Verder stappen en Lierse biertjes

Voor het eerst lukt het ons daadwerkelijk om via de Kattendijksluis de Schelde op te varen! Bij de eerste poging, jaren terug, was hij gestremd; bij de volgende, ook al een mooi poosje geleden, lagen we helemaal klaar in de sluis toen de deuren weigerden te sluiten. Vandaag lukt het dus echt, hoewel we behoorlijk geduld moeten oefenen: het is dan ook nogal een bak water die gevuld/geleegd moet worden.

Op de Schelde worden we geëscorteerd door kleine (speed)bootjes en waterscooters. Geen stuiver last tòtdat de schuit van de Waterpolitie langs komt! Rijkswaterstaat en Waterpolitie, hoe kan het toch dat die over het algemeen de meeste hinder veroorzaken?

Al snel draaien we met het stroompje mee de Rupel op, bemerken hoe druk het fietspontje over de Rupel het heeft op deze stralende zondag

en maken bij Boom vast aan de binnenkant van de veersteiger. Het water kolkt omhoog langs de Knipmes om later op de avond dezelfde weg terug omlaag te kolken. Zodoende kan het gebeuren dat je van hetzelfde zwerfvuil meerdere keren per dag kunt genieten…

We hebben een prachtige laagwater-zomeravond.

De volgende dag vertrekken we pas ’s middags om weer met de stroom mee naar sluis Duffel te dobberen. Prachtig, zo’n getijdestroom, vooral met laagwater.

In Lier maken we vast aan de mega-lange passantensteiger. Vooralsnog zijn we het enige bootje maar niet voor lang. Aan het eind van de middag zien we een bekend schip voor ons vastmaken: Koos en Elly uit Oirschot, dat is echt jaren geleden! De komende dagen halen we de schade ruimschoots in en kletsen gezellig bij.

Dinsdagochtend brengt de bus ons in Oelegem en pakken we de (Stelling)draad weer op. Om te beginnen kruisen we het Albertkanaal

en een tweetal snelwegen. Gelukkig zijn het al snel de bomen die het verkeerslawaai absorberen en stappen we heerlijk door bossen en velden, zelfs dwars door boomgaarden.

Broechem en Emblem worden doorkruist alvorens we het Netekanaal en daarna de Nete zelf oversteken.

Over de Kesselse Heide wandelen we naar Kessel, waar men zich opmaakt voor een wielerkoers later op de dag.

Als we Lier bereiken blijkt het ook hier laagwater

en is het tijd om te genieten van dit lieflijke, bloemrijke stadje.

Als we de volgende dag met Dorus naar Fort Lier wandelen, leren we dat dat niet altijd zo geweest is. Net als het fort werd ook Lier tijdens WO I danig in puin geschoten en daarna ook nog in brand gestoken. Tweeduizend man waren daarna bijna een jaar bezig om puin te ruimen!

Donderdag vertrekken we vanaf de Knipmes naar Sint-Katelijne-Waver. Eerst een niet-prettig stuk langs de provinciale weg maar al snel weer heerlijk rustig en landelijk.

Fort Koninghooikt wordt tegenwoordig verdedigd door ganzen

en bevolkt door vissers die in de fortgracht hun kotjes bouwden.

Als we verder stappen bewonderen we een aantal paarden, die, om te drinken, keurig op een rij op hun beurt wachten!

We ontdekken de eerste rijpe bramen en in onze inhaligheid verliezen we het routeboekje met onze wandeling! Gelukkig zijn er geen liefhebbers voor en vinden we het na wat speurwerk terug in de greppel bij de bramenstruiken!

Via het terrein van de Mechelse Tuinbouwveiling komen we dan bij het fort van Sint-Katelijne-Waver, waar het hoog tijd is om onze boterhammetjes op te eten. Aan de brievenbussen te zien, wordt het fort ergens nog bewoond ook…?!

Langs een drukke autoweg wandelen we terug naar het centrum van Sint-Katelijne-Waver vanwaar de bus ons weer in Lier afzet.

Vrijdag wordt er ingekocht en gekokkereld op de Knipmes. Vanavond komen de kinderen voor het weekend en die ‘moeten’ natuurlijk verwend worden! We hebben heerlijke dagen met elkaar.

Er wordt gekletst en gelachen, gegeten en gedronken. Zaterdag bekijken we Lier nog eens uitgebreid.

