Sluisperikelen

In Plate blijven we 2 nachtjes na een heftig – ach, eigenlijk vooral erg langdurend – onweer. Het dek blijkt daardoor dinsdagochtend aardig schoon geregend, reden genoeg om ook de kuip maar eens onderhanden te nemen. Woensdagochtend mogen we ongewoon vroeg (want vóór 10 uur!) door de brug, samen met drie andere bootjes. Bij sluis Banzkow presteren de twee tussenliggende bootjes het om te denken dat met 3 bootjes de sluis vol is, zodat precies het laatste bootje er niet meer bij zou kunnen. Omdat de sluisdame niet van zins lijkt in te grijpen, doet Fred dat maar. Vijf meter tussen elk bootje is tenslotte toch echt niet nodig. Onwillig wordt er opgeschoven. Alleen de laatste boot is dankbaar: de rest is boos.

Sluis Banzkow

De twee volgende sluizen verlopen dramatisch met veel gevloek. gescheld en gedoe. De bemanning van de laatste boot, rustig tot nu toe, wordt het in de laatste sluis ook zat, logisch in onze ogen. Geen prettig ritje dus, hoewel de omgeving mooi genoeg is en we grappige huisjes/bootjes passeren.

Müritz-Elde-Wasserstrasse

Gelukkig varen en liggen we in de sluizen vooraan (met onze neus bijna tegen de sluisdeuren om ons ‘gevolg’ de ruimte te geven) waardoor we betrekkelijk weinig last van het gedoe hebben, maar toch…leuk is anders. Bij Parchim zijn we het zat en slaan af naar de stadshaven. We varen door een van de vele Kleingartengebieten met superleuke en verzorgde tuintjes/buitenverblijven.

Parchim, Kleingarten

Parchim blijkt een leuk stadje met veel vakwerkhuizen, oude, verlaten industriegebouwen en een park waar ooit de stadsomwalling was. Oh ja, en een wel heel aparte bovenwoning…!

Parchim

De volgende ochtend vertrekken we vroeg. Naar de volgende sluis is nog ruim 10 kilometer, hopelijk blijven we dan verlost van onze ‘vrienden’ van gisteren. Het is mistig, dat zorgt, samen met de uitbundig bloeiende brem voor mooie plaatjes.

Müritz-Elde-Wasserstrasse

Eenmaal bij de sluis moeten we wachten, er ligt al een bootje in. Als Fred gaat kijken, hoort hij onze ‘vrienden’ al van verre tegen elkaar tekeer gaan. Zelfs alleen in de sluis valt het kennelijk niet mee…Bij de volgende sluis zijn we de sigaar: de sluisdame heeft middagpauze, dus nog eenmaal gaan we het genoegen van hun gezelschap smaken. De mist, die vanochtend nog zo schilderachtig gevonden werd, wil maar niet optrekken, het is ronduit koud geworden. De dame op de sluis wijst ons een plekje aan de rand van het stadspark van Lübz waar we, wat haar betreft, kunnen overnachten als we dat willen. Nou, dat willen we op zeker, Lübz lijkt ons een leuk stadje

Lübz

en dan komen we wellicht eindelijk van ons gezelschap af. Fred loopt even naar het toeristenbureau om de hoek en komt terug met de inmiddels overbekende plattegrond van het stadje met daarop de bezienswaardigheden. Van wandelroutes en/of kaarten hebben ze hier kennelijk nooit gehoord. Zo van lieverlee hebben we eigenlijk best behoefte aan een stevige wandeling. Op het kaartje spotten we de aanwezigheid van een planetarium en ietsje verder een heus Wald! Een plan is snel gemaakt; we wandelen via het planetarium(pje)

Lübz, planetarium

naar het woud en dan kunnen wij – en Dorus – ons hart ophalen! Door het Kleingartengebiet ‘Am Wald’ zwerven we terug naar de stad. Die moestuincomplexen zijn hier overal aanwezig. Bijna elke stad wordt min of meer omringd door uitgebreide ‘tuintjes’-terreinen. De meeste daarvan zijn een lust voor het oog en er wordt uitgebreid getuinierd en genoten. De paden er tussendoor zijn vrij toegankelijk en we genieten van al het moois.

Lübz, Kleingartengebiet

Hier zou een superleuke, kilometerslange wandeling van gemaakt kunnen worden, bedenken wij. Maar goed, dat is onze taak niet. Voordat we bij de Knipmes terug zijn, bekijken we ook Lübz centraal nog eens uitgebreid, echt een leuk, gezellig stadje.

Lübz

Eenmaal terug bij de Knipmes krijgen we buren, een echtpaar met twee zoons op een klein bootje, aardige mensen. De volgende ochtend vroeg gaan we nog even op pad voor een klein wandelingetje richting de voormalige watertoren, die tegenwoordig dienst doet als uitzichttoren. Helaas blijkt het hek gesloten, de sleutel is bij het toeristenbureau te bekomen. Nou is dat vandaag niet zo ‘helaas’, want het is ook vanochtend weer mist wat de klok slaat, dus veel uitzicht valt er vooralsnog niet te genieten. Langs het wondermooie Stiftkerkje komen we terug in het centrum.

