Van Grevelingen naar Kager Plassen

Terwijl buiten de storm woedt en de ramen van de Vader Knipmes worden gegeseld door de slagregens, lijkt het een mooi moment om jullie bij te praten. Wat is er tenslotte lekkerder dan met een wijds uitzicht over de Kaagse Plassen, bulderende wind en slagregens lekker warm in je bootje te schrijven over de belevenissen van de afgelopen weken?

Op een mooie dag verhuizen we van West-Repart naar het haventje bij het Springersdiep.

Daar vlakbij wacht ons een wandeling uit ons pas aangeschafte wandelboekje Wandelen langs de Atlanticwall in Zuid Holland.

De wandeling bij Ouddorp is de meest zuidelijke van allemaal, dus een mooi moment om hier een begin te maken. We beginnen met een stuk over het strand en we zijn de enige wandelaars hier op de vroege ochtend.

Alleen de meeuwen houden ons gezelschap.

De wandeling is prachtig en verrassend. Hoewel wij niet veel met militair erfgoed hebben is het toch wel een eye-opener te zien hoeveel militaire activiteiten hier geweest zijn en hoeveel er nog bewaard is gebleven.

Vooral vlakbij het Springersdiep is een heel gebied met de overblijfselen van een enorm bunkercomplex midden in de duinen.

Indrukwekkend en een prachtig gebied om te doorkruisen.

Als we weer vertrekken van het Springersdiep komt Fred’s 71e verjaardag in zicht en dat worden heerlijke en gedenkwaardige dagen. Zelfs ons oud-omaatje van 91 is van de partij! Met haar rollator komt zij naar de boot wandelen om vervolgens zonder dralen aan boord te stappen, echt een kanjer!

Als de feestelijkheden achter de rug zijn, vinden wij het de hoogste tijd om los te gooien en de Grevelingen te verlaten.

Bij zonsopkomst varen we door een prachtige wereld op Bruinisse aan, uitgezwaaid door een drietal zeehondjes.

Via verschillende sluizen komen we uiteindelijk bij Dordt. Een saaie tocht en als blijkt dat bij ons favoriete haventje – het Maartensgat – de steigers vernieuwd worden, waardoor er geen plaats is voor ons,

besluiten we nog even door te gaan. Bij Krimpen a/d Lek in het Balkengat vinden we een gastvrij plekje.

De volgende dag varen we door naar Waddinxveen. Daar maken we net voorbij de hefbrug vast, een mooi, maar onrustig plekje.

We mogen diverse enorme (water)transporten bewonderen en dat maakt het natuurlijk ook wel weer erg leuk.

De volgende dag hebben we een wat aparte planning: wandelen van Waddinxveen naar Alphen a/d Rijn, met de trein terug en vervolgens met de Knipmes weer terug naar Alphen. Het wandelgedeelte van dit plan voert ons door mooie natuur en eindigt bovendien verrassend:

als we Alphen in wandelen worden we ingehaald door twee fietsers. Dat blijken schoonzusje Maja en haar man Cor te zijn! Afspraken zijn snel gemaakt, morgen komen zij een vorkje meeprikken op de Knipmes! Het blijkt sowieso een verrassende dag: als we later in de middag Alphen invaren worden we enthousiast toegezwaaid door Ad en Tineke van de Avontuur. Er is nog plaats achter hun schip, dus eenmaal vast moet er natuurlijk koffie gedronken/bijgepraat worden, enorm gezellig! We blijven hier liggen maar laat op de avond blijken we op de weekendplek van een enorm werkschip te liggen. Grote schijnwerpers die bij ons naar binnen schijnen maken al snel duidelijk dat er enige actie van onze kant verwacht wordt. De mannen zijn supervriendelijk en met een beetje passen en meten past alles en ligt de Vader Knipmes als een wel erg kleine David tussen twee Goliathen. Fred zegt altijd: als het past is het goed, en dat is natuurlijk helemaal waar.