We drinken Liers Pallieterbier op het Marktplein

en eten voortreffelijk aan het Zimmerplein met uitzicht op de bekende Lierse Zimmertoren. Als we zondag afscheid nemen, zijn we het met z’n vieren helemaal eens: het was een heerlijk weekend!

Morgenmiddag verlaten we Lier

om Mechelen en haar inwoners een poosje met onze aanwezigheid te verblijden….!

Antwerpen: de stad, kunst en de Stelling…

Als we het Willemdok in Antwerpen binnenvaren, komt havenmeester Toni ons al tegemoet geraced in zijn onafscheidelijke rubber monster. Hij begeleidt ons naar een prima plekje. Hier houden we het op zeker wel een weekje uit…

In het weekend gaan we daar bijna heel anders over denken. Zaterdag wordt er tot ver in de kleine uurtjes gefeest op een mega-jacht tegenover ons: keiharde muziek, veel gelach en geschreeuw. Als we zondag wat bijgetrokken zijn en net terug van de ochtendmarkt, start een feest op de kade met een dj die meent met steeds hardere takkeherrie publiek te moeten trekken. We krijgen de neiging om keihard weg te varen. Dan trakteert de buurman ons op een lesje omdenken: we hebben een praatje, eerst over de takkeherrie maar al snel komen we op de aanslagen bij de Bataclan, in Brussel, in Berlijn en Londen. “Eigenlijk moeten we dan maar blij zijn dat hier muziek gemaakt wordt”, merkt hij op. En dan, plotseling is de herrie zo erg niet meer en de muziek bij tijden zelfs wel leuk…!

Maar goed: Antwerpen. Vrijdag maken we met Dorus een rondje stad en bewonderen het station van Antwerpen. Omdat uitbreiden in de breedte ten ene malen onmogelijk was, zocht men het in de hoogte/diepte. Een mooie oplossing, vinden wij.

In de middag wandelen we naar Het Eilandje waar in een loods de eindejaarsexpositie van Spaanse Waterhondkennisje Agda heeft plaatsgevonden. De eigenlijke expositie is al ruim een week afgelopen maar Agda is zo lief geweest het merendeel van haar werk te laten staan/hangen.

Ze vertelt het verhaal waaraan zij haar eindejaarswerk heeft ‘opgehangen’ en over de technieken die zij daarbij gebruikte. Knap gedaan met mooie resultaten vinden wij en zo met elkaar – en niet te vergeten met de hondjes erbij – wordt het heel gezellig.

Maandag, als zij weer in de loods moet zijn, belooft ze naar de Knipmes te komen en een hapje mee te eten.

Zaterdag worden we blij verrast door de komst van Joost, Marjon en de mannetjes. Supergezellig en heerlijk om elkaar weer even te zien.

Als Fred en ik zondagochtend naar de ‘Vogeltjes’markt gaan worden we weer verrast. Iets minder blij dit keer: plotseling hoost het van de regen. We duiken de pompeuze maar altijd leuke Stadsfeestzaal in

en vermaken ons tot het weer enigszins droog is. Afgeladen met tassen groente en fruit keren we wat later, met nog een schuilstop op stand, Knipmeswaarts.

In eerste instantie ook niet zo vrolijk stemmend: het verhaal van de Stelling van Antwerpen. Tien jaar werd er aan gewerkt, duizenden hectaren land onteigend, honderden gebouwen gesloopt. Forten en schansen moesten de belangrijkste Belgische havenstad gaan beschermen. Het bleek een illusie: nog geen tien dagen kon Antwerpen verdedigd worden!

Bij al die treurnis weer wèl vrolijk stemmend: journalist Joost Vermeulen heeft langs de overblijfselen van deze stelling een wandeling van 135 kilometer rondom Antwerpen gewrocht. Een topidee om ook de achterlanden van Antwerpen te leren kennen.

Op dinsdag reizen we met de bus naar Putte-Kapelle voor de eerste etappe. Het begint mooi en goed. We wandelen door de Moretusbossen naar kasteel Ravenhof

en al heel snel daarna voert de 40 kilometer lange, bewaard gebleven antitankgracht ons van fort naar bunker

naar fort.

Uiteindelijk komen we uit in Brasschaat, waar de huizen groot, de hekken hermetisch gesloten en de muren hoog zijn…

De volgende etappe voert ons van Brasschaat naar de kerk van Oelegem. Weer is de ATG (antitankgracht)

onze rode (in feite groene) draad door het landschap, slechts onderbroken door het Kempisch Kanaal, tegenwoordig het Kanaal Turnhout-Dessel-Schoten.