Lübz - Stiftkerk

Gewapend met verse broodjes kan de dag wat ons betreft beginnen. Al snel gooien we los en samen met onze achterburen varen we op Sluis Bobzin aan. De grootste (met het meeste verval, ruim 7 meter) sluis van Meckelenburg en er is iets bijzonders mee, lazen we ergens. Wat precies is ons even ontschoten maar daar komen we al snel achter. Omdat onze achterbuurtjes sneller willen varen dan wij, stellen zij voor om voorin de sluis te gaan liggen, zodat zij daarna hun gang kunnen gaan. Prima, prettiger voor iedereen, be our guest… Als de sluis loopt, zien we al snel wat er bijzonder aan is! En onze buurtjes….die zien het niet alleen, die ervaren het aan den lijve! Hadden wij waarschijnlijk toch beter vooraan kunnen liggen!!

Finden wir uns hier??

Findenwirunshier, de grappige naam van een van de sluisjes die we onderweg tegenkwamen. Zonder vraagtekens natuurlijk, mèt vraagtekens wel aardig op ons van toepassing…

Grabow

 

Koffie met Birgit en Lothar, heel gezellig, superaardige mensen. Bovendien komen we tot de conclusie dat we hier gewoon 0,0% bereik hebben met O2. We lossen het eenvoudig op door ons Vodafone-simkaartje nieuw leven in te blazen. Vodafone-winkels zijn hier ruim vertegenwoordigd, dus dan moet het met het bereik ook goed zitten, toch? Genoeg gezever; het wordt mooi weer, we halen onze stalen rossen te voorschijn en pedaleren – immer gerade aus – langs een provinciale weg naar Ludwigslust. Zo’n fraaie naam verdient een kasteel en dat is er dus ook, Slot Ludwigslust!

Ludwigslust

Als de fietsen gestald, de entree voldaan en de schoenen gepoetst (!) zijn, mogen we naar binnen.

P1020946

De gouden zaal is mooi, Fred bewondert de fraaie parketvloeren, er zijn exposities van schilderijen, klokken en oud porcelein en dan hebben we het wel gezien.

Ludwigslust-gouden zaal

Op het kasteelterras drinken we koffie in stijl.

Daarna kuieren – oh nee, schrijden – we wat door het slotpark waar een kerk, een mausoleum en nogal wat waterwerken te bewonderen zijn.

Weer op weg naar onze fietsen zien we een fietsbordje richting Grabow. In de hoop op een schilderachtiger route, volgen we dat. Het begint goed over de oprijlaan van het kasteel, dwars door het park.

Slotpark Ludwigslust

Dat moest als aanwijzing kennelijk volstaan: de bordjes zijn op, verder zoek je het zelf maar uit. We dwalen wat op ons eigen richtinggevoel, zien zodoende nogal wat van Ludwigslust en komen uiteindelijk weer op onze ‘immer-gerade-aus’-weg uit! De volgende ochtend gooien we los. We hoeven niet te haasten, de sluisjes beginnen pas om 09.00 uur dus nog mooie de tijd voor wat inkopen en om de watertank te vullen. Het wordt weer een stralende dag. We varen soms kaarsrecht, dan weer smal en bochtig dwars door de natuur van sluisje naar sluisje. Het enige stadje van betekenis onderweg is Neustadt Glewe, dat er vanaf het water aardig uit ziet.

Neustadt-Glewe

Verder niets dan rust en stilte. Nou ja, die stilte wordt dan wel weer wreed verstoord door allerlei vogelgezang/-geroep van koekoek, kwikstaartjes, meesjes en karekieten. Waarschijnlijk nog veel meer, maar die ken ik dan weer niet… Vóór de kruising, waar we tijdelijk de Elde Müritz Wasserstrasse voor het Störkanaal verruilen, passeren we rechts en links wat kennelijk ooit karpervijvers waren. Of dat nu nog zo is? In onze ogen zijn het eerder meren.

Karpervijvers?

Speciaal om ons te plezieren zijn boeren verderop bezig gras binnen te halen. We varen dankzij hun arbeid door de heerlijke geuren van gemaaid gras, kamille en andere kruiden. Het Störkanaal begint mooi,

Störkanaal

wordt dan saai en na Banzkow (met ultra-vriendelijke brug/sluiswachter, not dus…) slingert het weer. In Plate vinden we het mooi geweest en meren af op een heerlijk plekje.

Plate

Plate werd al in 1191 genoemd als Slavische nederzetting. In het aangrenzende dorpje Peckatel is die Slavische oorsprong nog duidelijk te zien aan de lintbebouwing. Dat schijnt typisch te zijn voor Slavische dorpen, in tegenstelling tot Duitse die rond een (kerk)plein gebouwd werden. De volgende ochtend wandelen we door Peckatels lintbebouwing naar het àller-, àllerkleinste vakwerkkerkje van Duitsland.

kerkje Peckatel

Volgens de boeken dan hè; lieg ik, dan lieg ik in commissie…. Het kerkje kan ook van binnen bekeken worden. De sleutel kan opgehaald worden op nummer 12, helemaal aan de andere kant van het lint… Dan doen we het maar met wat onduidelijke kiekjes door het raam, voordat we onze schreden weer richting Plate richten.

kerkje Peckatel

In de loop van de jaren kwam ook Plate onder christelijk beheer. Er is zelfs een verordening gevonden, waarin wordt bepaald dat de baten die voortkwamen uit de tolheffing voor schepen, moesten gaan naar de aankoop van kaarsen voor de Dom van Schwerin… Schwerin, met het gelijknamige slot, dat we via dit Störkanaal en de Schweriner See hopen te bereiken en dat dan gelijk het meest noordelijk gelegen doel van deze tocht zal zijn. We kijken er op zeker naar uit, mèt of zonder kaarsen…!

kerkje Peckatel