Steentjes en straf

Fred wil geen steentjes in zijn schoenen. Ik eigenlijk ook niet. Jan Bergmans wel, maar dat was ergens begin 17e eeuw. Het pad dat hij, als pelgrimage voor zijn dagelijkse zonden en dus met die steentjes in zijn schoenen ging, lopen wij ook.

Van Zichem naar Scherpenheuvel. Als pelgrimage een afstand van niks, een kleine 5 kilometer, hoewel….met kiezels in je schoenen? Jan werd 22 jaar maar deed in die luttele tijd kennelijk genoeg om later heilig verklaard te worden. Wij lopen, als deel van onze pelgrimswandeling, dus hetzelfde pad als Jan. We worden vast niet heilig verklaard, want stonden behoorlijk kritisch tegenover het pelgrimscircus dat we eerder op de dag bij de Basiliek van Scherpenheuvel aantroffen.

Het hele ‘pad van Jan’ door de velden, lopen we onder een venijnig blakkerende zon, zonder een streepje schaduw. Dat heb je ervan, voor straf denk ik.


Bijna twee weken geleden alweer dat we Mechelen verlieten. Met hoog water in de Dijle varen we naar de Zennegatsluis,

de eerste van de vijf buiksassen in het kanaal naar Leuven. Buiksassen danken hun naam aan de ronde vorm van de sluiswanden en deze hier zijn geklasseerd als monument. Of we dus maar voorzichtig willen zijn…..


We nemen de tijd voor het kanaal, maken op twee verschillende plaatsen vast en verkennen, fietsend en lopend, het achterland. Vlaams-Brabant, het Hageland, het bevalt ons enorm goed. Eenmaal in Leuven worden we de gelukkige bezitters van een boekwerkje met 20 wandelingen rondom Leuven. Buiten het prachtige centrum blijkt hier in de omgeving veel te genieten en te ontdekken.

We zompen door broekbos,

bewandelen veld- en holle wegen

en beklimmen ‘bergen’ van wel 50 meter hoog!

We wandelen door de poort van wat een grote hoeve lijkt en staan onverwacht op het imposante terrein van de Abdij van Vlierbeek.

Door de boomgaarden tussen Rotselaar en Werchter komen we op het beroemde festivalterrein,

dat rustig ligt bij te komen van en te herstellen voor de drukte van duizenden festivalgangers.


We zien prachtige moderne huizen en glimlachen om een popperig Duitsachtig huisje, waarnaast een – in onze ogen perfect – modern onderkomen is verrezen.

We raken aan de praat met de eigenaar van het moderne huis en hij vertelt dat hij heel zijn leven in het huisje ernaast heeft gewoond. Dat stond op een enorme lap grond, die later in drie, nog niet misselijke, kavels is verdeeld. Hij denkt dat zijn vader zich in zijn graf zou omdraaien, mocht hij ooit zien wat er naast zijn huisje is verrezen. Wij denken dat dat wel mee zal vallen, dat hij voornamelijk erg trots zou zijn.


In Leuven komt de oude havenmeester, na een telefoontje van de nieuwe, speciaal naar de haven om ons gedag te zeggen en even op de Knipmes bij te kletsen. Acht jaar geleden, toen we hier met Kerst waren, kregen we een erg leuk contact met hem en hebben nog heel lang mailcontact gehouden. Fijn om hem weer te zien en te horen dat het hem nu weer beter gaat.
Vrienden uit Overijse komen ons opzoeken en we hebben een erg gezellige avond met elkaar.

We worden overweldigd door de simpelheid van het Belgische busnet: je koopt voor 15 Euro een 10-rittenkaart en voilà; één keer afstempelen per rit en verder geen gezeur. Met één stempel mag je een uur reizen. Als je voor die tijd overstapt, mag je ook die rit afmaken. Hoe simpel kan het zijn?! Een verademing na de ultra-ingewikkelde, dure Hollandse ov-chipkaart!


In Zichem beklimmen we de recentelijk gerestaureerde Maagdentoren. Een dorpeling vertelt ons dat de openingsfestiviteiten maar juist dit weekend gehouden werden.

Aan de Maagdentoren is een legende verbonden. Het verhaal wil dat de toren ooit bewoond werd door Don Juan, de landvoogd van de Nederlanden. Zijn bloedmooie dochter Rosita was zijn oogappel en zij werd, geheel tegen de zin en de plannen van Don Juan in, verliefd op een soldaat van eenvoudige afkomst.