De volgende ochtend komt Joost Marnix brengen en samen met hem gaan we naar de Alphense markt, een heerlijke ochtend en om een uurtje of twaalf wordt onze kleine man weer opgehaald door zijn papa, ze hebben een strak schema dit weekend. Wij eigenlijk ook wel: er moeten nog inkopen gedaan en eten voorbereid voor vanavond. Da’s wel dikke pech: we regenen drijfdoorwaternat als we boodschappen doen maar verder is het een fijne en gezellige avond, dus ach…

De volgende ochtend nemen we, na een heerlijk wandelingetje door Alphen met Dorus, afscheid van Ad en Tineke en verhuizen we naar de andere kant van Alphen. Daar willen we de volgende dag ook nog een stukje wandelen met ons lieve oudje en daarna vertrekken we.

We varen door een typisch Hollands landschap naar de Kager Plassen en vinden een heerlijk plekje aan het eilandje Koudenhoorn.

Ook voor Dorus is het hier fijn: hondjes mogen vanaf 1 oktober op het hele eiland loslopen en er zijn zwemmogelijkheden voor ons waterbeest te over!

Woensdag lijkt het nog een droge, aardige dag te worden en we besluiten tot een fikse wandeling. Zonder Dorus want 19 kilometer is niet meer haalbaar voor hem. Een wandeling die voor driekwart prachtig is.

Het andere kwart voert ons langs drukke en vervelende wegen maar dat wisten we op voorhand. De andere stukken maken dat ruimschoots goed. Als we door het bos van Huys te Warmond struinen,

ontmoeten we drie natuurgidsen, die daar onder leiding van een ‘paddestoelenprofessor’, zoals zij het noemen, op paddestoelentocht gaan.

Een van de gidsen wijst ons op een pruikenzwam, hoog in een boom. We zijn verrukt, want die hebben wij nog nooit gezien.

Zij legt uit waar wij er nog een van heel dichtbij kunnen bekijken en natuurlijk laten we ons dat geen twee keer zeggen!

Een leuke ontmoeting, jammer dat we toch weer verder moeten want we hebben nog minstens 15 kilometer te gaan.

Na de koffie op een bankje voor de kerk van Sassenheim stuiten we al snel op de ruïne van Teylingen,

waar aankomend weekend Vikingendagen plaats gaan vinden. Als we ultra-vervelende kilometers achter de rug hebben komen we, als een wel erg mooi goedmakertje, langs een kerkruïne waar men een pastorale begraafplaats gecreëerd heeft.

We dwalen wat rond en zijn daarna al snel weer terug in het centrum van Warmond.

Dan is het nog een wippie naar waar ons heerlijke huisje trouwhartig ligt te dobberen. Op diezelfde plaats laten we de storm van vandaag over ons heenkomen. De kop in de wind en verder redelijk beschut moet dat helemaal goedkomen en rest ons niks anders dan gewoon lekker te genieten van een knus, warm plekje aan de Kager Plassen…..

Lichtjes in de pot

Dat de natuur grillig is en voor onverwachte effecten zorgt, hoeven we na de afgelopen weken niet te benadrukken. Wel heel apart wordt het als in je toiletpot lichtjes gaan schijnen! Om water te besparen spoelen we op de Knipmes door met buitenwater. De laatste tijd hebben we ’s nachts, als we geen licht maken, dus regelmatig lichtend spoelwater. Een foto blijkt onmogelijk: zelfs het minimale lichtje van het toestel blijkt teveel, niks te zien dus. Heel bijzonder dit, we hebben het al die jaren niet eerder meegemaakt/gezien.

Dat we precies op tijd in de beschutting van het haventje van Bommenede lagen vóór de eerste najaarsstorm losbarstte, zal duidelijk zijn. En man, man, wat een regen is er gevallen! Geen wandelweer, geen fietsweer maar wèl opa- en omaweer! Twee avonden zijn we bij Milan. Oppassen zeg je niet meer bij een 13-jarige, toch?! We zijn superblij om elkaar eindelijk weer te zien en kletsen gezellig bij over de afgelopen zomervakantie en de school, die natuurlijk ook al weer begonnen is.

