Soms….

Soms haalt het leven je in en zijn er van het ene op het andere moment belangrijker zaken die je aandacht vragen. Dinsdag draaien we om, België en verdere plannen zijn voorlopig van de baan. We willen terug, terug naar Delft, terug naar geliefde familieleden die nu zo’n moeilijke tijd doormaken.

Eerst stoppen we voor een paar dagen op de Grevelingen. Nog wat gezelligheid inhalen met andere familieleden en even genieten van de eerste lentedagen in dit fantastische gebied.

We wandelen wat, we fietsen wat en maken de Strao van Scharendijke en het ringsteken van dichtbij mee.

We moedigen kleinzoon Milan aan bij zijn trommelarij en bij de voetbal. Dorus zwemt nog even lekker in de Noordzee

en dan, op een vroege maandagochtend, varen we weer richting Bruinisse.

Drie sluizen te gaan vandaag: Grevelingen-, Krammer- en Volkeraksluizen. We hebben geluk en alle drie de sluizen draaien bij onze nadering vrijwel onmiddellijk open. Dat scheelt een slok op een borrel! In Oud-Beijerland vinden we het mooi geweest en bovendien hoog tijd om te voet nog een poosje te genieten van weer een stralende voorjaarsdag.

Oud-Beijerland is leuk en sfeervol. We kuieren naar de oude HBS en vandaar via het Dievenpad zigzaggend door het fraaie Laningpark. Het is een gezellige voorjaarsdrukte met spelende kinderen, hevig discussiërende jongelui en kuierende (honden)mensen.

De volgende ochtend wandelen we nog even langs het Spui naar bezoekerscentrum Klein Profijt. Er komen schoolkinderen aan voor een natuurexcursie en Dorus staat in het middelpunt van de belangstelling. Hij laat zich al het geaai en geknuffel welgevallen en met een tevreden Dorus maken we nog een rondje door de grienden bij Klein Profijt.

We hebben vandaag geen haast. Als we na de koffie vertrekken, hebben we stroom mee op het Spui en de Oude Maas en daarna, op de Waterweg, niet al teveel stroom tegen. Het wordt een woelige en enerverende overtocht totdat de Parksluizen ons in rustiger vaarwater tillen. Op de Oude Maas is het een drukte van belang met oplopende en tegemoet komende scheepvaart. We deinen dat het een lieve lust is – nou ja, soms had het ook wel ietsje minder gekund hoor! Ook op de Waterweg is onze tocht ‘bewogen’, in velerlei opzichten.

Gelukkig is daar, als altijd, de onvolprezen en altijd aanwezige verkeersbegeleiding.

Veilig maar moe van het opletten en het drukke marifoonverkeer slaken we allebei een zucht van verlichting als we de Delfshavense Schie opdraaien.

Dan is Delft nog maar een wippie en worden we al snel hartelijk welkom geheten door Delftse vrienden en aansluitend door kinderen en kleinkinderen. We eten met elkaar en zijn ondertussen heel erg blij om in de buurt te zijn en met elkaar te kunnen wachten op de dingen die komen gaan. Hopen op en duimen voor een goede afloop is het enige dat we nu kunnen doen en – het allerbelangrijkst – er zijn voor elkaar!

Onderweg naar het land der Belgen

Onze dagen op Brou waren lang niet wat wij ervan verwachtten. Stond er veel gezelligheid met familie en vrienden op het program, er kwam helemaal niks van in door die akelige griep. Naderhand bleek er van mijn, toch al niet florissante, conditie heel weinig over. De wandelingen beperken zich – nu nog – tot hooguit rondjes van een kilometer of 5. Met een beetje geduld moet dat weer goed komen maar laat geduld nou precies niet mijn sterkste karaktereigenschap zijn.

Na toch nog wat gezellige bezoekjes en een feestelijke overnachting bij Jeroen en Anja, gooien we vrijdag los en wenden de steven weer richting Grevelingen.

Na de sluis van Bruinisse draaien we het Zijpe op om vervolgens via Mastgat en Keeten bij het Brabants Vaarwater te geraken. Er staat een straf windje van opzij en we krijgen golven water over. In het Brabants Vaarwater ontdekken we een plaat met daarop een groep van wel 30 zeehonden.

Er zitten veel jonkies tussen. We passeren de groep op gepaste afstand en genieten van dit prachtige uitzicht.

Daarna is het nog een wippie naar de Goese Sassluis en al snel varen we over het kanaal richting Goes.

We vinden een mooi plekje in het überschattige jachthaventje Het Werfje en gaan gelijk op pad voor een wandeling door de stad. We komen, toch weer, op verrassende plekjes en prijzen ons gelukkig.

Zaterdag wordt een dag met een gouden randje. Geheel onverwacht komen Joost, Marjon en de mannetjes langs op hun thuisreis van een weekje Ardennen. Het wordt een gezellig weerzien vol spannende vakantieverhalen.

Als zij weer op weg naar huis zijn, staat de volgende verrassing alweer op de planning. Samen met Fred’s broer eten we bij nichtje Esther en haar gezin. Het wordt een gedenkwaardige en gezellige avond.