Hij kon haar niet op andere gedachten brengen en probeerde het via de twee kloosterzusters, die Rosita opvoedden. Ook zij hadden geen succes, waarop Don Juan zo boos werd dat hij de drie maagden in de toren opsloot. Toen ook dat zonder resultaat bleef, bond hij de drie vrouwen tezamen en gooide hen in de Demer, waar zij jammerlijk verdronken. Don Juan werd gestraft; hij eindigde zijn leven knettergek…

Ons verblijf in de haven van Leuven is niet zonder bedenkingen: er wordt al jaren hard gewerkt om de omgeving van vervallen industrie (oa de gebouwen van de brouwerij van Stella Artois) om te toveren naar modern woongebied met nog wat te behouden industriële elementen.

Dat een en ander met de nodige herrie gepaard gaat, zal duidelijk zijn. Veel werk is al gedaan en dat ziet er erg aantrekkelijk uit, hopelijk gaat het hier door de tijd helemaal goed komen!

Gelukkig maakt de stad, samen met de vriendelijke gastvrijheid van de havencollega’s, veel van de overlast goed!
We blijven hier nog wel een poosje ronddobberen om uitgebreid van deze prachtige omgeving te genieten: met de Knipmes, met de bus, de fiets òf te voet!

Boer Louietje met zijn ene tand

Maandag verlaten we Lier in het gezelschap van Agda en haar onafscheidelijke, lieve Leo.

In sluis Duffel kunnen we zien wat er zoal in het water gevonden wordt

en eenmaal bij het Zennegat kiezen we de meest linkse doorgang richting Mechelen. De sluis is al geopend, dus we kunnen ongehinderd de stad van de Maneblussers binnenvaren.

Als we een aardig plekje hebben gevonden, verwelkomen we al snel Ilse, de vriendin van Agda, die haar en Leo komt ophalen. We drinken nog even koffie met elkaar en dan is het toch echt tijd om afscheid te nemen.

De volgende ochtend bussen we van Mechelen naar St.-Katelijne-Waver om via ons onvolprezen Stellingpad terug naar Mechelen te lopen. Het fort van Duffel blijkt opgeknapt en na elven geopend voor bezoek.

Zo lang kunnen wij niet wachten. Via een mooie route komen we langs de Nete te wandelen

en vervolgens langs Domein Rozendael. Gelukkig zijn we eigenwijs en wandelen even het domein op. Daar staat een prachtige druivenserre die nog uit de 18e eeuw stamt.

We drinken koffie voor het koetshuis, dat deel uitmaakt van het jeugdcentrum dat tegenwoordig op dit voormalig kloosterterrein gevestigd is. De poort herinnert nog aan de abdis, die deze, bepaald niet bescheiden, ingang in 1777 liet optrekken.

Het Fort van Walem, dat we daarna al snel rondlopen, blijkt een stuk minder toegankelijk en alleen via de piepkleine gaatjes van een stalen-platen-afscheiding te bewonderen.

Mechelen bereiken we vervolgens via het stadion van KV Mechelen, een nogal aanwezig bouwwerk.

Met Dorus verkennen we de volgende dag de binnenstad van Mechelen, een aangename bezigheid omdat daar meer dan voldoende te bewonderen valt.

Hij mag ook mee op de volgende etappe van het Stellingpad. Dat is te zeggen: een aangepaste etappe, want het is tegenwoordig niet meer zo dat ons ouwetje kilometers lang mee kan hobbelen.

Via het prachtige Vrijbroekpark naar de Zennebrug gaat precies. Als we daar aankomen, gaat het regenen en blijkt de bus terug naar Mechelen over twee minuten te vertrekken!

De busreis is een welkome rustpauze voor ons Dorussie en eenmaal terug op de Knipmes heeft hij toch alweer 7,5 kilometer op zijn teller staan!
’s Avonds gaan we ‘op café’ met Arie en Moniek, kennissen van acht jaar geleden, toen we midden in de winter in Mechelen lagen. Het wordt een genoeglijke avond, die vraagt om herhaling: zondagavond komen ze eten op de Knipmes en ook dat wordt een succes.
Vrijdag krijgen we het minder gezellige bericht dat kleinzoon Fabian op vakantie in Frankrijk zijn been heeft gebroken door een ongelukkige val op de trampoline. Het zit helemaal in het gips en mag voorlopig niet belast worden. De rest van de vakantie zal hij in een rolstoel vervoerd moeten worden. Als we aan het eind van de dag even videobellen, lijkt hij al over de schrik heen en is het vooral aangenaam om zoveel belangstelling van campingvriendjes en –vriendinnetjes te hebben!

’s Avonds is er vuurwerk op de markt, het is vandaag de nationale Belgische feestdag.

