Van een oude stoker en een afscheid

Op de laatste dag van augustus trekken we naar Betekom (of all places) waar we plannen hebben om door de velden

naar en langs de Demerdijk te wandelen. Het begin is problematisch: een bordje wijst een kant op, waarvan we bijna zeker weten dat dat niet de goede is. Eigenwijs als we zijn doen we onze eigen zin en zie…het klopt, het bordje stond dus inderdaad verkeerd om! Er wordt hier nieuwe bestrating aangelegd, dus waarschijnlijk is dat de oorzaak – weten die werkmannen veel. We nemen ons voor om, als we terugkomen en we zien iemand aan het werk, dan te vragen het bord om te draaien. Al snel wandelen we Betekom-centrum uit en de velden in. We maken een praatje met een Limburgse jongen die met zijn hondje aan het wandelen is en vertelt dat hij voor de liefde naar hier is gekomen en ook zo geniet van de prachtige omgeving.

Dat doen wij dus ook en voor we het weten zijn we terug in Betekom. Er zijn mensen aan de weg aan het werk en we vertellen van het bordjesprobleem. Een van hen loopt mee naar het bewuste bordje, pakt het met twee handen beet, draait het in zijn geheel om (er zitten nog andere bordjes aan vast) en vraagt of het zo goed is. Just like that, dat hadden we zelf ook wel gekund!! De mannen en wij vinden het grappig en we kletsen nog wat voordat zij weer aan het werk gaan.
Hier aan het dorpsplein is Miel de Gent na de Tweede Wereldoorlog bij zijn vader in dienst getreden als jeneverstoker om later het bedrijf over te nemen. Het is nog steeds een eenmansbedrijf, waar men de stooktraditie van ‘Kemp’sche Boerenjenever’ al sinds 1881 in ere houdt. Hoe meer boeren op het etiket vermeld staan, hoe sterker de jenever is. Ik stap naar binnen en ontmoet Miel. Ik krijg een proefglaasje en kies uiteindelijk voor zijn Rhum met honing. Lekker om in een beker warme choco te doen, als het guur weer is! Er kan bij hem niet gepind worden, dus Fred en ik zoeken een bank om de nodige contanten te bekomen. Als we terugkomen, moeten ook Fred en Dorus binnenkomen (terwijl er een bordje ‘verboden voor honden’ aan de deur hangt!). Mevrouw Miel is erbij gekomen en zij vertellen eensgezind over hun hondje dat inmiddels al een aantal jaren overleden is, maar waarvan ze zoveel hielden. Er wordt een beeldje uit de pronkkast in de woonkamer gehaald: zo zag hun lieverd er precies uit, vertellen zij. De dochter, die naast hen woont heeft twee labradoodles, ook zulke lieverds en vandaar dat zij Dorus graag even van dichtbij wilden zien. Wat een leuke ontmoeting en wat heerlijk dat we hopelijk nog vaak aan hen zullen terugdenken, bij elk scheutje in de choco!


Op een andere dag bussen we zo’n anderhalf uur van Leuven naar Assent. Zonder Dorus, want een tochtje van ruim 17 km is teveel voor ons oudje. Een holle-wegen-wandeling dit keer met prachtige uitzichten over het Hageland.

Voordat we, volgens ons wandelboekje, een stevige klim voor de kiezen krijgen, drinken we koffie bij Onze Lieve Vrouw van het Grotje.

Als we verder gaan, staan we voordat we het in de gaten hebben bovenaan de ‘top’ van de stevige klim, dus dat viel alles mee! Het uitzicht is mooi en we dalen via holle wegen af

om door de velden weer in Assent te geraken.
Op zondag wandelen we dwars door Leuven – met Dorus dit keer – naar de Abdij van Park. Een prachtige plek, waar op werkdagen druk gerestaureerd wordt en waar we een poosje ronddwalen.

Het is hier dat we de 1.000 kilometer van 2017 aantikken. We vinden het erg leuk dat we dit steeds bijgehouden hebben en nemen ons voor om dit elk jaar te blijven doen. Niet zozeer voor de prestatie maar gewoon leuk om te weten.