De woensdagochtenden wordt er gezwommen met zusje Lydia en Maaike. De daardoor verbrande calorieën moeten uiteraard direct aangevuld: een tijdrovende klus!

Zaterdag is eindelijk de dag aangebroken, waar door onze opstappers lang naar uitgekeken werd. Zusje Els en zwager Chris schepen in, vergezeld van hun twee kleinzoons.

Een nachtje op een onbewoond eiland, dat is het plan. Lijken de weergoden in eerste instantie niet mee te werken, eenmaal onderweg knapt het gelukkig op. De eerste twee zeehonden worden gespot en op het eiland(je) kunnen de mannen hun geluk niet op.

Er wordt fanatiek gevist, helaas zonder resultaat.

Daarna gaan de heren over op krabbetjes vangen, ook zonder noemenswaardige opbrengst.

Dat wordt vanavond òf honger lijden òf de vriezer plunderen. Het wordt het laatste en de mannen zijn allang blij. Er komen patatjes, kroketjes en stoofvlees te voorschijn en met een ijsje toe is het feestmaal compleet.

Na nog een paar potjes Keezen vallen de heren om van de slaap. Als snel liggen zij als roosjes te knorren. Knorren roosjes eigenlijk of klopt dit niet helemaal? Nou ja, in deep sleep dus.

De volgende dag brengt stralend weer. We gaan op weg om nog meer zeehondjes te spotten. Het geluk is met ons: we zien er, van héél dichtbij, meer dan twintig.

Er zijn er ook aan het zwemmen en zelfs een bruinvis is zo vriendelijk zijn springkunsten te tonen, helemaal geweldig natuurlijk! Zo komt er een mooi einde aan een gedenkwaardig ‘onbewoond eiland’-avontuur. En al zijn die zeehondjes nog zo lief: één hondje heeft het hart van deze twee mannen definitief gestolen en dat is…onze Dorus!

Op de grens

Gevoelsmatig begint bij Antwerpen Nederland, andersom begint (voor ons dan hè) bij Beneden-Sas België. Zo ongeveer ligt dat, waarschijnlijk omdat alleen een kanaal en een haven beide afmeermogelijkheden scheiden.

Donderdagochtend om 09.00 uur draait de Zennegatsluis voor ons, inclusief de tranentrekkend langzame, héél bijzondere maar dus voor geen meter werkende, klapbrug voor wandelaars en fietsers.

Een onding, waar je gerust 20 minuten voor staat te wachten en waardoor de schooljeugd regelmatig een écht goede smoes heeft.

Het is onze bedoeling bij Boom aan de veersteiger af te meren. Donderdagmiddag/avond zijn we uitgenodigd bij Agda en haar man in Kontich. Vanuit Boom is dat per bus goed te doen vandaar. De mens wikt, het lot beschikt: de steiger is bezet. We hebben nog tijd, dus we tuffen door naar Antwerpen, waar we – als vanouds – gastvrij ontvangen worden en hetzelfde plekje toebedeeld krijgen als een paar maanden geleden. Ook vanuit Antwerpen is Kontich per bus goed te doen, dus ‘alles in Ordnung’!

Het worden gezellige uren met elkaar. We mogen vrijelijk rondstruinen door de schatkamer, die het atelier van Agda blijkt te zijn. We kletsen, lachen om onze eigenwijze hondjes, we eten en drinken en veel te vroeg is het alweer tijd om afscheid te nemen.

Gelukkig zien we elkaar morgen weer. Dan opent ’s avonds een expositie waarvoor Agda met haar zeemanskabinet uitgenodigd werd. In het Zuiderpershuis vindt dat allemaal plaats. Al een feestje op zich om dit industriële monument te bezoeken.