Natuurlijk gaan we kijken en het is sfeervol net als de laatste keer dat we hier het Oud- en Nieuwvuurwerk meemaakten.

Zaterdag wandelen we van de Zennebrug langs de bloemrijke oevers van de Zenne

naar Willebroek. Daar drinken we koffie in de tuin van Kasteel Bel Air en bewonderen, bij het Zeekanaal naar Brussel, de hefbrug van Willebroek, een gigantisch geval.

Het Fort van Breendonk, bij Willebroek, blijkt van een geheel andere orde dan de andere forten. Hier vestigden de Duitsers in WO II een doorgangskamp, wat later een onvervalst concentratiekamp zou worden. Velen vonden hier de dood en tegenwoordig is dit een herdenkingsplaats.

Min of meer langs de spoorlijn bereiken we, via het mooie fort Liezele, dan Puurs,

waar vandaan de trein ons terug in Mechelen brengt. Van het station lopen we over het aangename Dijlepad door het centrum van Mechelen terug naar de Knipmes.

Maandag en dinsdag gaan we verder met Mechelen bewonderen

en woensdag is het dan zover: de laatste etappe van onze wandeling langs de Stelling van Antwerpen. We treinen wederom naar Puurs om, ook al snel, weer langs de spoorbaan verzeild te raken. Hier maken we kennis met de 88-jarige Louietje. Altijd boer geweest, nu nog in het bezit van 1 tand en 2 zere heupen (+ een gigantisch oppervlak aan land, volgens een buurman, die we later spreken). Oh ja, en een vrouw die jonger is dan hij, nog helemaal gezond en die hem niet goed begrijpt. Als wij opmerken dat wij elkaar ook niet altijd zo goed begrijpen, wordt hij daar helemaal vrolijk van en lacht zijn ene tand bloot. Hij is heel gelukkig met zijn fiets met lage instap en zo te merken erg blij om uitgebreid met ons te babbelen. Dat doen we dan ook. We willen niet zien hoe hij zijn fietsje weer gaat bestijgen en lopen met gekruiste vingers verder. Na een poosje komt hij ons vrolijk zwaaiend en daardoor vervaarlijk slingerend voorbij gereden. Onder het fietsen moet hij ook nog uitgebreid zwaaien naar de buurman, waarbij hij alweer bijna in de kant raakt en dan gaat hij de bocht om, voor ons uit het zicht – een stuk rustiger. Vervolgens moet de buurman ook nog even zijn zegje doen over Louietje. Een geruststelling voor iedereen dat hij niet meer boert: in het dorp voorzagen ze dat hij óf dood op zijn land óf dood van zijn vrouw zou vallen…. Vooralsnog fietst Louietje echter nog vrolijk rond…

Fort Bornem is het laatste fort van onze route. Een fraaie uitzwaaier, want het domein van bloemrijke vakantiewoningen. We drinken koffie met zicht op het enigszins verwaarloosde fort

en wandelen al snel verder richting een oude Schelde-arm bij het Graafschap Kapitein van Luipegem.

Dan is het nog een wippie naar de Schelde-oever, waar we van het uitzicht en onze boterham willen genieten.

Echter, als we zien dat onze bus terug over 10 minuten vertrekt, wordt het dus een boterhammetje in de bus. De volgende bus gaat immers pas weer over een uur! Jammer, dat het pad nu letterlijk en figuurlijk afgelopen is. We hebben ervan genoten en kijken met heel veel plezier terug op onze 135 Stelling van Antwerpen-wandelkilometers.

’s Avonds nemen we afscheid van Arie en Moniek en van de Mechelse havenmeester. Vandaag, donderdag om 9 uur draait de sluis voor ons en gaan we op weg naar de Zennegatsluis om vervolgens via het Kanaal Leuven-Dijle vandaag, morgen of overmorgen Leuven te bereiken….

Verder stappen en Lierse biertjes

Voor het eerst lukt het ons daadwerkelijk om via de Kattendijksluis de Schelde op te varen! Bij de eerste poging, jaren terug, was hij gestremd; bij de volgende, ook al een mooi poosje geleden, lagen we helemaal klaar in de sluis toen de deuren weigerden te sluiten. Vandaag lukt het dus echt, hoewel we behoorlijk geduld moeten oefenen: het is dan ook nogal een bak water die gevuld/geleegd moet worden.

Op de Schelde worden we geëscorteerd door kleine (speed)bootjes en waterscooters. Geen stuiver last tòtdat de schuit van de Waterpolitie langs komt! Rijkswaterstaat en Waterpolitie, hoe kan het toch dat die over het algemeen de meeste hinder veroorzaken?