Op de kaart zien we dat het Arembergpark met het gelijknamige kasteel niet echt ver weg zijn. Laten we dat dan gelijk ook in de route opnemen, vinden we. We komen onderweg door Heverlee, een soort Wassenaar zo te zien, en daar wordt markt gehouden. We dwalen even langs de kramen maar omdat we geen zin hebben om met extra-spullen te gaan lopen sjouwen, gaan we al snel verder, richting park en kasteel.

Het kasteel en het bijbehorende park zijn mooi. Bij de oude, vervallen molen van het kasteel worden wildwater-kanowedstrijden gehouden

en we kijken het een poosje aan voordat we weer dwars door Leuven, langs een gedeelte van de oude stadsmuur terug naar de Knipmes kuieren.

Onze volgende, laatste dag in Leuven willen we naar de Botanische Tuin

en – eindelijk – het stadhuis aan de binnenkant bezoeken. Als we op weg gaan blijkt het Jaarmarkt in Leuven en hoewel maandag, lijkt iedereen vrij te zijn, het is een drukte van belang! We slalommen tussen kramen en feestende mensen door richting Kruidtuin en genieten daar van de betrekkelijke rust,

want veel mensen lijken deze fraaie plaats opgenomen te hebben in hun feestroute.

Bij de vijvers spotten we Gosse van de Bereklauw. We zijn aangenaam verrast en maken even een gezellig praatje met elkaar. De jaarmarkt is de enige gelegenheid dat hij ‘buiten’ komt, volgens hem en dan ook nog alleen omdat daar dan de paardenmarkt bij hoort. Dat wordt elk jaar minder, met die paarden, vandaar dat hij is uitgeweken naar dit mooie plekje.

Hij vertelt dat de Nederlandse televisie hem morgen komt bezoeken voor een gesprek en een aantal beelden van zijn woonst. Hij heeft het lang afgehouden maar denkt dat ze nu zijn wensen zullen respecteren, dus vooruit… Als we buiten staan realiseren we ons dat hij – ondanks de uitdrukkelijke verbodsborden bij de ingang van de Botanische Tuin – zijn hondje mee had….


Het stadhuis blijkt van buiten vele malen fraaier dan van binnen, hoewel er enkele zalen nog redelijk de moeite waard zijn. Bovendien mogen we de werkkamer van de, al jarenlang burgemeester van Leuven zijnde, Louis Tobback bekijken.

De gids die wij troffen is een aardige man die wel heel veel leuke dingen te vertellen heeft over het stadhuis en dat maakt veel goed. Op weg terug naar de Knipmes spotten we bij het Entrepot een echtpaar met een Spaans Waterhondje.

We maken een praatje en Oscar, zo heet het hondje, blijkt een lieverd. Omdat wij lager staan dan hij, laat hij zich gewillig aanhalen. Als Fred later Dorus uit gaat laten en Oscar ook afgedaald is naar de ‘begane grond’, laat hij zich zo gemakkelijk niet meer aaien. Da’s toch wel bijzonder hè?
We nemen afscheid van Leuven met drie hartelijke zoenen van havenmeester Piet en vertrekken op tijd omdat we tot aan het Zennegat willen raken en dat betekent 4 sluizen en diverse bruggen die open moeten. Dat kan best snel gaan maar ook lang duren als het tegenzit. Het gaat snel en rond de middag maken we vast aan de kade bij het Zennegat. We besluiten tot nog een ommetje over de ‘blauwe bruggen’ richting Rumst en het park ’s Heeren Beemden.

Het is heerlijk weer, we zien een ijsvogeltje langs de oevers van de Dijle

en als we de Beneden Nete overgestoken zijn, pauzeren we in de buurt van het park. Een local komt een praatje maken en ondanks dat hij erg moeilijk te verstaan is – hij mist minstens de helft van zijn gebit en er worden hier diverse, voor ons bijna onverstaanbare, Vlaamse dialecten gesproken – hebben we de grootste lol met elkaar en daar gaat het tenslotte om!


De volgende dag wandelen we naar het prachtig gelegen Heindonk en vandaar naar Domein Hazewinkel, waar Dorus even lekker kan zwemmen.

Sportdomein Hazewinkel heeft een wedstrijdbaan voor roeiwedstrijden. De baan meet een kilometer lengte en daar omheen is het heerlijk wandelen.