Zondagochtend wandelen we via park Valckeslot naar het recreatiegebied De Hollandse Hoeve. De voorjaarsboden zijn duidelijk – en vrolijk – aanwezig op deze zonnige ochtend in dit mooie gebied.

Maandagochtend is het weer tijd om verder te trekken. Om 9 uur draait de brug voor ons en maken we ons op voor het tochtje richting Hansweert. Het is de bedoeling om aan het steiger na de sluis de vloedstroom van morgenochtend af te wachten. Die moet ons dan de Schelde op en België in voeren.

Voor die tijd verwachten we zusje Lydia en haar man Jan nog voor een voorlopig laatste ‘Hollands’ hapje/drankje/spelletje.

Van de winter naar de lente….

Viert de winter in Maassluis hoogtij met vrieskou en sneeuw, zo gauw we Maassluis verlaten lijkt het de beurt aan de lente…

Niet gehinderd door de vrieskou maken we vanuit Maassluis een stevige wandeling door Midden-Delfland.

Een prachtig gebied waar het helaas bijna niet rustig wordt door de drukke snelweg van en naar Rotterdam. Desondanks toch een gebied dat zeer de moeite waard is om te voet te verkennen.

Als vrijdag en zaterdag de sneeuwdagen over Maassluis komen, verwelkomen we Digna en Milan met warmte, gezelligheid en erwtensoep. Zaterdagochtend heel vroeg vertrekken zij weer richting Schiphol om vandaar naar de jarige Richard in Warschau te vliegen. Zondag vieren we de 41e verjaardag van Joost, maandag komen schoonzusje en zwager nog even gezellig eten en dinsdag om 08.30 uur draaien de bruggen ons uitgeleide richting Nieuwe Waterweg.

Daar is het een drukte van belang met zee- en binnenvaartschepen in alle soorten en maten. Dankzij de onvolprezen verkeersbegeleiding sector Botlek (volgens ons op dit moment bevrouwd door Miranda, de dochter van Peter en Anita Bol),

bereiken we veilig en wel de Oude Maas waar het al wat rustiger wordt en daarna het Spui, dat we voor ons alleen hebben. Hoewel we steeds stroom tegen moeten trotseren, snort ons motortje rustig en kalm door. Langs Oud- en Nieuw Beijerland bereiken we het Haringvliet, nu nog slechts begeleidt door een stralende voorjaarszon.

Tiengemeten wordt gepasseerd – weer met dat dubbele gevoel dat ons hier altijd bekruipt. De boeren die het eiland in cultuur brachten en jaren- en jarenlang bewerkten moesten verdwijnen. Alles moest anders, Tiengemeten teruggegeven aan de natuur. In de achtergebleven boerderijen slapen nu natuurrecreanten of rusten vleermuizen.

Als we vastgemaakt zijn aan de binnenkant van de jachtensteiger bij de Volkeraksluizen, wandelen we langs de parallelweg (héél niet leuk) naar de overkant. De bedoeling om hier nog een wandeling te maken zetten we snel overboord. In het donker terug langs die weg lokt voor geen meter. We houden het bij een poosje het drukke sluizenbedrijf van dit enorme complex aanschouwen.

De nacht is helder en de te koop liggende schepen van de jachtmakelaar lichten fraai op in de lampen van de steiger.

De volgende dag wordt nog zonniger en we genieten – ondanks mijn opkomende griepje – van het tochtje naar onze geliefde Grevelingen. Ook Brouwershaven voelt weer als thuiskomen, zeker als blijkt dat zusje Lydia de koffie (mèt Zeeuwse bolussen) klaar heeft!!

We vinden een gastvrij plekje bij Ad en de gebroeders Van Ast, waarna we nog één keer moeten gaan verkassen. Er wordt gewerkt aan de kade in de oude haven van Brou en de kapitein van het werkschip, dat steeds heen en weer moet varen, vindt dat wij maar lastig liggen.

Eenmaal verhaalt, is ook hij tevreden en duik ik mijn bed in om die akelige griep eruit te zweten….

Duinen, stad en Haagsche Hopjes

In 1792 was aan de Haagse Laan van Meerdervoort de confiserie van Van Haaren & Nieuwerkerk gevestigd. In dat jaar kwam baron Hendrik Hop boven dit confiseurhuis wonen. Deze baron liet op een ‘kwade’ avond zijn koffie met suiker en room op de kachel staan. De volgende ochtend was zijn koffie gecarameliseerd. Toen zijn dokter de baron verbood nog langer koffie te drinken, herinnerde hij zich deze ‘kwade’ nacht en de gevolgen daarvan en vroeg zijn benedenbuurman voor hem deze ‘brokkenkoffie’ te maken. Zo ontstonden de befaamde Haagsche Hopjes, die in 1880 als zodanig geregistreerd werden. Haagse verhalen, Haagse geschiedenis, tijdens de wandelingen uit ons Haagse boekje komen we er zoveel tegen….