Tot 1977 voorzag men hier, als hydraulische krachtcentrale, de haven van energie. Met deze energie draaiden kranen, bruggen en sluizen. Nu dus een expositie met kunst, muziek, zang en dans.

Een heerlijke avond met Agda, Steven en hun vrienden. Door een prachtig verlicht centrum kuieren we rond middernacht voldaan Knipmeswaarts en als volleerde stappers pakken we nog een frietje bij Number One.

Voor het overige krijgen we veel regen over, dus verdere activiteiten spelen zich aan boord af. Beetje prutsen spelletje, beetje lezen, dat werk….

Zondag om 08.30 uur draait de Londenbrug voor ons.

Aansluitend kunnen we, volgens de papieren van de havenmeester, een opening verwachten van de zo’n 500 meter verderop gelegen Siberiabrug. Het is doodstil overal, ook op de Siberiabrug.

Met drie bootjes liggen we ruim een half uur voor ‘Jan met de korte achternaam’ te dobberen, superirritant. Uiteindelijk laten we in grote dankbaarheid (…) dit obstakel achter ons.

In de Antwerpse haven is het, geheel tegen onze verwachting in, een drukte van belang. De Knipmeskapitein loodst ons met vaardige hand door de diverse havenactiviteiten

naar de Kreekraksluizen en aansluitend het Schelde-Rijnkanaal op. Dan volgen saaie kilometers, nog enigszins verlevendigd door stuntende windmolenreparatiemannen,

tot we uiteindelijk afslaan naar ‘ons’ heerlijke plekje in de rust en de stilte van het Beneden-Sas.

Wind, veel wind en regen, veel regen wordt er verwacht. Tussen de buien door lukt het ons om toch nog een poosje door de Dintelse Gorzen te struinen.

Een prachtig gebied, waaruit we na een uur of wat door uiterst dreigende luchten verjaagd worden.

Er is ook onweer beloofd, dan wil je hier niet zijn. Uiteindelijk komt het echt slechte weer pas begin van de avond maar dat is dan dus wijsheid achteraf.

Voor de volgende storm zich aandient, zijn we vanochtend vroeg vertrokken richting Grevelingen. Bruinisse is in zicht, nog één sluisje te gaan en we dobberen – met verstekeling – weer op de vertrouwde, zilte nattigheid!

Van een oude stoker en een afscheid

Op de laatste dag van augustus trekken we naar Betekom (of all places) waar we plannen hebben om door de velden

naar en langs de Demerdijk te wandelen. Het begin is problematisch: een bordje wijst een kant op, waarvan we bijna zeker weten dat dat niet de goede is. Eigenwijs als we zijn doen we onze eigen zin en zie…het klopt, het bordje stond dus inderdaad verkeerd om! Er wordt hier nieuwe bestrating aangelegd, dus waarschijnlijk is dat de oorzaak – weten die werkmannen veel. We nemen ons voor om, als we terugkomen en we zien iemand aan het werk, dan te vragen het bord om te draaien. Al snel wandelen we Betekom-centrum uit en de velden in. We maken een praatje met een Limburgse jongen die met zijn hondje aan het wandelen is en vertelt dat hij voor de liefde naar hier is gekomen en ook zo geniet van de prachtige omgeving.