Door de velden en over oude dijkjes wandelen we onder dreigende luchten terug naar de Knipmes,

waar we ons voorbereiden op het verlaten van dit gebied. Ruim twee maanden hebben we hier rondgedobberd en we hebben ons geen ogenblik verveeld. Dit kanaal van 30 kilometer, door honderden arbeiders met het handje gegraven in de 18e eeuw, heeft ons hart gestolen. Op het eerste gezicht is het eigenlijk gewoon een saai kanaal maar voor wie verder kijkt en de omgeving intrekt, heeft het zoveel te bieden!

Het graven van dit kanaal was trouwens een crime en zou nooit van de grond gekomen zijn, als de diverse brouwers van Leuven, uit eigenbelang, niet voor de helft aan geld en manschappen geïnvesteerd hadden. Eenmaal klaar, was de ellende nog niet voorbij, want bleken de diverse sluisjes niet sterk genoeg en moesten er nog allerhande aanpassingen gebeuren, maar dat is verleden tijd, tegenwoordig werkt alles en voldoet het prima. Hoewel het, naar huidige binnenvaartmaatstaven, natuurlijk een kanaaltje van niks is – en laten we vooral hopen dat dat zo zal blijven!

Een pareltje…

Soms, heel soms kom je terecht op een plekje, zó onverwacht, zó mooi en zó rustgevend dat je het best een pareltje mag noemen. Dat pareltje is het Arboretum van Wespelaar.

Veuls te weinig open, want maar twee keer in de week, op zondag en woensdag. In het verleden echter alleen op afspraak, dus dit is al een verbetering.

Als je op een van die dagen toevallig in de buurt bent, echt gaan, het is zó de moeite waard! Wij komen er na een snikhete dag, gevolgd door een regen- en onweersnacht. Het belooft een paar uur droog te worden vanaf 10 uur, dus we wagen het erop.

We hebben geluk, het blijft uren aan een stuk droog, dus tijd genoeg om op gemak te genieten. Er zijn door het hele Arboretum geen verharde paden, je mag gewoon over het gras lopen om alle prachtige bomen, struiken en bloemen te bewonderen.

Nou is door nat gras banjeren met mijn zomerse schoentjes niet echt aangenaam. Wat wèl heel aangenaam is, is met blote kakkies over gras en mos struinen en dat doe ik dus het hele park door!

Alleen op stukken waar eiken en sparren ruimhartig met hun oogst gestrooid hebben is het ietsje minder, een beetje pijnlijk zelfs, maar voor het overige….heerlijk! Op wat onderhoudsmensen na zijn wij de enigen in het hele park en we zien bomen en struiken die we nog nooit eerder zagen met bijzondere bloeiwijzen.

Hortensia’s zijn er ook ruimschoots in vele variëteiten, prachtig. Vooral de pluimhortensia Brussel’s Lace en eentje met iets van sterretjes in de naam vonden wij bijzonder.

Eenmaal terug bij het terras, besluiten we tot nog even een kopje koffie

maar niet nadat ik mijn hoefjes schoongespoeld heb in de fontein.

Er werd nog heel wat afgewandeld en zagen we op een vorige wandeling niet veel van de hier ooit florerende witlofteelt, een andere keer troffen we èn de witlofveiling,

het witlofmuseum

èn een restaurant waar men ooit alle denkbare variaties van witlof (witloof zegt men hier) serveerde. Zelfs tot witlofijs aan toe, horen we van welingelichte kringen.

Zo te zien zijn veiling, museum en restaurant helaas relicten van een bloeiend verleden. Tijdens onze wandelingen lijkt het erop dat het makkelijke geld van het verbouwen van mais het gewonnen heeft van het telen van de witloof, waar dit gebied ooit beroemd door was…

Op een mooie zondag fietsen we naar Melsbroek en komen langs een wei waar prachtige ezels staan. We raken aan de praat met de vrouw die de ezels verzorgt en zij vertelt dat deze ezels is geleerd met mensen om te gaan; mensen met een beperking kunnen hier met de ezels komen knuffelen en tuttelen. Het zijn prachtige dieren en vooral een groot, harig exemplaar trekt onze aandacht. Het blijkt een Âne de Poitou, een echte lieverd, volgens de verzorgster.