We wandelen in Moerwijk door woonwijken, parken en plantsoenen, langs een prachtige Hindoetempel

naar de kerk van Rijswijk, waar mijn persoonlijke geschiedenis de wandeling raakt. In deze kerk trouwde mijn opa op 65-jarige leeftijd na jaren weduwnaarschap met een Haagse dame. Hij verhuisde voor haar van het toen nog ultra-landelijke Leidschendam naar het Den Haag van de kopjes koffie en thee gebruiken in de stad.

Hij ging met haar – een lief mensje overigens – wonen op een bovenwoning, waar we ook langs wandelen en was daar, zoals ik me mijn opa herinner, niet echt gelukkig. Uiteindelijk vonden ze een benedenwoning met een tuintje voor en achter en dat kwam voor hem dichter in de buurt van hoe hij wilde leven. Ook langs dat huisje voert onze route, bijzonder om hier zoveel jaar na dato weer te wandelen. Opa overleed en omaatje Bresterstraat, zoals wij haar noemden, kwam jammerlijk om het leven toen ze ’s avonds laat terugkeerde van een bezoek aan vrienden. Voorbijgangers vonden haar, liggend in een groenstrook. Gelukkig was er geen misdaad in het spel, zij overleed aan een hartaanval…

We wandelen regelmatig langs het watertje de Laak, waaraan het Laakkwartier zijn naam dankt. Een nietig stroompje in al dit grootsteeds geweld. Via Haagse Hogeschoolgebied

komen we uiteindelijk bij het terrein van het vroegere slachthuis. In de jaren dat dat in bedrijf was, tussen 1911 en 1985, besloeg dit terrein al het enorme oppervlak van meer dan zeven hectare grond.

Er werd niet alleen geslacht maar ook vlees verwerkt. Bovendien verzorgde men de koeling van naast vlees, ook groente, fruit, zuivel en bloemen en werd ijs geleverd aan slagers in Den Haag en omgeving. Zelfs controlecentra voor slagerijen en supermarkten waren hier gevestigd en vielen onder de verantwoordelijkheid van het slachthuis.

Tegenwoordig is hier het stadsdeelkantoor gevestigd en een grootschalige woonwijk gecreëerd. Als we nog een stukje langs de Laak wandelen, komen we bijna vanzelf weer bij het futuristische station Moerwijk uit, waar we het trammetje terug naar Scheveningen nemen.

Op een druilerige zondag wandelen we door het Westduinpark naar De Vulkaan, vanwaar we een mooi uitzicht hebben op stad en omgeving.

Gedeeltelijk door de duinen en over het strand terug maken we er een mooi rondje van.

Een onverwachte maar gelukkig korte ziekenhuisopname gooit nog even roet in het eten. Van verdere Haagse wandelingen zal het niet meer komen, dat is jammer maar Den Haag loopt niet weg en wij hopen hier in het najaar weer terug te zijn, dus wat in het vat zit….

Op een druilerige en koude dinsdag gooien we los, zwaaien Scheveningen vaarwel en zetten koers naar Maassluis. Daar willen we nog een weekje domicilie kiezen in verband met feestelijke en minder feestelijke verplichtingen in de buurt. De tocht is saai en koud, het water van de Noordzee heeft een bijzondere kleur op deze dag.

Als we de Nieuwe Waterweg opdraaien, passeren we al snel de afmeerplaats van de Stena Line en aansluitend de Maeslantkering. Hier worden we ook even nieuwsgierig bekeken door een zeehondje, dat het al snel gezien heeft en weer onderduikt, weg van deze druilerige wereld.

Begeleid door de Verkeerscentrale is het een snelle en veilige tocht geworden en draaien we zonder problemen het havenkanaal van Maassluis in. Twee mannen die op de zeesleper Elbe aan het werk zijn, bekijken ons notedopje bewonderend en merken op dat het wel een fluisterboot lijkt, zo mooi rustig loopt ons motortje! Tsja, daar kunnen we dus alleen onze Jeroen van Jachtservice Scheveningen de credits voor geven en dat doen we natuurlijk van ganser harte! We zwaaien naar Peter Winnen, die bezig is op zijn schip en maken en passant een koffie-afspraak.

Dan moet de mast gestreken en aansluitend moeten een paar bruggen gepasseerd voordat we de binnen- en daarna de jachthaven bereiken waar we gastvrij worden ontvangen door de havenmeester en een best aardig plekje vinden om nog een weekje te bivakkeren. We verheugen ons op een paar wandelingetjes door en in de omgeving van het aardige stadje dat Maassluis is.

’s Avonds komen Jeroen en Anja nog even gezellig eten om te kijken of we wel een mooi plekje hebben èn om een beetje af te kicken. We zullen Jeroen’s bijna dagelijkse bezoekjes en de reuring aan de Scheveningse haven zeker missen om nog maar te zwijgen van de vlakbije aanwezigheid van Joost, Marjon, de mannetjes, zusjes, zwagers, neven, nichten, vrienden en bekenden…. Fijn om nog even in Maassluis – en dus toch min of meer in de buurt – te zijn!