Het is trouwens raar en onwennig wandelen zonder ons trouwe wandelmaatje. De jaren gaan tellen voor hem en wandelingen van rond de 20 kilometer, dàt kunnen we hem echt niet meer aandoen.

Woensdag mag hij mee. Met de bus reizen we naar de andere kant van de stad. We beslenteren het Nachtegalenpark, het Middelheim (openlucht)Museum en het Den Brandtpark. Het is heerlijk in deze schaduwrijke omgeving met kunst te kust en te keur.

Fred is onder de indruk van het werk van Richard Deacon.

Zóveel verschillende materialen als hij gebruikt en allemaal met precisie en prachtig afgewerkt.

We wandelen/strompelen over The Bridge without a name van Ai Wei Wei

en bewonderen in het Den Brandtpark een gigantische treurbeuk van 180 jaar oud. De bus brengt ons terug naar het Willemdok en de Knipmes.

Vandaag, zondag, maken we ons op om Antwerpen te verlaten. Om 14.00 uur draaien de brug en de sluis. We hopen dan vandaag (of morgen) Lier te bereiken, van waaruit we onze route langs de Stelling van Antwerpen hopen te vervolgen….

Wel, niet, wel, niet….

Antwerpen: 29, 30, 32 graden de komende tijd. Dat gaan we dus niet doen. Midden in een stad als het zo warm is, wat heb je daar aan en wat doe je dan, een beetje voor apegapen op je bootje zitten. Dáár worden wij niet vrolijk van, alleen van het idee al niet. De beslissing is snel gemaakt, we slaan rechtsaf richting de Grevelingen! Als je ergens wel een beetje warmte kan hebben, is het daar wel.

Bovendien heeft Digna sinds kort een baan bij Staatsbosbeheer in het nieuwe Informatiecentrum Grevelingen. Daar gaan we dan natuurlijk ook een kijkje nemen.

Er liggen in het nieuwe centrum zelfs fossielen tentoongesteld, die Digna, Richard en Milan gevonden hebben, onder andere aan de Jurassic Coast. Oud-collega Annelies is ook altijd geïnteresseerd in dergelijke zaken, dus een afspraak is snel gemaakt. Met zijn drietjes bestijgen we onze stalen rossen en peddelen naar het midden van de Brouwersdam, waar het centrum zich bevindt en toevallig ook een Food Truck Festival voor het weekend wordt opgebouwd. Het is buiten een gezellige drukte en binnen is al best veel te zien. We bekijken alles nauwgezet, beklimmen de aparte toren

met een mooi uitzicht over de Grevelingen, de Brouwersdam en de Noordzee

en drinken op een rustig plekje nog gezellig een bakkie koffie met elkaar.

Het is heerlijk om deze tropische dagen hier te zijn, een bij tijden straf windje verlicht de ergste warmte. Zwemwater is onder handbereik, ware het niet dat er een ware kwallenplaag heerst.

Is het eerst nog gewoon heel mooi en mysterieus om die diertjes te zien zweef/zwemmen, op het laatst is het zo erg dat we zelfs een kwal opzuigen met het spoelwater van de toilet! Dan voorlopig maar doorspoelen met een emmertje, want dat wordt natuurlijk te gek.

Al snel dient de volgende verwennerij zich aan: het blijkt precies de week van de Kunstschouw te zijn! Kunstschouw wil zeggen dat er – verspreid over Schouwen, dat is het zuidwestelijke gedeelte van het eiland – kunst wordt geëxposeerd op bijzondere locaties.

Denk dan aan tuinen, kerkjes, boomgaarden, schuren en ook gewoon bij mensen in huis. Met de fiets kan je dan van locatie naar locatie door dit prachtige gebied trekken, een win-winsituatie zeker met dit stralende weer.

We zijn er, samen met Annelies, drie dagen zoet mee en genieten van ontzettend veel moois, leuke en bijzondere gesprekken met diverse kunstenaars en van koffie/lunchpauzes op ook al heel mooie plekjes. Tussen de Kunstschouwdagen door, genieten we van de zwembezoekjes van Milan, die uit school een duik komt nemen met vrienden.

We zien familie, vrienden en bekenden en zijn blij met onze keus om deze warme dagen hier aan ons voorbij te laten gaan.