De dieren zijn wat van slag omdat er gisteren een feest is geweest en zij toen, geheel tegen de gewoonte in, op een andere wei hebben gestaan. Het voederritueel is daardoor vandaag ook wat anders dan anders en dat laat zich (heel grappig) aanzien.

Veel van de wandelingen die we de afgelopen tijd deden, bevinden zich min of meer in de nabijheid van Brussel’s Airport en dat laat zich, dan wel niet aanzien, maar des te beter aanhoren! Melsbroek blijkt bovendien ook nog bekend van haar militaire luchthaven.

Desondanks is het heerlijk wandelen hier overal. Heerlijk èn soms best humoristisch, echt Belgisch zou je kunnen zeggen!

Op een mooie avond ontsteken we een van de wegwerpbarbeque’s, die we meestal wel ergens weggestouwd hebben, en bakken zo het één en ander.

Een dikke, platte bolder dient, naar volle tevredenheid, als stabiele tafel en Fred bakt en braadt naar hartelust! Een mooie zonsondergang volgt en we genieten met volle teugen.

Waar we ook zo enorm van genieten is van het feit dat we hier in het Kanaal overal kunnen doen en laten wat we willen, ondanks dat we alleen met een paar lijntjes aan de kant vastzitten! We kunnen douchen en de wasmachine en de oven gebruiken zo vaak we willen en ondanks het feit dat we al zo’n 10 jaar op onze Knipmes wonen, blijven we dat toch zo heerlijk en bijzonder vinden! Daar hebben we hem tenslotte ooit voor gebouwd: om zoveel mogelijk onafhankelijk te kunnen zijn en overal de luxe te hebben van alle spullen te kunnen gebruiken, echt geweldig, nog steeds!

Op de warmste dag van deze periode, het is dan 31 graden, komt Agda met Spaans Waterhondje Leo ons opzoeken in Wijgmaal. Natuurlijk moeten de hondjes zwemmen. Geen moeite is Fred teveel en hij fabriceert met de loopplank een mooie zwemgelegenheid, want de kant is hier behoorlijk steil, zelfs voor twee enthousiaste hondjes! Het wordt een hilarisch gebeuren: hondje Leo vertrouwen we niet helemaal, die blijft achter iets aanzwemmen, ook als het hem niet lukt om dat te pakken te krijgen en we hebben geen zin en behoefte om hem ergens in de Schelde op te gaan halen, dus hij blijft aan een lange lijn, zodat we hem altijd weer kunnen binnenhalen. Door de steile kant staat Fred daar in zijn eentje te glibberen op gladde stenen met één hondje aan een lange lijn, één hondje, dat zo gemakkelijk de kant niet opkomt en twee balletjes die steeds buiten het bereik van Leo’s lijn drijven.

Agda en ik zitten bovenop de kant en geven volop adviezen, waar Fred dan weer enigszins kriegelig (kniftig, zou Anja zeggen) van wordt. Als ik ’s nachts op bed lig, zie ik het hele tafereel steeds weer voor me en lig te schuddebuiken van de lach, waar Fred dan ook weer enigszins kniftig van wordt!!

Inmiddels hebben we de rust van het kanaal geruild voor het levendige en rumoerige Leuven en zijn we helemaal klaar om nog een paar Hagelandse wandelingen aan ons lijstje toe te voegen! Bovendien, de trouwe lezer herinnert het zich misschien nog, dreigen we één dezer dagen de 1.000 wandelkilometers van 2017 aan te tikken!! Wat natuurlijk niet wil zeggen dat we dan stoppen met stappen…

Achterlopen…

Ik loop achter, gruwelijk achter. Ik zou willen vertellen van die prachtige holle-wegenwandeling en van de ontmoeting met Gosse.

Een bijzonder mens, die al meer dan 30 jaar onvermoeibaar bouwt aan Vrijstaat de Bereklauw en hier mensen van velerlei pluimage voor kortere of langere tijd huisvest.