Dat doen wij dus ook en voor we het weten zijn we terug in Betekom. Er zijn mensen aan de weg aan het werk en we vertellen van het bordjesprobleem. Een van hen loopt mee naar het bewuste bordje, pakt het met twee handen beet, draait het in zijn geheel om (er zitten nog andere bordjes aan vast) en vraagt of het zo goed is. Just like that, dat hadden we zelf ook wel gekund!! De mannen en wij vinden het grappig en we kletsen nog wat voordat zij weer aan het werk gaan.
Hier aan het dorpsplein is Miel de Gent na de Tweede Wereldoorlog bij zijn vader in dienst getreden als jeneverstoker om later het bedrijf over te nemen. Het is nog steeds een eenmansbedrijf, waar men de stooktraditie van ‘Kemp’sche Boerenjenever’ al sinds 1881 in ere houdt. Hoe meer boeren op het etiket vermeld staan, hoe sterker de jenever is. Ik stap naar binnen en ontmoet Miel. Ik krijg een proefglaasje en kies uiteindelijk voor zijn Rhum met honing. Lekker om in een beker warme choco te doen, als het guur weer is! Er kan bij hem niet gepind worden, dus Fred en ik zoeken een bank om de nodige contanten te bekomen. Als we terugkomen, moeten ook Fred en Dorus binnenkomen (terwijl er een bordje ‘verboden voor honden’ aan de deur hangt!). Mevrouw Miel is erbij gekomen en zij vertellen eensgezind over hun hondje dat inmiddels al een aantal jaren overleden is, maar waarvan ze zoveel hielden. Er wordt een beeldje uit de pronkkast in de woonkamer gehaald: zo zag hun lieverd er precies uit, vertellen zij. De dochter, die naast hen woont heeft twee labradoodles, ook zulke lieverds en vandaar dat zij Dorus graag even van dichtbij wilden zien. Wat een leuke ontmoeting en wat heerlijk dat we hopelijk nog vaak aan hen zullen terugdenken, bij elk scheutje in de choco!


Op een andere dag bussen we zo’n anderhalf uur van Leuven naar Assent. Zonder Dorus, want een tochtje van ruim 17 km is teveel voor ons oudje. Een holle-wegen-wandeling dit keer met prachtige uitzichten over het Hageland.

Voordat we, volgens ons wandelboekje, een stevige klim voor de kiezen krijgen, drinken we koffie bij Onze Lieve Vrouw van het Grotje.

Als we verder gaan, staan we voordat we het in de gaten hebben bovenaan de ‘top’ van de stevige klim, dus dat viel alles mee! Het uitzicht is mooi en we dalen via holle wegen af

om door de velden weer in Assent te geraken.
Op zondag wandelen we dwars door Leuven – met Dorus dit keer – naar de Abdij van Park. Een prachtige plek, waar op werkdagen druk gerestaureerd wordt en waar we een poosje ronddwalen.

Het is hier dat we de 1.000 kilometer van 2017 aantikken. We vinden het erg leuk dat we dit steeds bijgehouden hebben en nemen ons voor om dit elk jaar te blijven doen. Niet zozeer voor de prestatie maar gewoon leuk om te weten.

Op de kaart zien we dat het Arembergpark met het gelijknamige kasteel niet echt ver weg zijn. Laten we dat dan gelijk ook in de route opnemen, vinden we. We komen onderweg door Heverlee, een soort Wassenaar zo te zien, en daar wordt markt gehouden. We dwalen even langs de kramen maar omdat we geen zin hebben om met extra-spullen te gaan lopen sjouwen, gaan we al snel verder, richting park en kasteel.

Het kasteel en het bijbehorende park zijn mooi. Bij de oude, vervallen molen van het kasteel worden wildwater-kanowedstrijden gehouden

en we kijken het een poosje aan voordat we weer dwars door Leuven, langs een gedeelte van de oude stadsmuur terug naar de Knipmes kuieren.

Onze volgende, laatste dag in Leuven willen we naar de Botanische Tuin

en – eindelijk – het stadhuis aan de binnenkant bezoeken. Als we op weg gaan blijkt het Jaarmarkt in Leuven en hoewel maandag, lijkt iedereen vrij te zijn, het is een drukte van belang! We slalommen tussen kramen en feestende mensen door richting Kruidtuin en genieten daar van de betrekkelijke rust,

want veel mensen lijken deze fraaie plaats opgenomen te hebben in hun feestroute.

Bij de vijvers spotten we Gosse van de Bereklauw. We zijn aangenaam verrast en maken even een gezellig praatje met elkaar. De jaarmarkt is de enige gelegenheid dat hij ‘buiten’ komt, volgens hem en dan ook nog alleen omdat daar dan de paardenmarkt bij hoort. Dat wordt elk jaar minder, met die paarden, vandaar dat hij is uitgeweken naar dit mooie plekje.