De voorbereidingen voor Concert at Sea, aankomend weekend gaan halverwege de week van start. Wat een enorme klus om alles op te bouwen. We wandelen er eens naartoe om een en ander te bekijken. Het moet tenslotte wel goed gebeuren allemaal, want Jeroen en Anja zullen, samen met een groep vrienden, ook van de partij zijn!

Als de temperaturen genormaliseerd zijn, maken we aanstalten om de Grevelingen weer te verlaten maar niet nadat we voor Dorus nog een scheerafspraak gemaakt hebben bij de trimster waar hij in zijn jonge jaren naartoe ging.

Hij komt er helemaal spic en span vandaan en is dan ook helemaal klaar voor een tripje naar onze zuiderburen. Dinsdagavond nemen we afscheid en woensdagochtend gooien we los en verlaten onze ouwe, trouwe en gigantisch mooie Grevelingen.

We overnachten weer in Beneden Sas en momenteel varen we op het Schelde-Rijnkanaal met – alweer – bestemming Antwerpen!!!

Pech?…..of toch niet?

Als de kozijnen zijn voorzien van 7 nieuwe laklagen, de gangboorden en het schuifluik zijn geverfd en de kalkaanslag van de romp is verwijderd, wordt het tijd om de Binckhorst vaarwel te zeggen en ons op te maken om weer de wijde wereld in te trekken.

Na nog een laatste bezoekje aan de tandarts, gooien we los. Het doel voor vandaag is Alphen a/d Rijn, waar we vanavond Jeroen en Anja en morgen Els en Chris verwachten. Het sluisje in Leidschendam is in storing geschoten. Er moeten duikers aan te pas komen.

We bezitten onze ziel in zaligheid met als gevolg dat we in Leiden met Jeroen en Anja eten.

De volgende ochtend valt het water met bakken uit de hemel, bereiken we Alphen en wordt het gelukkig al snel weer droog en zonnig. Onze opstappers melden zich en na wat gespoorzoek door het overhoop liggende centrum en – ook weer – een in storing geschoten brug, staat al snel niks een heerlijk weekend meer in de weg.

Zaterdagochtend befietsen Els en ik de inlanden van Alphen. Gelukkig komen we, gewapend met croissantjes, stokbrood en barbequevlees uiteindelijk toch weer boven water. Na een stevig ontbijt gooien we los en varen via Aarkanaal en een stukje Amstel naar de Kromme Mijdrecht.

Een prachtig vaarwater, waar we overnachten. We doen ons ding (bbq!)

en varen de volgende ochtend, na weer een fietstochtje en een uitgebreid, door de achtergebleven heren verzorgd, ontbijt, verder.

De Kromme Mijdrecht, de Grecht en de Oude Rijn brengen ons op een wel heel plezierige manier tenslotte in Bodegraven, waar het alweer tijd is om afscheid te nemen. Nooit leuk, maar als het geweldige dagen waren – en dát waren het! – is er reden genoeg om dankbaar te zijn.

Maandagochtend wandelen we door Bodegraven naar de Ouwe Gouwe en door Oud-Bodegraven.

We doen nog wat inkopen en dan al snel kunnen we Harm en Marijke, die we in de Kromme Mijdrecht al zagen, aan de Bodegraafse kade verwelkomen. Het wordt, na ongeveer 7 jaar, een gezellig weerzien en er is heel wat bij te praten.

Dinsdagochtend om 8 uur draait de Bodegraafse sluiswachter de sluis voor ons en gaan we op weg naar Dordrecht. Best een afstand maar zonder kano op het dak kunnen we onder (bijna) alle bruggen door. Overmoed blijkt, net als hoogmoed, voor de val te komen. Bij de Boskoopse hefbrug gaat het mis, het past nèt niet…

Een fikse schade en een behoorlijke deuk in Fred’s ego, zijn het gevolg. Gelukkig kan hij de schade zelf repareren en met een gehavende Vader Knipmes varen we, met het schaamrood op de kaken, naar Dordt. Daar gaat Fred gelijk aan de slag en aan het eind van de dag zijn we in ieder geval alweer op weg naar een strakke Vader Knipmes èn een ervaring rijker.

We wandelen nog een rondje door de stad en snuiven de heerlijke lucht van groot, open water op.

Vanochtend zijn we weer vertrokken, op weg naar Antwerpen, waar we morgen of overmorgen hopen aan te komen….