Al snel draaien we met het stroompje mee de Rupel op, bemerken hoe druk het fietspontje over de Rupel het heeft op deze stralende zondag

en maken bij Boom vast aan de binnenkant van de veersteiger. Het water kolkt omhoog langs de Knipmes om later op de avond dezelfde weg terug omlaag te kolken. Zodoende kan het gebeuren dat je van hetzelfde zwerfvuil meerdere keren per dag kunt genieten…

We hebben een prachtige laagwater-zomeravond.

De volgende dag vertrekken we pas ’s middags om weer met de stroom mee naar sluis Duffel te dobberen. Prachtig, zo’n getijdestroom, vooral met laagwater.

In Lier maken we vast aan de mega-lange passantensteiger. Vooralsnog zijn we het enige bootje maar niet voor lang. Aan het eind van de middag zien we een bekend schip voor ons vastmaken: Koos en Elly uit Oirschot, dat is echt jaren geleden! De komende dagen halen we de schade ruimschoots in en kletsen gezellig bij.

Dinsdagochtend brengt de bus ons in Oelegem en pakken we de (Stelling)draad weer op. Om te beginnen kruisen we het Albertkanaal

en een tweetal snelwegen. Gelukkig zijn het al snel de bomen die het verkeerslawaai absorberen en stappen we heerlijk door bossen en velden, zelfs dwars door boomgaarden.

Broechem en Emblem worden doorkruist alvorens we het Netekanaal en daarna de Nete zelf oversteken.

Over de Kesselse Heide wandelen we naar Kessel, waar men zich opmaakt voor een wielerkoers later op de dag.

Als we Lier bereiken blijkt het ook hier laagwater

en is het tijd om te genieten van dit lieflijke, bloemrijke stadje.

Als we de volgende dag met Dorus naar Fort Lier wandelen, leren we dat dat niet altijd zo geweest is. Net als het fort werd ook Lier tijdens WO I danig in puin geschoten en daarna ook nog in brand gestoken. Tweeduizend man waren daarna bijna een jaar bezig om puin te ruimen!

Donderdag vertrekken we vanaf de Knipmes naar Sint-Katelijne-Waver. Eerst een niet-prettig stuk langs de provinciale weg maar al snel weer heerlijk rustig en landelijk.

Fort Koninghooikt wordt tegenwoordig verdedigd door ganzen

en bevolkt door vissers die in de fortgracht hun kotjes bouwden.

Als we verder stappen bewonderen we een aantal paarden, die, om te drinken, keurig op een rij op hun beurt wachten!

We ontdekken de eerste rijpe bramen en in onze inhaligheid verliezen we het routeboekje met onze wandeling! Gelukkig zijn er geen liefhebbers voor en vinden we het na wat speurwerk terug in de greppel bij de bramenstruiken!

Via het terrein van de Mechelse Tuinbouwveiling komen we dan bij het fort van Sint-Katelijne-Waver, waar het hoog tijd is om onze boterhammetjes op te eten. Aan de brievenbussen te zien, wordt het fort ergens nog bewoond ook…?!

Langs een drukke autoweg wandelen we terug naar het centrum van Sint-Katelijne-Waver vanwaar de bus ons weer in Lier afzet.

Vrijdag wordt er ingekocht en gekokkereld op de Knipmes. Vanavond komen de kinderen voor het weekend en die ‘moeten’ natuurlijk verwend worden! We hebben heerlijke dagen met elkaar.

Er wordt gekletst en gelachen, gegeten en gedronken. Zaterdag bekijken we Lier nog eens uitgebreid.

We drinken Liers Pallieterbier op het Marktplein

en eten voortreffelijk aan het Zimmerplein met uitzicht op de bekende Lierse Zimmertoren. Als we zondag afscheid nemen, zijn we het met z’n vieren helemaal eens: het was een heerlijk weekend!

Morgenmiddag verlaten we Lier

om Mechelen en haar inwoners een poosje met onze aanwezigheid te verblijden….!

Antwerpen: de stad, kunst en de Stelling…

Als we het Willemdok in Antwerpen binnenvaren, komt havenmeester Toni ons al tegemoet geraced in zijn onafscheidelijke rubber monster. Hij begeleidt ons naar een prima plekje. Hier houden we het op zeker wel een weekje uit…

In het weekend gaan we daar bijna heel anders over denken. Zaterdag wordt er tot ver in de kleine uurtjes gefeest op een mega-jacht tegenover ons: keiharde muziek, veel gelach en geschreeuw. Als we zondag wat bijgetrokken zijn en net terug van de ochtendmarkt, start een feest op de kade met een dj die meent met steeds hardere takkeherrie publiek te moeten trekken. We krijgen de neiging om keihard weg te varen. Dan trakteert de buurman ons op een lesje omdenken: we hebben een praatje, eerst over de takkeherrie maar al snel komen we op de aanslagen bij de Bataclan, in Brussel, in Berlijn en Londen. “Eigenlijk moeten we dan maar blij zijn dat hier muziek gemaakt wordt”, merkt hij op. En dan, plotseling is de herrie zo erg niet meer en de muziek bij tijden zelfs wel leuk…!