Alle nationaliteiten heeft hij hier, naar eigen zeggen, al voorbij zien komen, behalve Noord Koreanen, daar zag hij er nog niet een van! We mogen vrijelijk alles bekijken en maken daar dankbaar gebruik van, zo bijzonder…

We kunnen ook nog wat komen drinken maar we gaan door. De volgende holle weg met boven weer een mooi uitzicht.

Ik zou willen vertellen van de bijzondere plaats, die het Zennegat is. Daar waar de Dijle, de Zenne en het Kanaal Leuven-Dijle samenkomen.

Waar de natuur zo mooi is en zoveel mogelijk haar gang kan gaan. Waar een kleine gemeenschap aan weerskanten van de Zennegatsluis is ontstaan, een rustig en vredig plekje.

Ik zou willen vertellen van de gastvrije ontvangst weer in Mechelen.

Van het heerlijke weekend in Delft met de mannetjes, terwijl hun papa en mama plezier maken op Lowlands. Van de leuke dag, met ‘oom’ Jeroen erbij, naar het Dinopark in Boxtel.

Van de leuke vlinderspeurtocht met de oudste van de twee in het Delftse natuurcentrum De Papaver.

Ik zou willen vertellen van wandelen door de Dijlevallei en langs de bloemrijke oevers van de rustig meanderende Dijle.

Ik zou willen vertellen van een Witloofwandeling, waar we welgeteld één witloofkwekerij zagen.

Van onze 14-jarige Dorus en zijn verjaardag die we in Delft met de kinderen vierden.

Dorus, die nog steeds, om de (rust)dag, zo’n 8 kilometer mee wandelt en daar, ook nog steeds, plezier in heeft.

Van diezelfde Dorus, die eigenlijk niet meer in zijn fietskarretje wilde, maar nu zijn bezwaren daartegen aan de kant gezet lijkt te hebben en weer vrolijk mee hobbelt.

Ik zou willen vertellen van hoe mooi, rustig en vredig het hier is. Zo heerlijk, dat we nog een keer terug naar Leuven gaan! Héél langzaam, steigertje voor steigertje bijna.

Er is hier zoveel te wandelen en te genieten. En dan, eenmaal weer in Leuven, nog een poosje door het Hageland struinen.

Ik zou willen vertellen van de fietser, die wat vragen had over de Knipmes en even aan boord kwam. De fietser, die de volgende dag een zakje overheerlijke, zelf gekweekte tomaten aan boord legde, zo aardig.

Ik zou willen vertellen van lieve familie, vrienden en bekenden waarmee fijne, ontroerende en minder fijne dingen gebeuren. Het leven zoals het is maar dat je behoorlijk kan raken als het dichtbij komt.

Ik zou willen vertellen van een stukje waarin ik zou willen dat ik het toch vertelde….

Steentjes en straf

Fred wil geen steentjes in zijn schoenen. Ik eigenlijk ook niet. Jan Bergmans wel, maar dat was ergens begin 17e eeuw. Het pad dat hij, als pelgrimage voor zijn dagelijkse zonden en dus met die steentjes in zijn schoenen ging, lopen wij ook.

Van Zichem naar Scherpenheuvel. Als pelgrimage een afstand van niks, een kleine 5 kilometer, hoewel….met kiezels in je schoenen? Jan werd 22 jaar maar deed in die luttele tijd kennelijk genoeg om later heilig verklaard te worden. Wij lopen, als deel van onze pelgrimswandeling, dus hetzelfde pad als Jan. We worden vast niet heilig verklaard, want stonden behoorlijk kritisch tegenover het pelgrimscircus dat we eerder op de dag bij de Basiliek van Scherpenheuvel aantroffen.

Het hele ‘pad van Jan’ door de velden, lopen we onder een venijnig blakkerende zon, zonder een streepje schaduw. Dat heb je ervan, voor straf denk ik.


Bijna twee weken geleden alweer dat we Mechelen verlieten. Met hoog water in de Dijle varen we naar de Zennegatsluis,

de eerste van de vijf buiksassen in het kanaal naar Leuven. Buiksassen danken hun naam aan de ronde vorm van de sluiswanden en deze hier zijn geklasseerd als monument. Of we dus maar voorzichtig willen zijn…..