Hij vertelt dat de Nederlandse televisie hem morgen komt bezoeken voor een gesprek en een aantal beelden van zijn woonst. Hij heeft het lang afgehouden maar denkt dat ze nu zijn wensen zullen respecteren, dus vooruit… Als we buiten staan realiseren we ons dat hij – ondanks de uitdrukkelijke verbodsborden bij de ingang van de Botanische Tuin – zijn hondje mee had….


Het stadhuis blijkt van buiten vele malen fraaier dan van binnen, hoewel er enkele zalen nog redelijk de moeite waard zijn. Bovendien mogen we de werkkamer van de, al jarenlang burgemeester van Leuven zijnde, Louis Tobback bekijken.

De gids die wij troffen is een aardige man die wel heel veel leuke dingen te vertellen heeft over het stadhuis en dat maakt veel goed. Op weg terug naar de Knipmes spotten we bij het Entrepot een echtpaar met een Spaans Waterhondje.

We maken een praatje en Oscar, zo heet het hondje, blijkt een lieverd. Omdat wij lager staan dan hij, laat hij zich gewillig aanhalen. Als Fred later Dorus uit gaat laten en Oscar ook afgedaald is naar de ‘begane grond’, laat hij zich zo gemakkelijk niet meer aaien. Da’s toch wel bijzonder hè?
We nemen afscheid van Leuven met drie hartelijke zoenen van havenmeester Piet en vertrekken op tijd omdat we tot aan het Zennegat willen raken en dat betekent 4 sluizen en diverse bruggen die open moeten. Dat kan best snel gaan maar ook lang duren als het tegenzit. Het gaat snel en rond de middag maken we vast aan de kade bij het Zennegat. We besluiten tot nog een ommetje over de ‘blauwe bruggen’ richting Rumst en het park ’s Heeren Beemden.

Het is heerlijk weer, we zien een ijsvogeltje langs de oevers van de Dijle

en als we de Beneden Nete overgestoken zijn, pauzeren we in de buurt van het park. Een local komt een praatje maken en ondanks dat hij erg moeilijk te verstaan is – hij mist minstens de helft van zijn gebit en er worden hier diverse, voor ons bijna onverstaanbare, Vlaamse dialecten gesproken – hebben we de grootste lol met elkaar en daar gaat het tenslotte om!


De volgende dag wandelen we naar het prachtig gelegen Heindonk en vandaar naar Domein Hazewinkel, waar Dorus even lekker kan zwemmen.

Sportdomein Hazewinkel heeft een wedstrijdbaan voor roeiwedstrijden. De baan meet een kilometer lengte en daar omheen is het heerlijk wandelen.

Door de velden en over oude dijkjes wandelen we onder dreigende luchten terug naar de Knipmes,

waar we ons voorbereiden op het verlaten van dit gebied. Ruim twee maanden hebben we hier rondgedobberd en we hebben ons geen ogenblik verveeld. Dit kanaal van 30 kilometer, door honderden arbeiders met het handje gegraven in de 18e eeuw, heeft ons hart gestolen. Op het eerste gezicht is het eigenlijk gewoon een saai kanaal maar voor wie verder kijkt en de omgeving intrekt, heeft het zoveel te bieden!

Het graven van dit kanaal was trouwens een crime en zou nooit van de grond gekomen zijn, als de diverse brouwers van Leuven, uit eigenbelang, niet voor de helft aan geld en manschappen geïnvesteerd hadden. Eenmaal klaar, was de ellende nog niet voorbij, want bleken de diverse sluisjes niet sterk genoeg en moesten er nog allerhande aanpassingen gebeuren, maar dat is verleden tijd, tegenwoordig werkt alles en voldoet het prima. Hoewel het, naar huidige binnenvaartmaatstaven, natuurlijk een kanaaltje van niks is – en laten we vooral hopen dat dat zo zal blijven!