Maar goed: Antwerpen. Vrijdag maken we met Dorus een rondje stad en bewonderen het station van Antwerpen. Omdat uitbreiden in de breedte ten ene malen onmogelijk was, zocht men het in de hoogte/diepte. Een mooie oplossing, vinden wij.

In de middag wandelen we naar Het Eilandje waar in een loods de eindejaarsexpositie van Spaanse Waterhondkennisje Agda heeft plaatsgevonden. De eigenlijke expositie is al ruim een week afgelopen maar Agda is zo lief geweest het merendeel van haar werk te laten staan/hangen.

Ze vertelt het verhaal waaraan zij haar eindejaarswerk heeft ‘opgehangen’ en over de technieken die zij daarbij gebruikte. Knap gedaan met mooie resultaten vinden wij en zo met elkaar – en niet te vergeten met de hondjes erbij – wordt het heel gezellig.

Maandag, als zij weer in de loods moet zijn, belooft ze naar de Knipmes te komen en een hapje mee te eten.

Zaterdag worden we blij verrast door de komst van Joost, Marjon en de mannetjes. Supergezellig en heerlijk om elkaar weer even te zien.

Als Fred en ik zondagochtend naar de ‘Vogeltjes’markt gaan worden we weer verrast. Iets minder blij dit keer: plotseling hoost het van de regen. We duiken de pompeuze maar altijd leuke Stadsfeestzaal in

en vermaken ons tot het weer enigszins droog is. Afgeladen met tassen groente en fruit keren we wat later, met nog een schuilstop op stand, Knipmeswaarts.

In eerste instantie ook niet zo vrolijk stemmend: het verhaal van de Stelling van Antwerpen. Tien jaar werd er aan gewerkt, duizenden hectaren land onteigend, honderden gebouwen gesloopt. Forten en schansen moesten de belangrijkste Belgische havenstad gaan beschermen. Het bleek een illusie: nog geen tien dagen kon Antwerpen verdedigd worden!

Bij al die treurnis weer wèl vrolijk stemmend: journalist Joost Vermeulen heeft langs de overblijfselen van deze stelling een wandeling van 135 kilometer rondom Antwerpen gewrocht. Een topidee om ook de achterlanden van Antwerpen te leren kennen.

Op dinsdag reizen we met de bus naar Putte-Kapelle voor de eerste etappe. Het begint mooi en goed. We wandelen door de Moretusbossen naar kasteel Ravenhof

en al heel snel daarna voert de 40 kilometer lange, bewaard gebleven antitankgracht ons van fort naar bunker

naar fort.

Uiteindelijk komen we uit in Brasschaat, waar de huizen groot, de hekken hermetisch gesloten en de muren hoog zijn…

De volgende etappe voert ons van Brasschaat naar de kerk van Oelegem. Weer is de ATG (antitankgracht)

onze rode (in feite groene) draad door het landschap, slechts onderbroken door het Kempisch Kanaal, tegenwoordig het Kanaal Turnhout-Dessel-Schoten.

Het is trouwens raar en onwennig wandelen zonder ons trouwe wandelmaatje. De jaren gaan tellen voor hem en wandelingen van rond de 20 kilometer, dàt kunnen we hem echt niet meer aandoen.

Woensdag mag hij mee. Met de bus reizen we naar de andere kant van de stad. We beslenteren het Nachtegalenpark, het Middelheim (openlucht)Museum en het Den Brandtpark. Het is heerlijk in deze schaduwrijke omgeving met kunst te kust en te keur.

Fred is onder de indruk van het werk van Richard Deacon.

Zóveel verschillende materialen als hij gebruikt en allemaal met precisie en prachtig afgewerkt.

We wandelen/strompelen over The Bridge without a name van Ai Wei Wei

en bewonderen in het Den Brandtpark een gigantische treurbeuk van 180 jaar oud. De bus brengt ons terug naar het Willemdok en de Knipmes.

Vandaag, zondag, maken we ons op om Antwerpen te verlaten. Om 14.00 uur draaien de brug en de sluis. We hopen dan vandaag (of morgen) Lier te bereiken, van waaruit we onze route langs de Stelling van Antwerpen hopen te vervolgen….