We nemen de tijd voor het kanaal, maken op twee verschillende plaatsen vast en verkennen, fietsend en lopend, het achterland. Vlaams-Brabant, het Hageland, het bevalt ons enorm goed. Eenmaal in Leuven worden we de gelukkige bezitters van een boekwerkje met 20 wandelingen rondom Leuven. Buiten het prachtige centrum blijkt hier in de omgeving veel te genieten en te ontdekken.

We zompen door broekbos,

bewandelen veld- en holle wegen

en beklimmen ‘bergen’ van wel 50 meter hoog!

We wandelen door de poort van wat een grote hoeve lijkt en staan onverwacht op het imposante terrein van de Abdij van Vlierbeek.

Door de boomgaarden tussen Rotselaar en Werchter komen we op het beroemde festivalterrein,

dat rustig ligt bij te komen van en te herstellen voor de drukte van duizenden festivalgangers.


We zien prachtige moderne huizen en glimlachen om een popperig Duitsachtig huisje, waarnaast een – in onze ogen perfect – modern onderkomen is verrezen.

We raken aan de praat met de eigenaar van het moderne huis en hij vertelt dat hij heel zijn leven in het huisje ernaast heeft gewoond. Dat stond op een enorme lap grond, die later in drie, nog niet misselijke, kavels is verdeeld. Hij denkt dat zijn vader zich in zijn graf zou omdraaien, mocht hij ooit zien wat er naast zijn huisje is verrezen. Wij denken dat dat wel mee zal vallen, dat hij voornamelijk erg trots zou zijn.


In Leuven komt de oude havenmeester, na een telefoontje van de nieuwe, speciaal naar de haven om ons gedag te zeggen en even op de Knipmes bij te kletsen. Acht jaar geleden, toen we hier met Kerst waren, kregen we een erg leuk contact met hem en hebben nog heel lang mailcontact gehouden. Fijn om hem weer te zien en te horen dat het hem nu weer beter gaat.
Vrienden uit Overijse komen ons opzoeken en we hebben een erg gezellige avond met elkaar.

We worden overweldigd door de simpelheid van het Belgische busnet: je koopt voor 15 Euro een 10-rittenkaart en voilà; één keer afstempelen per rit en verder geen gezeur. Met één stempel mag je een uur reizen. Als je voor die tijd overstapt, mag je ook die rit afmaken. Hoe simpel kan het zijn?! Een verademing na de ultra-ingewikkelde, dure Hollandse ov-chipkaart!


In Zichem beklimmen we de recentelijk gerestaureerde Maagdentoren. Een dorpeling vertelt ons dat de openingsfestiviteiten maar juist dit weekend gehouden werden.

Aan de Maagdentoren is een legende verbonden. Het verhaal wil dat de toren ooit bewoond werd door Don Juan, de landvoogd van de Nederlanden. Zijn bloedmooie dochter Rosita was zijn oogappel en zij werd, geheel tegen de zin en de plannen van Don Juan in, verliefd op een soldaat van eenvoudige afkomst.

Hij kon haar niet op andere gedachten brengen en probeerde het via de twee kloosterzusters, die Rosita opvoedden. Ook zij hadden geen succes, waarop Don Juan zo boos werd dat hij de drie maagden in de toren opsloot. Toen ook dat zonder resultaat bleef, bond hij de drie vrouwen tezamen en gooide hen in de Demer, waar zij jammerlijk verdronken. Don Juan werd gestraft; hij eindigde zijn leven knettergek…

Ons verblijf in de haven van Leuven is niet zonder bedenkingen: er wordt al jaren hard gewerkt om de omgeving van vervallen industrie (oa de gebouwen van de brouwerij van Stella Artois) om te toveren naar modern woongebied met nog wat te behouden industriële elementen.

Dat een en ander met de nodige herrie gepaard gaat, zal duidelijk zijn. Veel werk is al gedaan en dat ziet er erg aantrekkelijk uit, hopelijk gaat het hier door de tijd helemaal goed komen!

Gelukkig maakt de stad, samen met de vriendelijke gastvrijheid van de havencollega’s, veel van de overlast goed!
We blijven hier nog wel een poosje ronddobberen om uitgebreid van deze prachtige omgeving te genieten: met de Knipmes, met de bus, de fiets òf te voet!