt volgestouwd, nog een laatste bakkie en daar gaan ze weer, richting Zonnemaire! Het wordt stil op de Knipmes en we besluiten de volgende ochtend maar gelijk te vertrekken. De sluisjes bij Berry-au-Bac zullen het inmiddels vast wel weer doen en we rekenen op een rustig tochtje richting Reims. De eerste sluisjes gaan perfect, we kopen sla bij de sluiswachter van het enige bemande sluisje en hij vertelt dat sluis nummer 3 met de hand bediend moet worden. Wij begrijpen het niet zo goed maar het zal wel, we gaan het zien… Nou, dat zien we zeker: er wordt nog met man en macht gewerkt aan het sluisje en niet wij, maar de heren moeten het sluisje bedienen.

Canal de l'Aisne à la Marne

Dat heeft nogal wat voeten in de aarde en gaat ‘des éclusiers pet’ kennelijk zwaar te boven. We worden verzocht vast te maken en te wachten op de dingen die komen gaan. Een mooie gelegenheid om maar eens te lunchen vinden wij en van de nood een deugd te maken. De dingen die komen gaan, blijken te bestaan uit een ‘geleerde’ eclusier die wat later komt aanscheuren in zijn VNF-autootje. Gewapend met een laptop glimlacht hij geruststellend naar ons. Niet ten onrechte, zal al snel blijken, want in no time heeft hij het voor elkaar en kunnen we onder het oplettend oog van het complete werkvolk naar een volgend niveau getild worden. De nacht brengen we door aan een wallekantje om de volgende dag door stedelijk gebied Reims te bereiken.

De haven van Reims

Reims, waar we nog graag de kathedraal eens willen bekijken. Reims met zijn afschuwelijke jachthaven, ingeklemd tussen snelwegen waar je dus echt niet langer dan een paar uurtjes gebruik van wilt maken, wat wij dan dus ook doen. De kathedraal is schitterend, de engel glimlacht nog steeds onverschrokken ondanks het bijna geheel ontbreken van haar handen en het naast de kathedraal gelegen Palais du Tau indrukwekkend. We bezoeken nog even de bibliotheek Carnegie, een prachtig art-nouveau gebouw, waarin naast bibliotheek, een tentoonstellingsruimte is, nu gewijd aan een ons onbekende Franse schrijver, afkomstig uit Reims. Hier zien we ook een schilderij van de grote brand, die tijdens de Eerste Wereldoorlog de kathedraal van Reims bijna vernietigde en we zijn onder de indruk van het enorme werk dat het geweest moet zijn om dit bouwwerk na de oorlog weer in ere te herstellen.

Eenmaal terug aan boord gooien we snel los en dobberen de laatste kilometers naar Sillery, waar ook een jachthaventje is maar dan vele malen rustiger dan zijn Reimse tegenpool….

De avond valt in Sillery

De volgende ochtend gooien we los voor het laatste stukje Canal de l’Aisne à la Marne met 8 sluisjes en een tunnel van 2,3 kilometer. Voor we het eerste sluisje invaren zien we een bootje naderen en we wenken hen om gelijk met ons omhoog te sluizen. Daartoe moeten wij helemaal voorin het sluisje liggen maar gelukkig komt het water vrij rustig de sluis in, dus da’s geen probleem. We varen met hen samen de champagnevelden tegemoet en de tunnel door.

Tunnel Mont Billy in het Canal de l'Aisne à la Marne

De wat vreemde naam van het bootje (Tsunami) komt ons vagelijk bekend voor maar we weten met zekerheid dat we ooit in Duitsland een binnenvaartschip met dezelfde naam gezien hebben, dus dat zal het zijn. Als een sluisje lijkt te weigeren, loop ik even naar hen toe en zie dat hun bootje uit St.Valéry-sur-Somme komt en dan – eenmaal terug aan boord en het sluisje aan de praat – gaat me een licht op: dit zijn dezelfde mensen die ons 5 jaar geleden het eerste stukje van de Somme voorgevaren hebben!! Ik kijk het voor de zekerheid nog eens na in de boeken en jawel hoor, het klopt. We hebben zelfs nog fotootjes waar zij met hun bootje opstaan. Ik leg het fotoboek klaar om het hen in de eerstvolgende sluis te laten zien maar als we langs een aardig kade’tje varen, houden zij het voor gezien voor vandaag. Helaas pindakaas….zij zullen het waarschijnlijk nooit weten…

Canal Lateral de la Marne, ter hoogte van Epernay

Ter hoogte van Epernay komen we op de Marne terecht en is Fred helemaal gelukkig. Hij vindt de champagnestreek zo ontzettend mooi en heeft aan de Marne een liefde voor het leven overgehouden. We meren af in Cumières, waar we ooit al met Lydia en Jan waren. Een lieflijk champagnedorpje met tientallen champagnehuizen. Dit vinden we nu weer een mooi plekje om het verwachte bezoek voor de Pinksterdagen af te wachten, wat inkopen te doen en een beetje schoon schip te maken want zoals het er nu uitziet, zo kunnen we geen bezoek ontvangen, hihi..!